Wet- en regelgeving
Gedragsregels 1992
5. Betrekkingen tussen advocaten
Regel 17 (regel 29 oud)
In het belang van de rechtzoekenden en van de advocatuur in het algemeen behoren de advocaten te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.
Toelichting op regel 17 (regel 29 oud)
De gedragsregels voor advocaten van 1980 bevatten verschillende regels die zien op een welwillende, hoffelijke onderlinge verhouding tussen advocaten. Advocaten moeten elkaar met het oog op een goede praktijkuitoefening kunnen vertrouwen. Onder het regime van de nieuwe publiciteitsverordening mogen zij wel wervend de aandacht op zich vestigen, maar zij mogen geen vergelijkende publiciteit bedrijven (art. 3 van de Verordening op de publiciteit, zich niet in onheuse of krenkende termen over andere advocaten uitlaten (gedragsregel 34 oud) en elkaars cliënten niet aftroggelen (gedragsregel 31 oud). De commissie meent dat deze twee specifieke regels kunnen worden geschrapt en dat kan worden volstaan met de algemene regel van een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen, de norm die ook in artikel 2 van de verordening op de publiciteit is opgenomen. Op grond van die regel behoren advocaten zich te onthouden van hetgeen in de oude regels 31 en 34 is geregeld en ook van het veroorzaken van ongerechtvaardigde onrust over de bijstand van iemands advocaat. Een zakelijke `second opinion´ bijvoorbeeld, is niet strijdig met deze gedragsregel.
Regel 18 (regel 32 lid 1 oud)
1. De advocaat stelt zich met een partij betreffende een aangelegenheid, waarin deze naar hij weet door een advocaat wordt bijgestaan, niet anders in verbinding dan door tussenkomst van die advocaat, tenzij deze laatste hem toestemming geeft rechtstreeks met die partij in verbinding te treden. Dit geldt evenzeer wanneer de bedoelde partij zich rechtstreeks tot hem wendt.
2. (Nieuw.)
De advocaat die een aanzegging met rechtsgevolg doet, mag dat rechtstreeks aan de wederpartij doen, mits met gelijktijdige verzending van een afschrift aan diens advocaat.
Toelichting op regel 18 (regel 32 lid 1 oud)
Lid 2 van regel 32 oud is verouderd; het voorschrift was uitsluitend in het belang van de advocatuur. Het openbaar belang bij een goede beroepsuitoefening is er niet bij betrokken.
De commissie meent dat ook lid 3 oud gemist kan worden, in het bijzonder omdat de jurisprudentie betalingen niet meer als erkenning van verschuldigdheid ziet.
Anderzijds stelt de commissie voor aan lid 1 een nieuw lid toe te voegen. Dit komt voort uit de opvatting in de rechtspraak dat aanzeggingen e.d., gedaan aan een ander dan degene voor wie ze bestemd zijn, niet steeds als rechtsgeldig gedaan mogen worden aangemerkt.
Regel 19 (regel 28 oud)
De advocaat is verplicht, alvorens hij overgaat tot het nemen van rechtsmaatregelen en in het bijzonder tot het nemen van executiemaatregelen, zijn wederpartij of, zo deze wordt bijgestaan door een advocaat, die advocaat van zijn voornemen kennis te geven. In beginsel dient hij daarbij een redelijke tijd voor beraad te geven. Waar redelijkerwijs mogelijk voert hij overleg over het tijdstip van behandeling van een zaak.
Toelichting op regel 19 (regel 28 oud)
Het is in het algemeen belang dat niet onnodig aan executies wordt begonnen. Daarom is aan regel 28 oud toegevoegd dat ook de wederpartij die niet door een advocaat wordt bijgestaan in beginsel een termijn voor beraad moet worden gegund.
Regel 20 (regel 27 oud)
Het is de advocaat niet geoorloofd een advocaat of oud-advocaat op te roepen om getuigenis af te leggen ter zake van wat deze in de uitoefening van zijn beroep van advocaat heeft waargenomen alvorens met de deken overleg te hebben gepleegd. Deze regel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van medewerkers en personeel van een advocaat of oud-advocaat.
Toelichting op regel 20 (regel 27 oud)
In de praktijk blijkt behoefte te bestaan aan de regel. Het is nuttig de vraag aan de deken voor te leggen of iets zich tegen oproeping van advocaten als getuigen verzet, bijvoorbeeld om na te gaan of en zo ja in hoeverre de wederpartij of derden in een procedure mochten rekenen op enige vertrouwelijkheid omtrent de feiten en omstandigheden waarover de advocaten zouden moeten getuigen. Het komt daarnaast met zekere regelmaat voor dat een advocaat zijn bediening neerlegt om als getuige in de oorspronkelijk door hem behandelde zaak op te treden, in overleg met de nieuwe advocaat. Ook in die gevallen lijkt overleg met de deken geboden om te beoordelen of de als getuige op te roepen advocaat in overeenstemming handelt met het op hem rustende beroepsgeheim.
Regel 21 (regel 30 oud)
1. Indien de advocaat bij de behandeling van een zaak een andere advocaat een opdracht verstrekt, moet hij instaan voor de aan hem toekomende vergoedingen en honoraria, tenzij hij een uitdrukkelijk voorbehoud maakt.
2. Dit geldt ook in zaken waarin de advocaat is toegevoegd.
Toelichting op regel 21 (regel 30 oud)
Zie ook regel 32 (regel 26 en 44 oud).
Toelichting op schrappen regel 31 oud
De advocaat behoort zich te onthouden van elke poging om een cliënt van een andere advocaat tot zijn cliënt te maken. Zie toelichting op schrappen bij regel 17 (regel 29 oud).
Regel 22 (regel 33 oud)
1. Verzoekt iemand een advocaat de behandeling van zijn zaak, die reeds bij een andere advocaat in behandeling is, over te nemen, dan voeren deze advocaten onderling overleg met het oogmerk dat de opvolgende advocaat behoorlijk wordt ingelicht over de stand van de zaak.
2. Is de declaratie van de andere advocaat niet voldaan en beroept deze zich op zijn retentierecht, dan is hij niettemin verplicht het dossier op verzoek van de cliënt aan de opvolgende advocaat af te geven onder door de deken te stellen voorwaarden.
Toelichting op regel 22 (regel 33 oud)
Een opvolgend advocaat dient overleg te voeren met de voorgaande advocaat, wanneer iemand hem vraagt de behandeling van een zaak over te nemen. Het doel van deze regel is niet meer, zoals in de vorige versie, dat wordt nagegaan of de cliënt de einddeclaratie heeft voldaan. De herziene regel beoogt overleg en zo nodig de uitwisseling van inlichtingen over de stand van zaken in de behandeling van de zaak tot dan toe. De regel komt de behandeling van de zaak ten goede en is in het belang van de cliënt. Voor de duidelijkheid: het gaat om het overnemen van een zaak, niet om het geven van een second opinion.
In het licht van de gewijzigde opvattingen en regelgeving over mededinging, is er geen plaats meer voor een gedragsrechtelijke bescherming van het financiële belang van de eerste advocaat naast diens recht van retentie. Is de declaratie van de eerste advocaat voor de betreffende zaak niet voldaan, dan kan volgens de nieuwe regel de opvolgende advocaat niettemin de behandeling van de zaak overnemen, zonder toestemming van de eerste advocaat of de deken.
Als de eerste advocaat gebruik maakt van zijn recht van retentie (hetgeen hij overigens volgens regel 27 vierde lid behoedzaam dient te doen) en de opvolgende advocaat kan de zaak niet behandelen zonder de dossiers, dan is overleg met de deken voorge
schreven. Deze kan voorwaarden stellen, zoals het deponeren van het gedeclareerde bedrag bij de deken totdat het geschil is beslecht.
(Nota van Toelichting, 22 september 1998)
_______________________________________________________________________________________________________
© Nederlandse Orde van Advocaten