Wet- en regelgeving
Gedragsregels 1992
6. Financiële regels
Regel 23 (regel 15 en 41 oud)
1. De advocaat is gehouden tot nauwgezetheid en zorgvuldigheid in financiële aangelegenheden.
2. De advocaat behoort het maken van onnodige kosten te vermijden. Dit geldt evenzeer tegenover de wederpartij van de cliënt.
Toelichting op regel 23 (regel 15 en 41 oud)
De leden 2 en 3 van regel 41 oud zijn intussen geformuleerd in de gewijzigde Boekhoudverordening.
De commissie stelt voor regel 42 oud toe te voegen als lid 2 aan deze regel. Dit omvat tevens toevoegingszaken, zoals thans geregeld in regel 15 (oud), die kan worden geschrapt.
Regel 24 (regel 13 en 14 oud)
1. Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt niet in aanmerking kan komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp, is hij verplicht met zijn cliënt bij het begin van de zaak en verder telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen zijn om te trachten door de overheid gefinancierde rechtshulp te verkrijgen.
2. De advocaat zal voor de behandeling van een zaak waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van eigen bijdragen en verschotten volgens de daarvoor geldende regels.
3. Wanneer de cliënt mogelijk in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp en niettemin verkiest daarvan geen gebruik te maken, dient de advocaat dat schriftelijk vast te leggen.
Toelichting op regel 24 (regel 13 en 14 oud)
Als gevolg van de wijzigingen in de WROM dienen deze regels ingrijpend te worden herzien. De regeling van het intrekken of wijzigen van de toevoeging is intussen uitgebreid in de WROM geregeld. Aan de leden 2 en 3 van gedragsregel 13 bestaat daarom geen behoefte meer. Door afschaffing van de gratis admissie en de procedure tegen verminderd tarief kan de oude regel 14 worden geschrapt. Lid 1 van die regel is overgebracht naar de onderhavige regel nieuw als lid 2. De regel laat nog steeds onverlet dat de advocaat toevoegingsvergoedingen en proceskostenveroordelingen ontvangt.
In de praktijk rijzen vaak problemen wanneer de cliënt die in aanmerking kan komen voor een toevoeging, desondanks verkiest daarvan geen gebruik te maken. Om misverstanden te voorkomen en opdat de cliënt zich de consequenties van zijn keuze realiseert, is het voorschrift geïntroduceerd om dit schriftelijk vast te leggen. Dit is in het derde lid geformuleerd.
Regel 15 (oud) valt onder de algemene aanwijzing dat de advocaat het maken van onnodige kosten behoort te vermijden, zoals in regel 42 oud en in regel 23 lid 2 nieuw is vastgelegd.
Regel 25 (regel 16 oud en 17 oud)
1. Bij het vaststellen van zijn declaratie behoort de advocaat een, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk salaris in rekening te brengen.
2. Het staat de advocaat niet vrij overeen te komen, dat slechts bij het behalen van een bepaald gevolg salaris in rekening wordt gebracht.
3. De advocaat mag niet overeenkomen, dat het salaris een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand te bereiken gevolg, behoudens wanneer dit geschiedt met inachtneming van een binnen de advocatuur gebruikelijk en aanvaard incassotarief.
4. De advocaat richt zijn declaratie aldus in, dat de cliënt daaruit kan zien hoeveel wordt gerekend voor salaris, verschotten en omzetbelasting. Indien voorschot is ontvangen of betalingen, wegens geliquideerde kosten of uit anderen hoofde, voor de cliënt zijn ontvangen of gedaan, behoort de advocaat de bedragen daarvan in de declaratie of afzonderlijk te vermelden en waar nodig en mogelijk te verrekenen.
Toelichting op regel 25 (regel 16 en 17 oud)
Deze regel bevat voorschriften over wijze van declareren en inrichting van de declaratie.
Daar een commissie van de Algemene Raad zich nog niet lang geleden heeft beziggehouden met de vraag of het verbod van no cure no pay en quota pars litis gehandhaafd moest blijven en toen tot een bevestigende beantwoording is gekomen, en voorts niet is gebleken dat thans behoefte bestaat het verbod op één van beide of beide te verzachten of af te schaffen, worden de leden twee en drie gehandhaafd. Ook de CCBE-regels kennen een overeenkomstige bepaling in regel 3.3. Daar regel 16 oud voorschriften bevat over de wijze van declareren en de inrichting van de declaratie lijkt het systematisch juister om regel 17 oud als lid 4 van regel 16 oud op te nemen. Dat is gebeurd, zij het met een kleine redactionele wijziging.
(Nota van toelichting november 1992)
Toelichting op wijziging regel 25 derde lid
De Orde doet sinds 1997 geen aanbevelingen meer over tarieven en geeft niet meer het Calculatieschema voor advocatendeclaraties uit, waarin een incassotarief stond vermeld. Handhaving van het verbod van een resultaatsafhankelijke declaratie in de vorm van een evenredig deel van de opbrengst, tenzij in overeenstemming met een door de Orde geadviseerd tarief, zou tot ongewenst gevolg hebben dat geen incassotarief meer zou kunnen worden afgesproken. In de incassopraktijk, waarin veelal sprake is van de inning van talrijke geldvorderingen van gelijke aard zonder dat sprake is van een te verwachten diepgaand juridisch geschil, is het sinds jaar en dag mogelijk een incassotarief af te spreken, dat een percentage vormt van het geïncasseerde bedrag. Deze mogelijkheid in zaken die zich daarvoor lenen, waarbij over enkele schijven een degressief percentage per schijf wordt berekend, voorziet in een behoefte en heeft nooit tot problemen geleid. De voorgestelde formulering voorziet hierin.
(Nota van toelichting maart 1998)
Regel 26 (nieuw en 16 lid 4 oud)
1. Wanneer een advocaat een opdracht aanvaardt, dient hij de financiële consequenties daarvan met de cliënt te bespreken en inzicht te geven in de wijze waarop en de frequentie waarmee hij zal declareren.
2. De advocaat behoort zijn cliënt op de hoogte te stellen zodra hij voorziet dat de declaratie aanmerkelijk hoger zal worden dan hij aanvankelijk tegenover de cliënt had geschat.
Toelichting op regel 26 (nieuw en 16 lid 4 oud)
Deze regel behandelt het inzicht dat de advocaat in zijn declaratiebeleid moet geven. Lid 2 komt overeen met lid 4 van regel 16 oud.
Regel 27 (regel 18 oud)
1. Maakt de cliënt tegen de ingediende declaratie bezwaar, dan is de advocaat verplicht de cliënt te wijzen op de terzake bestaande regelingen.
2. Wanneer de cliënt op grond van gehele of gedeeltelijke betwisting der declaratie bezwaar maakt tegen de verrekening daarvan met hem toekomende gelden, worden die gelden tot het beloop van het betwiste bedrag bij de deken gedeponeerd.
3. Wanneer de cliënt een declaratie, die is verrekend met de door hem betaalde voorschotten, betwist in zodanige omvang dat gehele of gedeeltelijke restitutie van betaalde voorschotten wordt verlangd, is de advocaat verplicht, op verlangen van cliënt de declaratie ter begroting in te dienen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4. Van het terughouden van dossiers in afwachting van de betaling der declaratie maakt de advocaat slechts behoedzaam gebruik. Is de declaratie in geschil, dan wijst de advocaat zijn cliënt op de mogelijkheid het gedeclareerde bedrag bij de deken te deponeren totdat het geschil is beslecht.
5. Indien een cliënt specificatie van de declaratie vraagt, dient de advocaat die te verstrekken. De declaratie mag daardoor niet op een hoger bedrag uitkomen dan de oorspronkelijke.
6. Leidt zulks niet tot betaling en gaat de advocaat ertoe over zijn declaratie overeenkomstig de wettelijke regeling in te dienen ter begroting, dan dient hij de cliënt daarvan in kennis te stellen onder toezending van een kopie van de ter begroting ingediende declaratie.
7. Ter zake van nog niet in rechte vastgestelde vorderingen van hem op zijn cliënt treft de advocaat geen conservatoire maatregelen en vraagt hij niet het faillissement aan, dan na overleg met de deken.
Toelichting op regel 27 (regel 18 oud)
Deze regel behandelt wat de advocaat moet doen als de declaratie niet wordt betaald.
Het lijkt systematisch juister om de inhoud van lid 6 oud toe te voegen aan lid 5. De tweede zin van lid 5 is een verduidelijking van de oude regel 18 lid 6.
Lid 7 oud is vervallen en lid 8 oud gewijzigd, omdat wanneer de wettelijk voorgeschreven procedures zijn gevolgd en de declaratie vast staat, er geen aanleiding is de advocaat te verplichten bij de inning van die vordering op de cliënt extra behoedzaamheid te betrachten. Ook overleg met de deken lijkt dan overbodig. Dit is, uit een oogpunt van bescherming van de cliënt, anders bij nog niet vaststaande vorderingen. In die gevallen is overleg met de deken aangewezen.
Regel 28 (regel 19 oud)
1. Het is de advocaat niet geoorloofd voor de betaling van zijn declaratie andere zekerheid te aanvaarden dan een voorschot in geld, behoudens in bijzondere gevallen en dan slechts na overleg met de deken.
2. De advocaat mag zijn declaratie verrekenen met voorschotten en andere gelden die hij in depot houdt voor de cliënt, dit laatste voor zover die gelden zonder belemmering aan de cliënt kunnen worden uitbetaald en voor zover de cliënt daarmee instemt, en onverminderd de in de Boekhoudverordening gegeven voorschriften.
3. Verrekening is niet toegestaan met gelden waarop volgens de wet geen beslag mogelijk is.
Toelichting op regel 28 (regel 19 oud)
De bedoeling van lid 2 oud is, dat de advocaat niet zonder meer zijn declaratie kan verrekenen met gelden die hij van of voor de cliënt onder zich houdt. De nieuwe redactie van lid 2 is duidelijker. De regel laat de mogelijkheid open van verrekening wanneer de cliënt daartegen geen bezwaar heeft. Uit de contractuele relatie met de cliënt vloeit voort dat de advocaat bij hem moet verifiëren of hij geen bezwaar heeft tegen verrekening. Voorts wordt verwezen naar de intussen gewijzigde boekhoudverordening.
De commissie meent dat lid 2 van de thans geldende gedragsregel 19 hetzelfde bedoelt wat de commissie nu met zoveel woorden in regel 28 lid 2 formuleert. De commissie meent dat die regel gehandhaafd moet blijven. Wanneer er onenigheid bestaat over de hoogte van de declaratie, dient de advocaat overeenkomstig regel 27 lid 2 (nieuw) de betreffende gelden onder de deken te storten.
Lid 3 is aangepast aan de wijziging van artikel 475c Rv., die beslag mogelijk maakt op gelden die zijn ontvangen ten behoeve van de cliënt voor diens levensonderhoud. Niet valt in te zien waarom de advocaat niet zou mogen verrekenen met gelden waarop beslag mogelijk is. Na de voorgestelde wijziging
van de leden 2 en 3 is lid 4 oud overbodig.
_______________________________________________________________________________________________________
© Nederlandse Orde van Advocaten