Actueel

Blog

01-04-2016

Jan Loorbach voorzitter Commissie Gedragsregels

"Herijking: een opdracht aan alle advocaten "

De nieuwe tijd, net wat u zegt …. Advocaten moeten zich aan veel normen houden. Aan de ‘wet’, waaronder de eigen verordeningen van de Nederlandse orde van advocaten. Aan hun zorgplicht tegenover de cliënt (zowel een publiekrechtelijke zorgvuldigheidsnorm als een privaatrechtelijke norm die de advocaat als opdrachtnemer adresseert). En de wet kent de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet.

Volgens datzelfde artikel is de advocaat voor alle genoemde normen onderworpen aan tuchtrechtelijke controle.
De herijkingsopdracht ziet voornamelijk op de betamelijkheidsnorm. Die wettelijke open norm is immers uitgewerkt in onze gedragsregels en in de tuchtrechtspraak.

Gedragsrecht en tuchtrecht
De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels – hij toetst immers aan artikel 46. Daarom is het mooi dat er weinig licht zit tussen de tuchtrechtelijke jurisprudentie en de gedragsregels; die hebben gezag zonder daarvoor ‘wet’ te hoeven zijn. Dat de tuchtrechter dus vrij is om bij het toetsen aan de betamelijkheidsnorm tot een andere uitkomst te komen dan uit de gedragsregels zou voortvloeien, verheldert de functie van de gedragsregels: die zijn niet meer dan ‘de normen die naar de heersende opvattingen in de kring der advocaten behoren te worden in acht genomen bij de uitoefening van het beroep van advocaat’. Aldus de inleiding bij de Gedragsregels van 1992 waarin even verderop ook nog eens wordt onderstreept dat deze regels, anders dan verordeningen, niet bindend zijn en slechts richtlijnen; zeg maar een betamelijkheidskompas.

Disciplinerende werking
Gedragsregels zijn dus, simpel gezegd, de normen waarvan we als advocaten zelf met zijn allen vinden dat we ons eraan moeten houden. In die gedachte klinkt ook door dat ons gedragsrechtelijke systeem er vooral is om onszelf te disciplineren. De handhaving van deze aan onszelf opgelegde beroepsstandaard, is immers in het (eigen) belang van onze beroepsgroep. Het principe van disciplinering van ons beroepsgedrag is niet alleen een noodzakelijke voorwaarde voor de onafhankelijkheid van de advocatuur. Het houdt ook de baliebrede plicht in om bij te dragen aan het vertrouwen in de rechtspleging en de daarbij behorende rol van de advocaat.

Levendig debat
De commissie verwacht het komende jaar een breed en levendig debat. Een aantal gedragsregels is daar al onderwerp van: het provisieverbod, honoreringssysteem, confraternele correspondentie, tegenstrijdige belangen, omgaan met getuigen. De uitkomst van dit project moet zijn dat de advocatuur zich over de volle breedte herkent in de herijkte regels. En onze "Umwelt" evenzeer. Uw aller bijdrage vanaf het begin zal zo'n uitkomst sterk bevorderen!

Reacties (0)

Plaats een reactie