Examen

De advocaat legt aan de commissie cassatie een opgave van het aantal opleidingspunten voor zoals aangegeven in artikel 4.13, eerste en tweede lid, van de Verordening op de advocatuur via het model opgave opleidingspunten

In deze opgave beperkt de advocaat zich tot het vermelden van die activiteiten die naar eigen inzicht leiden tot tien cassatiewaardige opleidingspunten. Het is niet aan de commissie cassatie om uit een reeks van opgegeven activiteiten die activiteiten te lichten om te besluiten of aan het opleidingsvereiste van artikel 4.8 van de Verordening op de advocatuur is voldaan.

Opleidingspunten in het kader van civiele cassatie zijn behaald op terreinen die leiden tot verdieping van de kennis van het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht en de beheersing van de cassatietechniek. Daartoe worden bijvoorbeeld niet gerekend:
• het schrijven van een blog;
• het doceren in het kader van de beroepsopleiding;
• het bezoeken van zogenoemde cassatiecorrespondentendagen, tenzij daaraan een actieve bijdrage is geleverd.
Bij de opgave geeft de advocaat zich rekenschap van de artikelen 20 en 24 van de Regeling op de advocatuur.

Examenstof
Met ingang van 1 januari 2021 bestaat de examenstof, bedoeld in artikel 21 van de Regeling op de advocatuur, uit de volgende onderdelen:

a. de laatste druk van:
  • Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4, Kluwer Deventer;
  • Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen 7, met uitzondering van Hoofdstuk I (geschiedenis en rechtsvergelijking), Kluwer Deventer; (N.B. hoofdstuk 1 behoort niet tot de examenstof), en
  • W.D.H.Asser, Civiele cassatie, Nijmegen: Ars Aequi Libri (cahiers privaatrecht).
b. jurisprudentie:
  • ECLI:NL:HR:2018:141 (gedekt verweer; opzegging (duur)overeenkomst, redelijkheid en billijkheid)
  • ECLI:NL:HR:2018:729 (aansprakelijkheidslimiet)
  • ECLI:NL:HR:2018:1810 (huur; uitleg ontbindingsregeling van art. 6:265 BW)
  • ECLI:NL:HR:2019:580 (herstel ex artikel 31 Rv; doorbreking rechtsmiddelverbod)
  • een in de NJ gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze, representatief voor de eigen praktijk
c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk
  • in het bijzonder betreffende griffierechten en toevoegingszaken

 


Met ingang van 1 juli 2021 bestaat de examenstof, bedoeld in artikel 21 van de Regeling op de advocatuur, uit de volgende onderdelen:

a. de laatste druk van:
  • Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4, Kluwer Deventer;
  • Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen 7, met uitzondering van Hoofdstuk I (geschiedenis en rechtsvergelijking), Kluwer Deventer; (N.B. hoofdstuk 1 behoort niet tot de examenstof)
  • W.D.H.Asser, Civiele cassatie, Nijmegen: Ars Aequi Libri (cahiers privaatrecht), en
  • B.T.M. van der Wiel e.a. (red.), Cassatie, Wolters Kluwer 2019 Deventer.
b. jurisprudentie:
  • HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1785 (Glencore, bestanddeelvorming gestold aluminium en aanverwante problematiek in faillissement)
  • HR 10 juli 2020 ECLI:NL:HR:2020:1274 (Promontoria, prejudiciële vragen (on)overdraagbaarheid bancaire vorderingen, zorgplicht van niet-bank)
  • HR 3 juli 2020 ECLI:NL:HR:2020:1223 (IPR, Peeters-Gatzen vordering, Erfolgsort)
  • HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:485 (VOF, nieuw verweer in hoger beroep, ambtshalve betrekken partijen)
  • een in de NJ gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze, representatief voor de eigen praktijk
c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk
  • in het bijzonder betreffende griffierechten en toevoegingszaken