Wet- en regelgeving


Gedragsregels 1992

2. Algemene regels

Regel 1 (regel 1 oud)

De advocaat dient zich zodanig te gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur of in zijn eigen beroepsuitoefening niet wordt geschaad.

Toelichting op regel 1 (regel 1 oud)
Geschrapt is de tussenzin: `Ook wanneer hij niet beroepshalve optreedt´. Aldus wordt de indruk vermeden dat gedragsregels zich rechtstreeks richten op de persoonlijke levenssfeer, terwijl de nieuwe formulering toch duidelijk blijft maken dat niet-beroepsmatige gedragingen van de advocaat wel degelijk zijn functioneren kunnen raken.

Regel 2 lid 1 (regel 4 lid 1 oud)

1. De advocaat dient te vermijden dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in gevaar zouden kunnen komen.

Toelichting op regel 2 lid 1 (regel 4 lid 1 oud)
Deze regel is gehandhaafd. De advocaat moet te allen tijde bedacht zijn op de situatie dat hij ten opzichte van zijn cliënt niet meer de vrijheid en de onafhankelijkheid bezit om deugdelijk te adviseren en te representeren, waarbij ook de indruk die bij derden wordt gewekt een rol kan spelen. Een belangenverstrengeling, door financiële of persoonlijke relaties, kan de gewenste onafhankelijkheid in gevaar brengen, en kan maken dat de advocaat mede tot partij wordt. Gedacht kan worden aan het bekleden van bestuursfuncties bij een cliënt, aan persoonlijke belangen bij het al dan niet slagen van een onderneming, en aan nauwe persoonlijke of familiebanden met een cliënt. De omstandigheden van het geval zullen daarbij doorslaggevend zijn. Dat geldt ook voor het antwoord op de vraag of het een kantoorgenoot wèl vrij staat in een voorkomend geval als advocaat op te treden.

Regel 2 lid 2 (regel 4 lid 2 oud en 43 lid 4 oud)

2. Het is de advocaat niet geoorloofd een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van opdrachten.

Toelichting op regel 2 lid 2 (regel 4 lid 2 oud en 43 lid 4 oud)
De oorspronkelijke regel 4 lid 2 is gecombineerd met de oorspronkelijke regel 43 lid 4, waarin het als ongeoorloofd werd aangemerkt aan tussenpersonen een gedeelte van het honorarium af te staan. Aldus wordt de aansluiting duidelijker bij CCBE- en IBA-regels.

Regel 3 (regel 7 oud)

De advocaat dient zich voor ogen te houden dat een regeling in der minne vaak de voorkeur verdient boven een proces.

Regel 4 (regel 8 oud)

De advocaat behoort de hem opgedragen zaken zorgvuldig te behandelen.

Toelichting op regel 4 (regel 8 oud)
In het bijzonder geldt in dit verband hetgeen is verwoord in de inleiding bij Taak en functie van de advocaat, 5e alinea.




_______________________________________________________________________________________________________
© Nederlandse Orde van Advocaten