Toezicht en Tuchtrecht

Handhaving door de deken

Handhaving door de deken

Handhaving is een belangrijk onderdeel van het toezichtproces. De deken handhaaft echter niet om het handhaven: het uiteindelijke effect van het optreden staat centraal. Het is daarom van belang dat tijdens de uitoefening van het toezicht rekening wordt gehouden met de bredere context: een overtreding kan een op zichzelf staand incident zijn, maar kan ook een signaal zijn van een groter probleem. De deken is zich hier van bewust en houdt hier in het kader van de handhaving rekening mee.

Een belangrijk onderdeel bij de handhaving door de deken is de wijze waarop de prioriteiten worden gekozen. De deken heeft beperkte middelen. Daarom worden er prioriteiten bepaald bij de keuze om die middelen voor een effectieve handhaving in te zetten. Bij iedere situatie kijkt de deken naar de volgende criteria:

  • de ernst van de overtreding;
  • de mate waarin het belang van de cliënt wordt geschaad;
  • de mate waarin het imago van en het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad;
  • de doelmatigheid en doeltreffendheid van het optreden van de deken.

Naar aanleiding van de beoordeling van deze criteria bepaalt de deken of hij direct optreedt of mogelijk in een later stadium.

Maatregelen
De deken heeft een breed palet aan mogelijkheden om er voor te zorgen dat advocaten de regels naleven. De deken kiest in ieder specifiek geval de in zijn ogen meest toepasselijke mogelijkheid. De maatregelen die de deken kan nemen om te handhaven zijn divers en verschillen in zwaarte. Vaak gaat het in de eerste plaats om advies en stimulering. Als de deken besluit tot handhaving staan er verschillende methoden tot zijn beschikking. Hij kan er voor kiezen een tuchtrechtelijke procedure te starten en een ambtshalve klacht in te dienen bij de tuchtrechter, of hij kan de overtreding bestuursrechtelijk handhaven door een aanwijzing (alleen Wwft), last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete op te leggen.

Het is niet mogelijk is om tegen een advocaat voor eenzelfde overtreding zowel een tuchtrechtelijke als een bestraffende bestuursrechtelijke procedure te starten: de deken moet hierin een keuze maken (una via beginsel). Hierbij neemt de deken in elk geval in aanmerking of de geconstateerde overtreding bestuursrechtelijk handhaafbaar is en maakt hij een inschatting van welke route in het specifieke geval het meest effectief zal zijn in het beëindigen van de overtreding en in het voorkomen dat de overtreding opnieuw plaatsvindt.

Tuchtrechtelijke handhaving
De regels waar een advocaat zich aan dient te houden zijn vastgelegd in de Advocatenwet en in de Verordening op de advocatuur. De bepalingen die primair zien op het waarborgen van de kernwaarden van de advocatuur (partijdigheid, onafhankelijkheid, deskundigheid, vertrouwelijkheid en integriteit) handhaaft de deken, evenals de gedragsregels, per definitie via de tuchtrechtelijke weg (art. 46f Advw). De bezwaren die de deken heeft tegen een advocaat legt hij in dat geval voor aan de tuchtrechter: de raad van discipline.

Indien de raad van discipline het bezwaar gegrond acht, dan kan de raad de advocaat de maatregel van een enkele waarschuwing, berisping, geldboete, schorsing of schrapping van het tableau opleggen. Daarnaast kan de raad van discipline bij het opleggen van deze maatregelen als bijzondere voorwaarde stellen dat de betrokken advocaat geheel of gedeeltelijk de door hem veroorzaakte schade vergoedt. Tegen een beslissing van de raad van discipline staat beroep open bij het hof van discipline.

Bestuursrechtelijke handhaving
Een gedeelte van de normen die gelden voor advocaten is behalve tuchtrechtelijk ook bestuursrechtelijk handhaafbaar; de deken kan voor het overtreden van deze normen een last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete opleggen (art. 45g Advw). Dit geldt voornamelijk voor overtredingen van administratieve of organisatorische aard.

Daarnaast is de deken bevoegd een last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete op te leggen voor overtreding van de Wwft (art. 26, tweede lid en artikel 27, tweede lid, Wwft ). In het kader van de Wwft is de deken ook bevoegd om aan de advocaat of aan het kantoor een aanwijzing te geven om een bepaalde gedragslijn te volgen (art. 32 Wwft).

De deken is niet verplicht bij overtreding van deze normen een bestuurlijke sanctie op te leggen: de tuchtrechtelijke procedure staat open voor al het klachtwaardig handelen van advocaten. Indien de deken wel de bestuursrechtelijke procedure kiest is de Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving advocatuur van toepassing.

Voordat de deken een bestuurlijke sanctie oplegt stuurt hij een voornemen naar de advocaat of het kantoor met het verzoek om daarop binnen veertien dagen een zienswijze te geven (hoorplicht). Indien de advocaat of het kantoor mondeling wil worden gehoord, dan dient dat tijdig door te worden gegeven. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om telefonisch of tijdens een hoorzitting te worden gehoord.

De deken kan naar aanleiding van de ontvangen zienswijze een ander besluit nemen dan waartoe hij aanvankelijk het voornemen had.

Als de deken tot de conclusie komt dat een bestuurlijke sancite gerechtvaardigd is dan kan hij een aanwijzing geven (Wwft), een last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete opleggen. Het besluit wordt vervolgens toegestuurd aan de overtreder. Tegen een besluit van de deken kan binnen zes weken bezwaar worden ingesteld.

Voor meer informatie over toezicht en handhaving door de deken kunt u terecht op de website van de lokale orde van advocaten.