Actuele dossiers bij de Orde
- Gefinancierde rechtshulp
- Afluisteren van gesprekken
- Toezicht op advocaten
- Advocaat bij politieverhoor
- No cure no pay
- Opleiding
- Eén Orde
Gefinancierde rechtshulp
Mensen met een relatief laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand. Zij krijgen een advocaat die de overheid deels betaalt. Zelf moeten ze een ‘eigen bijdrage’ betalen die betaald moet zijn vóórdat de advocaat aan de zaak begint. Ook bij gefinancierde rechtshulp kan een voorkeur worden uitgesproken voor een bepaalde advocaat. De Orde én het Juridisch Loket adviseren waar mensen het best terecht kunnen met hun juridische probleem en wat de mogelijkheden zijn voor bemiddeling (mediation).
De Orde maakt zich sterk voor goede gefinancierde rechtshulp zodat ook mensen met een smalle beurs hun recht kunnen halen. In de begroting voor 2011 is 28 miljoen euro extra uitgetrokken voor de verwachte stijging van het aantal zaken in de gefinancierde rechtshulp. Het kabinet Rutte heeft in het Regeerakkoord echter aangekondigd dat er vanaf 2014 opnieuw zal worden bezuinigd op de gefinancierde rechtshulp. Die bezuiniging zal mogelijk zelfs al eerder van kracht worden.
Na de ingreep van 50 miljoen euro onder leiding van het vierde kabinet Balkenende wil het huidige kabinet opnieuw 50 miljoen euro bezuinigen. De coalitiepartners rekenen erop de besparing te kunnen bereiken door scheidingen zonder advocaat mogelijk te maken. Ook wordt gedacht over het verlagen van de tarieven van de advocatuur in de gefinancierde rechtshulp.
Afluisteren van gesprekken
Gesprekken van advocaten met hun cliënt zijn vertrouwelijk. De politie mag deze gesprekken volgens de wet niet gebruiken voor de opsporing van misdaden en mag deze dus niet afluisteren. Desondanks zijn de afgelopen jaren diverse keren gespreksverslagen van zogenoemde geheimhoudergesprekken opgedoken in strafdossiers. De rechter heeft in die gevallen, bijvoorbeeld in de strafzaak tegen de Hells Angels, het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard.
Dit heeft ertoe geleid dat Justitie, politie en de Orde een systeem van nummerherkenning hebben ontwikkeld. Dit systeem houdt in dat alle advocaten verplicht hun zakelijke telefoonnummers doorgeven aan de Orde. De Orde geeft de nummers door aan het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) en daar komen de nummers in een bestand. Als dan een verdachte wordt getapt door de politie en zijn advocaat belt, dan zal direct het telefoonnummer van de advocaat worden herkend en het afluisteren worden gestaakt. Het systeem van nummerherkenning gaat waarschijnlijk in de eerste helft van 2011 van start.
Toezicht op advocaten
In maart 2010 heeft Arthur Docters van Leeuwen de Orde geadviseerd het toezicht op de advocatuur te verbeteren en moderniseren. Het bestaande toezicht, dat wordt uitgevoerd door de lokale dekens, moet volgens hem worden aangepast aan de eisen van deze tijd en transparanter worden. Hij benadrukt dat extern toezicht op de advocatuur verkeerd zou zijn omdat de beroepsgroep vanwege haar bijzondere rol in onze rechtsstaat volledig onafhankelijk moet zijn en zo nodig ook 'furieus tegen de overheid’ moet kunnen optreden.
De Orde is aan de slag gegaan met de uitwerking van het advies en introduceert halverwege 2011 een kwartiermaker voor een nieuwe Onafhankelijk Toezichthouder op de Advocatuur. Die moet in de toekomst het werk van de dekens controleren en er jaarlijks in alle openheid verslag van doen.
Daarnaast komt er één centrale rekening waar alle advocaten in Nederland geld dat cliënten tijdelijk bij hun advocaat willen stallen, veilig kunnen onderbrengen. Door deze zogenaamde centrale stichting derdengelden hoeven advocatenkantoren niet langer zelf verplicht een stichting in het leven te roepen om bijvoorbeeld uitgekeerd verzekeringsgeld van hun cliënt tijdelijk te bewaren.
Advocaat bij politieverhoor
Sinds juni 2009 hebben alle meerderjarige verdachten in Nederland het recht gekregen om al vóór hun eerste politieverhoor een advocaat te spreken - een gevolg van een uitspraak van het Europees Hof, het zogenoemde Salduz-arrest. Minderjarigen mogen zowel vóór als tijdens het verhoor bijstand vragen van een advocaat. Om die rechtsbijstand ook te kunnen leveren, is in 2009 een speciale regeling voor piketadvocaten in het leven geroepen. Die regeling ziet erop toe dat advocaten na een aanhouding ook snel ter plaatse zijn. Volgens de wet moet een verdachte binnen zes uur zijn verhoord, anders moet de politie de verdachte weer vrijlaten. Dit betekent dat advocaten dus zo snel mogelijk naar het bureau moeten komen, waar iemand vastzit in afwachting van zijn verhoor.
Hoe gaat dat in zijn werk? Advocaten die piketdienst hebben, kunnen tussen 07.00 en 20.00 uur een melding krijgen dat er een verdachte op het politiebureau is. Verdachten die na 20.00 uur zijn opgepakt, moeten een nacht op het politiebureau blijven en kunnen dan ’s ochtends een advocaat spreken. De advocaat wordt via sms geïnformeerd als iemand is opgepakt. Hij krijgt dan twee uur de tijd om zich op het bureau te melden en zijn cliënt advies te geven. In dat gesprek legt de advocaat uit wat de verdachte in het verhoor kan verwachten, wat zijn rechten zijn, hoe het verder kan lopen en ook vraagt hij of er familieleden moeten worden geïnformeerd en of de verdachte misschien iets nodig heeft.
No cure no pay
Het is voor advocaten in Nederland verboden om te werken op basis van no cure no pay. Dit systeem houdt in dat een advocaat pas betaald wordt als hij de zaak gewonnen heeft. In sommige landen - bijvoorbeeld de VS - mag dit wel.
Het is hier verboden omdat er in Nederlandse ogen teveel nadelen aan kleven. Zo kunnen advocaten dan lastige zaken weigeren; ook bestaat het risico dat advocaten bij no cure no pay eerder akkoord gaan met een schikking die niet de beste oplossing is voor hun cliënt.
De Orde meent dat afspraken over no cure no pay drempelverlagend kunnen werken voor mensen die nu hun recht niet zoeken omdat de advocaatkosten hen afschrikken. Daarom werkt de Orde aan een experiment waarbij no cure no pay afspraken onder strikte voorwaarden worden toegestaan.
Opleiding
Een commissie onder leiding van rector magnificus Bas Kortmann van de Radbouduniversiteit in Nijmegen heeft in september 2010 advies uitgebracht aan de Orde over de beroepsopleiding voor advocaten. Volgens de commissie sluit deze nu niet goed aan op de rechtenstudie, omdat de diverse rechtenstudies erg van elkaar verschillen. Ook vindt de commissie de opleiding tot advocaat niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd. De opleiding is te vrijblijvend en gevolgde cursussen en vakken moeten aan het eind worden getoetst. Verder is er meer aandacht nodig voor ethiek.
De Orde heeft de conclusies van het advies overgenomen. De komende maanden werkt ze het advies uit en komt ze met voorstellen om de opleiding te vernieuwen en verbeteren. De opleidingseisen voor advocaten die al langer aan het werk zijn, zijn begin 2010 aangescherpt. Ook wordt er gewerkt aan feedbacksystemen onder advocaten, bijvoorbeeld met intervisie of peerreview.
Eén Orde
Naast de landelijke Orde in Den Haag, bestaan er nog 19 lokale Orden, in elk arrondissement één. Nu de gerechtelijke kaart in Nederland opnieuw wordt ingedeeld (het aantal arrondissementen wordt tien) zullen er ook maar tien lokale afdelingen overblijven.
Deze zullen hiërarchisch onder de landelijke Orde komen te vallen. Dit betekent dat er makkelijker afspraken gemaakt kunnen worden over bijvoorbeeld uniforme klachtenbehandeling in heel Nederland en gelijke behandeling van advocaten in elke regio.
Grote regionale verschillen zijn in deze tijd niet meer uit te leggen. Daarom wordt gewerkt aan een nieuwe organisatiestructuur voor de advocatuur en een toekomst met één Orde.
