Onafhankelijke toezichthouder advocatuur
Sinds het verschijnen van het 'Eindrapport evaluatie Wet positie en toezicht advocatuur (Wpta)' in 2020 en de daarop gepresenteerde beleidsvoornemens vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid, hebben een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die de toenmalige minister voor Rechtsbescherming Dekker (VVD) ertoe hebben gebracht het oorspronkelijk voorgestelde toezichtsmodel – voortzetting van de lokale uitoefening van het toezicht, gecombineerd met de formalisering van het dekenberaad – aan te passen.
In 2022 sprak de NOvA haar steun uit voor het voorstel van de minister voor Rechtsbescherming voor één landelijke toezichthouder op de advocatuur – destijds genoemd de LTA: Landelijke Toezichthouder Advocatuur. In dat voorstel wordt het toezicht gecentraliseerd bij de LTA (met drie bestuurders) in plaats van per arrondissement uitgeoefend door de lokale dekens. Tegelijk bleef het toezicht binnen de beroepsgroep georganiseerd, onafhankelijk van de overheid, waardoor de vertrouwelijkheid van de relatie tussen cliënt en advocaat verzekerd is.
Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur
Minister Weerwind heeft de verdere uitwerking van het toezicht op de advocatuur ter hand genomen, waarbij de uitgangspunten van gecentraliseerd toezicht – nu echter benoemd als OTA: Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur - en de positionering daarvan binnen de beroepsgroep in stand zijn gebleven.
De NOvA vindt dat de minister hiermee oog heeft voor de kernwaarden van de advocatuur en de onafhankelijke positie van de beroepsgroep binnen de rechtsstaat. De algemene raad ziet de komst van een landelijk toezichthouder dan ook als een versterking van het toezicht en als een waarborg om het maatschappelijk vertrouwen in de advocatuur te behouden.
Kwaliteit van het toezicht waarborgen
Om de kwaliteit van het toezicht te waarborgen heeft de algemene raad een bestuur van de OTA voorgesteld bestaande uit advocaten en niet-advocaten, onafhankelijk gepositioneerd ten opzichte van de staat en andere organen van de NOvA. De kosten voor het toekomstige toezicht worden gedragen door de beroepsgroep. De algemene raad is van mening dat de sterkste schouders daarbij de zwaarste lasten moeten dragen.
De Minister voor Rechtsbescherming heeft zijn plannen voor de nadere invulling van de verstrekking van het toezicht op de advocatuur naar de Tweede Kamer gestuurd. De minister steunde in zijn brief om het toezicht op de advocatuur bij de OTA volledig onafhankelijk van de staat te blijven organiseren. In die plannen blijft klachtbehandeling bij de lokale dekens, gefaciliteerd met een centraal meldpunt voor klachten bij de OTA.
Alternatieven voor klachtbehandeling en toezicht
Naar aanleiding van de keuze van de minister om toezicht en klachtbehandeling niet in één hand te beleggen, heeft de Tweede Kamer tijdens het commissiedebat Juridische beroepen van 10 april 2024 aan demissionair minister Weerwind gevraagd welke alternatieven voor klachtbehandeling en toezicht hij nog meer heeft onderzocht. In een brief van 13 mei 2024 zet de minister deze alternatieven uiteen en licht hij toe waarom hij gekozen heeft voor een onafhankelijke toezichthouder die toezicht uitvoert en (bestuursrechtelijk) handhaaft met een centraal meldpunt voor klachten, maar de klachtbehandeling zelf door de lokale dekens laat uitvoeren.
Volgend op dit commissiedebat heeft het Kamerlid Ellian een motie ingediend, waarbij hij verzocht om de klachtbehandeling ook bij de OTA onder te brengen om aldus de signalen die uit de klachtbehandeling volgen, voor het toezicht te behouden. Deze motie is op 18 juni 2024 kamerbreed aangenomen.
Onderzoek Pro Facto
De algemene raad heeft in januari 2025 Pro Facto opdracht gegeven tot het opstellen van een rapport waarbij vanuit de toezichtstheorie en theorievorming rondom het klachtrecht en het tuchtrecht, de kaders beschreven worden die voor het maken van een keuze voor de inrichting van het stelsel medebepalend zijn. In de Kamerbrief van 17 februari 2025 'voortgang toezicht advocatuur' heeft de staatsecretaris aangegeven dit rapport af te wachten evenals de visie van de algemene raad over de inbedding van het toezicht en de klachtbehandeling. Pro Facto heeft op 8 juli zijn rapport uitgebracht.
Visie algemene raad
Bij brief d.d. 12 september 2025 heeft de algemene raad zijn breed gedragen visie gedeeld over de toekomst van het toezicht en het klachtrecht met Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Arno Rutte (portefeuillehouder rechtsbescherming) gedeeld. Deze visie is breed gedragen binnen de balie en in samenspraak met de dekens, college van afgevaardigden, college van toezicht en raad van advies vastgesteld en bevat de volgende elementen:
- De OTA dient voortvarend te worden opgericht en van start te gaan;
- Het klachtrecht dient de komende tijd te worden gemoderniseerd en gestroomlijnd. Dat moet en hoeft de start van de OTA niet op (te) houden;
- Na modernisering van het klachtrecht, kan definitief besloten worden waar de klachtbehandeling wordt ondergebracht; bijvoorbeeld bij een aparte afdeling van de OTA of een apart klachteninstituut;
- Modernisering is een noodzakelijke voorwaarde om de klachtbehandeling verantwoord onder te brengen bij de OTA en/of een apart klachteninstituut;
- Hangende de herziening blijft het klachtonderzoek en de klachtbehandeling belegd bij de dekens. Voor de uitwisseling van informatie uit klachtonderzoek tussen de dekens en de OTA dient bij de invoering van de OTA een wettelijke basis te worden gecreëerd.
In de kamerbrief van 19 september 2025 heeft de staatssecretaris aangegeven dat hij voor het einde van 2025 komt met een reactie aan de Kamer op de visie van de AR.