Kwaliteitstoetsen

Man en twee vrouwen overleggen achter laptop, staand, in kantooromgeving

Een advocaat moet jaarlijks voldoen aan een van de drie vormen voor de kwaliteitstoetsen: intervisie, peer review of gestructureerd intercollegiaal overleg.

Wat is gestructureerde feedback?

Gestructureerde feedback is een manier om met collega's of vakgenoten te leren van ervaringen, problemen, successen en uitdagingen in de dagelijkse werkpraktijk. Die verdieping van kennis, inzicht en vaardigheden moet leiden tot effectiever professioneel gedrag. Advocaten kunnen kiezen uit drie vormen van gestructureerde feedback: 

  1. Intervisie
  2. Peer review
  3. Gestructureerd intercollegiaal overleg
In PE-online kunt u de door u gekozen vorm bijhouden
Omschrijving van de video

Een advocaat moet ervoor zorgen dat hij goede kwaliteit levert: voor de rechtzoekende, maar ook in het belang van de beroepsgroep zelf. De NOvA ziet erop toe dat die kwaliteit wordt gewaarborgd en draagt bij aan een verdere bevordering van die kwaliteit. 

Kwaliteitstoetsen voor de advocatuur

Intervisie, Peer review of Gestructureerd intercollegiaal overleg

Bij intervisie bespreekt u in een vaste groep advocaten dilemma’s en vragen uit de dagelijkse praktijk, onder begeleiding van een deskundige. Het doel is om te leren van elkaar en te reflecteren op het eigen functioneren. De juridische inhoud van dossiers staat niet centraal; het gaat om de aanpak en keuzes in uw werk. De gespreksleider is aangewezen door de algemene raad en heeft een geheimhoudingsplicht.

Vereisten voor intervisie (Roda, art. 13a)
Kwaliteitstoetsen - intervisie

Bij peer review worden enkele van uw dossiers beoordeeld door een collega-advocaat (de reviewer) die op hetzelfde rechtsgebied werkzaam is. De reviewer kijkt mee naar uw juridische aanpak en bespreekt met u mogelijke alternatieven of verbeterpunten. Zo leert u van de beoordeling en versterkt u uw vakbekwaamheid. De reviewer is aangewezen als deskundige en valt onder de geheimhoudingsplicht van artikel 26 van de Advocatenwet.

Vereisten voor peer review (Roda, art. 13a)

U kunt ook reflecteren op uw eigen professioneel handelen en werken aan uw soft skills met behulp van een self-assessment. De NOvA heeft daarvoor een digitale self-assessmenttool ontwikkeld. 

Self-assessmenttool
Jonge vrouw achter laptop maakt self-assessment

In een gestructureerd intercollegiaal overleg (GIO) bespreekt u met collega’s vraagstukken uit de dagelijkse praktijkvoering, bijvoorbeeld over gedragsrecht, optreden in het publieke domein of de organisatie van uw praktijk. De gesprekken worden begeleid door een advocaat uit de groep. Anders dan bij intervisie is deze begeleider geen deskundige in de zin van artikel 26 van de Advocatenwet, dus houdt rekening met de vertrouwelijkheid van wat u deelt. 

Bekijk hier de vereisten voor GIO in de Regeling op de advocatuur, art. 13a

Gespreksleider of reviewer worden?

Binnen de advocatuur worden nadere regels gesteld over de uitvoeringsvereisten van de verschillende vormen van gestructureerde feedback. Ook zijn er vereisten vastgesteld ten aanzien van het aanwijzen van deskundigen: gespreksleiders en reviewers.

Bekijk de vereisten

Veelgestelde vragen

  • Online deelname aan de kwaliteitstoetsen is mogelijk voor de vormen intervisie en gestructureerd intercollegiaal overleg (GIO). Voor de vorm peer review is online deelname niet toegestaan; de review van dossiers vindt plaats op kantoor.

    Voor online deelname aan intervisie en GIO gelden deze voorwaarden:
    1. alle deelnemers gaan akkoord met deelname aan de kwaliteitstoetsen door videoconferentie;
    2. de identiteit van de deelnemers wordt gecontroleerd door de gespreksleider of begeleider;
    3. de aanwezigheid van de deelnemers wordt tijdens de bijeenkomst gecontroleerd door de gespreksleider of begeleider;
    4. de vertrouwelijkheid wordt door alle deelnemers gewaarborgd door onder meer deelname aan de bijeenkomst in een afgesloten ruimte zonder aanwezigheid van derden.
     

  • De verplichting tot het behalen van twintig opleidingspunten (artikel 4.4 Voda) staat los van de verplichting deel te nemen aan de kwaliteitstoetsen (artikel 4.3a Voda). 

    Aan de kwaliteitstoetsen kan worden deelgenomen door intervisie (8 uur per jaar), gestructureerd intercollegiaal overleg (8 uur per jaar) of peer review (4 uur per jaar). Als een advocaat kiest voor intervisie of peer review, kunnen daarmee ook opleidingspunten worden opgevoerd met een maximum van vier per jaar (zie artikel 4.4 lid 5 sub d van de Voda). Deze punten worden aangemerkt als niet-juridische punten. Voor gestructureerd intercollegiaal overleg worden geen opleidingspunten worden behaald.

    Als gekozen wordt voor intervisie dan kunnen van de verplichte acht uur per jaar vier uur worden opgevoerd als vier niet-juridische punten. Het maximum dat voor intervisie per jaar kan worden opgevoerd is daarmee bereikt en dat betekent dat indien daarnaast in een ander verband wordt deelgenomen aan intervisie die uren niet kunnen worden opgevoerd als opleidingspunten. Hetzelfde geldt voor peer review. Als aan beide vormen wordt deelgenomen kunnen punten voor beide vormen worden opgevoerd met een maximum per vorm van vier punten per jaar.

    Voor de reviewer en de gespreksleider geldt dat zij ook voor ieder heel uur dat zij optreden als peer reviewer of gespreksleider punten kunnen opvoeren met een maximum van vier uur per jaar. 

  • Ja, aan de verplichting tot deelname aan de kwaliteitstoetsen kan worden voldaan door intervisie te combineren met gestructureerd intercollegiaal overleg (artikel 4.3b in de Voda). Intervisie kan niet worden gecombineerd met peer review.

  • Art. 4.7 lid 3 onder c Voda bepaalt dat het verplichte aantal uren deelname aan intervisie en gestructureerd intercollegiaal overleg (GIO) naar rato verminderd wordt met twee uur per drie maanden afwezigheid in geval van langdurige ziekte of zwangerschap.

  • Nee, de compensatieregeling zoals die geldt voor de PO-punten (art. 4.4 lid 4 Voda) geldt niet voor de kwaliteitstoetsen. Het uitgangspunt van de kwaliteitstoetsen (art .4.3a en 4.3b Voda) is dat advocaten jaarlijks reflecteren op hun praktijkvoering.

  • Nee, de naar rato-regeling van art. 4.4, lid 4 Voda met betrekking tot opleidingspunten geldt niet voor de kwaliteitstoetsen, maar dat is in uw geval ook niet nodig. Advocaat-stagiairs die gedurende het jaar onvoorwaardelijk worden ingeschreven op het tableau hoeven volgens art. 4.3a, lid 1 Voda pas het jaar daarop deel te nemen aan de kwaliteitstoetsen.

  • Het uitgangspunt is dat de groep bestaat uit ten minste drie tot ten hoogste tien advocaten (zie art. 13a en 13b van de Regeling op de advocatuur). Naast advocaten kunnen ook andere professionals (bijvoorbeeld notarissen, fiscalisten of rechters) deelnemen aan intervisie of gestructureerd intercollegiaal overleg (GIO), zolang deze professionals een bijdrage leveren aan de professionele ontwikkeling van de deelnemende advocaten en tenminste de helft van de groep uit advocaten bestaat.

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.