Nieuwe anti-witwasregelgeving op komst: hoe bereid je je er als advocaat op voor?
Nieuws •
Gewijzigd op:
Het Europese Anti Money Laundering (AML)‑pakket komt eraan. Deze nieuwe anti-witwasregelgeving die op 10 juli 2027 in werking treedt, heeft ingrijpende gevolgen voor meldingsplichtige instellingen, waaronder de advocatuur. Elke advocaat kan hiermee te maken krijgen, dus het is zaak om je hier tijdig op voor te bereiden. Dit artikel staat stil bij de twee eerste onderdelen van de hervorming: de reikwijdte van de AML-regelgeving in relatie tot de advocatuurlijke dienstverlening en de wijzigingen in het cliëntenonderzoek.
Het AML-pakket
Het AML‑pakket dat door de Europese Raad is vastgesteld bestaat uit drie pijlers: de Anti Money Laundering Regulation (AMLR), de zesde anti‑witwasrichtlijn (AMLD6) en de verordening tot oprichting van de Europese anti‑witwasautoriteit (AMLA).
De AMLR bevat vrijwel alle materiële verplichtingen voor meldingsplichtige instellingen en werkt rechtstreeks door in de nationale rechtsorde. Daarmee vervalt de huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), evenals het Uitvoeringsbesluit Wwft en de Uitvoeringsregeling Wwft. De AMLR wordt verder aangevuld met technische regulerings‑ en uitvoeringsnormen (RTS en ITS) die door de AMLA momenteel (ter consultatie) worden gepubliceerd. Ook zullen op Europees niveau nog Guidelines worden vastgesteld.
De AMLD6 wordt in Nederland omgezet via de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (de Iwt), die in juli 2025 in consultatie ging. Deze richtlijn (en dus de Iwt) ziet vooral op toezicht en handhaving van de AMLR.
De AMLA, die inmiddels al is gestart en gevestigd is in Frankfurt, krijgt directe toezichtbevoegdheden ten aanzien van een beperkte groep financiële instellingen. De AMLA wordt geen directe toezichthouder op de advocatuur. Het toezicht op naleving van de anti‑witwasregels door advocaten blijft nationaal georganiseerd, en zal dus in Nederland (voorlopig) bij de dekens blijven liggen. Wel houdt de AMLA toezicht op de kwaliteit en consistentie van dat nationale toezicht.
Andere reikwijdte AMLR in relatie tot advocatuurlijke diensten?
Het lijkt erop dat de reikwijdte van de AMLR in relatie tot advocatuurlijke diensten die daaronder vallen licht verandert ten opzichte van de diensten genoemd in de Wwft. Zo spreekt de Wwft van de aan‑ en verkoop van registergoederen, maar de AMLR van de aan‑ en verkoop van onroerend goed. Dat zou betekenen dat advocaten die bijstand verlenen bij transacties met schepen en luchtvaartuigen niet langer onder de AML-wetgeving vallen.
Ook bij aandelentransacties lijkt de reikwijdte te veranderen. Waar de Wwft spreekt over de aan‑ en verkoop van aandelen, spreekt de AMLR van de aan- of verkoop van bedrijven. Het is onduidelijk of een aan- of verkoop van aandelen (zeker in het geval van een klein aandelenpercentage van een bedrijf) nog langer een dienst is waar de AMLR op van toepassing is, maar (in ieder geval) bezien vanuit de wettekst lijkt dat niet het geval te zijn.
Verder staat het vestigen van een hypotheekrecht wel in de Wwft, maar niet (expliciet) als advocatuurlijke dienst in de AMLR waarop deze van toepassing is.
Niet alleen de relevante advocatuurlijke diensten zelf lijken iets te veranderen. De AMLR beperkt zich namelijk tot het verlenen van bijstand, en spreekt dus niet ook over het geven van advies zoals genoemd in de Wwft (met uitzondering van fiscaal advies). Indien ‘advies’ ruimer of anders is dan ‘bijstand’ uitgelegd zou worden, zou dit ertoe kunnen leiden dat bepaalde vormen van dienstverlening die momenteel onder de Wwft vallen, straks buiten het toepassingsbereik van de AMLR komen te liggen.
De procesvrijstelling krijgt in de AMLR ook een andere uitwerking. De Wwft is namelijk in het geheel niet van toepassing op de advocaat die voor een cliënt werkzaamheden verricht ter bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding, of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding. De AMLR bepaalt daarentegen dat in deze gevallen uitsluitend de meldplicht van verdachte transacties, de terugmeldplicht en de verplichting om in bepaalde gevallen een zakelijke relatie te beëindigen, buiten toepassing blijven. Dit betekent dat bij een advocatuurlijk dienst die onder de AMLR valt, maar die tevens onder de procesvrijstelling valt (bijvoorbeeld het verlenen van bijstand in een juridische procedure tot afdwinging van de verkoop van onroerend goed), wél het volledige cliëntenonderzoek op grond van de AMLR moet worden verricht, terwijl een verdachte transactie niet mag te worden gemeld.
In een reactie op de consultatieversie van de Iwt hebben de NOvA en de dekens deze punten geadresseerd en de wetgever om meer toelichting en verduidelijking gevraagd.
Vaker cliëntenonderzoek
De AMLR breidt de momenten uit waarop cliëntenonderzoek verplicht is. Allereerst wordt de drempel voor cliëntenonderzoek bij incidentele (girale) transacties verlaagd van 15.000 naar 10.000 euro. Daarnaast moet voortaan altijd cliëntenonderzoek worden verricht bij de oprichting van een juridische entiteit of het opzetten van een juridische constructie, alsmede bij de eigendomsoverdracht van een juridische entiteit, ongeacht de waarde daarvan. Verder moet cliëntenonderzoek ook altijd worden uitgevoerd indien twijfel bestaat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Uitgebreider cliëntenonderzoek
De inhoud van het cliëntenonderzoek zelf wordt gedetailleerder en op onderdelen zwaarder. Zo moeten bij natuurlijke personen als cliënt naast de volledige naam, geboortedatum en adresgegevens ook de geboorteplaats en alle nationaliteiten worden vastgelegd, evenals het BSN. Ook bij rechtspersonen als cliënt moet meer informatie worden verzameld en vastgelegd. Aanvullend op de rechtsvorm en naam, het adres van de statutaire zetel en (indien verschillend) van de hoofdvestiging en het KvK-nummer, gaat het om het land van oprichting, alle namen van juridische vertegenwoordigers, alle namen van personen met aandelen of bestuursfuncties als gevolmachtigde (nominee) en het RSIN-nummer.
UBO-grens verschuift
Verder verschuift de grens om als UBO te worden aangemerkt van ‘meer dan 25%’ van de aandelen, stemrechten, of het eigendomsbelang naar ‘25% of meer’. Dat lijkt misschien een kleine verschuiving, maar alle personen met een belang van 25% zullen dus UBO worden. Bovendien moeten van UBO’s voortaan veel meer gegevens worden vastgelegd, waaronder de geboortedatum, het woonadres, alle nationaliteiten en het BSN.
Indien geen UBO kan worden vastgesteld, zullen al deze gegevens van de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend kader moeten worden vastgelegd. En dat zijn niet meer enkel de statutair bestuurders, maar ook alle personen in een juridische entiteit die uitvoerende functies uitoefenen en verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse leiding, waarover zij verantwoording afleggen aan het leidinggevend orgaan.
Momenteel consulteert de AMLA de zogeheten Regulatory Technical Standards inzake cliëntenonderzoek (RTS on CDD). Deze bevat op onderdelen verlichting (bij lager risico) en verzwaring (bij hoger risico) van het cliëntenonderzoek.
Wat kan de advocaat nú doen?
Hoewel de AMLR pas per 10 juli 2027 in werking treedt, is afwachten geen optie. Vanaf dat moment zullen advocaten immers direct volgens de AMLR moeten handelen. De nieuwe werkwijze die advocaten moeten toepassen kan en moet daarom in de komende periode al inhoudelijk worden voorbereid en uitgewerkt, bijvoorbeeld door het opstellen van aangepast (concept)kantoorbeleid.
Voor zakelijke relaties die op 10 juli 2027 al bestaan, geldt dat zij vanaf dat moment risicogebaseerd moeten worden herbeoordeeld: uiterlijk binnen één jaar bij cliënten met een hoog risico en uiterlijk binnen vijf jaar in alle andere gevallen. Ook die herbeoordeling kan in aanloop naar juli 2027 natuurlijk al voorbereid worden.
Juridisch kader
|
Meer over AML-regelgeving en de advocatuur Dit artikel is het eerste in een serie over wat het Europese AML-pakket betekent voor de advocatuur en hoe advocaten zich hierop kunnen voorbereiden. In latere bijdragen wordt onder meer aandacht besteed aan het aangepaste transactiebegrip, de verplichtingen rond monitoring, het toezicht en de handhaving. |