Experiment rechtsbijstandsverzekeraars
Het experiment rechtsbijstandsverzekeraars staat toe dat advocaten in dienst van deelnemende rechtsbijstandsverzekeraars ook optreden voor niet bij de rechtsbijstandsverzekeraars verzekerde rechtzoekenden.
Met het experiment, dat in januari 2021 is gestart, beoogt de NOvA meer kennis en ervaring op te doen met dergelijke praktijkstructuren. Daarna kan er worden gekeken of wijziging van de regelgeving over samenwerkingsverbanden structureel mogelijk en verantwoord is. Tegelijkertijd moeten bestaande waarborgen voor een behoorlijke beroepsuitoefening, zoals de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid, behouden blijven.
Inhoud van het experiment
Artikel 5.16 van de Verordening op de advocatuur (Voda) stelt de volgende voorwaarden voor deelname aan het experiment:
- Het gezag over die advocaat wordt uitgeoefend door een werkgever waarvan de meerderheid van de leden van het bestuur en de voorzitter daarvan, advocaat is;
- Indien een meerderheid van de aandelen van de werkgever wordt gehouden door een andere rechtspersoon, is de meerderheid van de leden van het bestuur en de voorzitter daarvan, advocaat;
- De werkgever heeft zich voorafgaand als deelnemer aan het experiment bij de algemene raad gemeld en daarbij alle noodzakelijke gegevens over de nakoming van de voorwaarden overlegd.
Deelnemers aan het experiment
BrandMR is de eerste verzekeraar geweest die deelneemt aan het experiment. Sinds 1 juni 2022 neemt ook Stichting VvAA Rechtsbijstand deel aan het experiment.
Experiment verlengd
In 2025 is een wijzigingsverordening aangenomen waarbij het experiment rechtsbijstandsverzekeraars met twee jaar wordt verlengd tot 1 januari 2028.
Wijzigingsverordening Vo-24 nr. 1Externe commissie ABS
De algemene raad heeft in juni 2025 een externe commissie ingesteld die onderzoek zal gaan doen naar bestaande en nieuwe alternatieve bedrijfsstructuren zich verhouden tot de kernwaarden van de advocatuur, met name de onafhankelijkheid, partijdigheid en vertrouwelijkheid. Hierbij zal ook het experiment rechtsbijstandsverzekeraars worden betrokken alsmede de uitspraak van het Europese Hof van 19 december 2024 in de zaak Halmer/BRAK, waarin het Hof oordeelde dat een lidstaat zuiver financiële instellingen kan verbieden om deel te nemen in het kapitaal van een advocatenkantoor.
De commissie is breed samengesteld. Onder leiding van prof. Jaap Winter nemen deel:
- Prof. Femke de Vries (Rijksuniversiteit Groningen);
- Prof. Jan Broekhuizen (Universiteit van Amsterdam);
- Prof. Barbara Baarsma (Universiteit van Amsterdam);
- Prof. Leen Paape (Nyenrode).
Het streven van de commissie is om in het eerste kwartaal van 2026 haar bevindingen aan de algemene raad aan te kunnen bieden.
Ook is de verwachting dat in het voorjaar 2026 het vervolgonderzoek door het WODC gepubliceerde rapport 'Alternatieve bedrijfsstructuren voor advocaten, over de advocatuur als maatschappelijke onderneming' van 23 oktober 2023, wordt afgerond.
Mede op basis van deze rapporten zal de algemene raad zijn visie gaan vormen met betrekking tot de alternatieve bedrijfsstructuren
WODC-rapport 'Alternatieve bedrijfsstructuren voor advocaten'Veelgestelde vragen
-
De NOvA kijkt al langer, ook in overleg met het departement, naar mogelijkheden van alternatieve bedrijfsstructuren en de regelgeving op dit gebied. Dit experiment is de volgende stap in dat traject.
Waarom wordt dit experiment gehouden met rechtsbijstandsverzekeraars en schaderegelingskantoren?
De NOvA ziet dat er behoefte in de maatschappij bestaat dat rechtsbijstandsverzekeraars en schaderegelingskantoren ook niet-verzekerden kunnen bijstaan. Dat betreft een groep rechtszoekenden die niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand en die ook geen rechtsbijstandsverzekering heeft.
-
Rechtsbijstandsverzekeraars en zelfstandige schaderegelingskantoren kunnen meedoen aan het experiment als de meerderheid van de bestuurders (en van de in een groep verbonden rechtspersoon-aandeelhouders) van die werkgever advocaat is.
-
Advocaten mogen in beginsel alleen voor andere advocaten werken om de onafhankelijkheid van de advocaat te beschermen. Onafhankelijkheid is een van de kernwaarden van de advocatuur die verankerd zijn in de wet en heel belangrijk voor een goede rechtsbedeling. In een arbeidsrelatie is de advocaat afhankelijk van de werkgever. Hij kan door zijn werkgever onder druk gezet worden om door te procederen terwijl dat niet te rechtvaardigen is of juist te schikken om proceskosten te besparen. Dat is niet in het belang van de cliënt. Als die werkgever ook advocaat is, kan daarop toezicht en handhaving plaatsvinden. Bij een werkgever die geen advocaat is, kan dat niet.
-
Het experiment loopt vijf jaar. Parallel aan het experiment wordt breder (internationaal) onderzoek gedaan naar de impact van een fundamentele systeemwijziging waarbij het waarborgen van de behoorlijke praktijkuitoefening conform de kernwaarden van de advocatuur, op een ander niveau, namelijk op de persoon van de advocaat, in de regelgeving wordt ingebouwd.