Paragraaf 4.1.2 Professionele kennis en kunde
Artikel 4.3 Professionele kennis en kunde
De advocaat onderhoudt en ontwikkelt jaarlijks aantoonbaar zijn professionele kennis en kunde op voor zijn praktijk relevante rechtsgebieden.
Artikel 4.3a Kwaliteitstoetsen
- Een advocaat is verplicht ieder kalenderjaar, en voor het eerst het kalenderjaar volgend op de onvoorwaardelijke inschrijving op het tableau, deel te nemen aan kwaliteitstoetsen door:
- intervisie ofwel onder begeleiding van een gespreksleider ofwel als gespreksleider die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag; of
- peer review door een reviewer die is aangewezen als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, gedurende ten minste vier uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag.
- De algemene raad stelt nadere regels over:
- de vereisten aan intervisie en peer review; en
- de vereisten aan de aanwijzing, de intrekking van de aanwijzing en de registratie van gespreksleiders en reviewers.
Artikel 4.3b Gestructureerd intercollegiaal overleg
- In plaats van de in artikel 4.3a, eerste lid, bedoelde verplichting kan een advocaat deelnemen aan gestructureerd intercollegiaal overleg onder begeleiding van een begeleider, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag.
- De algemene raad stelt nadere regels over:
- de vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg; en
- de vereisten aan begeleiders.
Artikel 4.4 Opleidingspunten
- Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.
- Onverminderd het bepaalde in het eerste lid behaalt de advocaat die ten minste zes maanden is ingeschreven, elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op ieder rechtsgebied waarop hij zich het daaropvolgende kalenderjaar gaat registreren als bedoeld in artikel 6.32.
- Indien deze paragraaf in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid naar rato verminderd.
- Een advocaat die ten minste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste en tweede lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald. Een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het tweede lid kan uitsluitend worden gecompenseerd met opleidingspunten op hetzelfde rechtsgebied.
- Een advocaat behaalt één opleidingspunt door:
- ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:
- het onderwijs gegeven is door deskundige docenten;
- de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld;
- het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft; en
- indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven;
- ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt;
- iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur;
- ieder heel uur dat hij heeft deelgenomen aan kwaliteitstoetsen in de vorm van:
- intervisie met ten hoogste vier punten per jaar;
- peer review met ten hoogste vier punten per jaar;
- andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden.
- ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien:
- De algemene raad stelt regels:
- die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden;
- over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding.
- Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken met vermelding daarbij, voor zover van toepassing, van de geregistreerde rechtsgebieden als bedoeld in artikel 6.32 waarop de opleidingspunten betrekking hebben.
Artikel 4.5 Inhaalverplichting
- Indien een advocaat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 4.4, eerste, derde en vierde lid haalt hij uiterlijk binnen twaalf maanden na afloop van het desbetreffende kalenderjaar het tekort aan opleidingspunten in.
- De op grond van het eerste lid ingehaalde opleidingspunten gelden niet als opleidingspunten als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, of als overschot als bedoeld in het artikel 4.4, vierde lid.
- Dit artikel laat onverlet dat de deken een dekenbezwaar kan indienen op grond van artikel 46f van de Advocatenwet.
Artikel 4.6 Herintredersregeling
- Een advocaat die meer dan een jaar niet ingeschreven heeft gestaan, behaalt in de twaalf maanden na zijn beëdiging twintig opleidingspunten met juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied, onverminderd het bepaalde in artikel 4.4, eerste, tweede en derde lid.
- Een advocaat kan bij de raad van de orde binnen vier weken na beëdiging gehele of gedeeltelijke vrijstelling verzoeken van het eerste lid, waarbij hij aantoont dat hij voldoende actuele kennis heeft van de voor zijn praktijk relevante rechtsgebieden.
- De raad van de orde kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4.7 Langdurige ziekte of zwangerschap
- Indien een advocaat de praktijk meer dan zes maanden niet heeft uitgeoefend in verband met ziekte kan hij een beroep doen op toepassing van het tweede tot en met het vierde lid.
- Artikel 4.3.a eerste lid, artikel 4.3b eerste lid en artikel 4.4, eerste, en tweede lid, zijn niet van toepassing zo lang de advocaat de praktijk niet uitoefent. Artikel 4.5 is niet van toepassing op een tekort aan opleidingspunten ontstaan voordat het onderhavige derde en vijfde lid van toepassing werden.
- Op het moment dat de advocaat de praktijkuitoefening geheel of gedeeltelijk hervat:
- wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, dat hij dient te behalen in het kalenderjaar dat hij de praktijkuitoefening hervat, naar rato verminderd overeenkomstig artikel 4.4, derde lid; en
- behaalt de advocaat binnen twaalf maanden op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied;
- vijf opleidingspunten indien de advocaat minder dan twaalf maanden de praktijk niet heeft uitgeoefend;
- tien opleidingspunten indien de advocaat twaalf maanden of meer maar minder dan vierentwintig maanden de praktijk niet heeft uitgeoefend;
- twintig opleidingspunten indien de advocaat meer dan vierentwintig maanden de praktijk niet heeft uitgeoefend.
- wordt het aantal uren, bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, sub a, en artikel 4.3b, eerste lid, dat de advocaat verplicht is deel te nemen, naar rato verminderd met twee uur per drie maanden waarin hij de praktijk in het kalenderjaar niet heeft uitgeoefend wegens langdurige ziekte of zwangerschap.
- Indien een advocaat in het kalenderjaar waarin hij de praktijkuitoefening geheel of gedeeltelijk hervat minder dan zes maanden de praktijk uitoefent, is artikel 4.4, tweede lid, niet van toepassing in dat kalenderjaar.
- Een advocaat kan binnen vier weken nadat hij de praktijk geheel of gedeeltelijk heeft hervat de raad van de orde verzoeken om gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het derde lid, onderdeel b, waarbij hij aantoont dat hij voldoende actuele kennis heeft van de voor zijn praktijk relevante rechtsgebieden. De raad van de orde kan aan de vrijstelling voorwaarden verbinden.
- Indien een advocaat in verband met zwangerschap ten minste 16 weken de praktijk niet heeft uitgeoefend zijn het derde lid, sub c en artikel 4.4, derde lid, van toepassing.
Artikel 4.2 Reikwijdte
Deze paragraaf, met uitzondering van artikel 4.4, tweede lid, heeft betrekking op alle advocaten die al dan niet onderbroken ten minste drie jaar op het tableau staan. Of iemand stagiaire is of in deeltijd werkt, is voor de toepassing van deze paragraaf niet relevant. Voor de berekening van de termijn van drie jaar wordt gekeken naar de eerste inschrijving op het tableau. Dit betekent dat een advocaat die zich bijvoorbeeld een jaar na beëdiging laat schrappen en na twee jaar herintreedt, op dat moment moet voldoen aan de in deze paragraaf opgenomen bepalingen. De eerste drie jaar dat een advocaat op het tableau staat geldt deze paragraaf nog niet, omdat hij geacht wordt de beroepsopleiding te volgen die drie jaar duurt. Voor EU-advocaten die op grond van artikel 16h van de Advocatenwet ingeschreven staan en advocaten die zijn ingeschreven op basis van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, is deze paragraaf direct van toepassing.
Uitzondering geldt voor de verplichte opleidingspunten voor rechtsgebieden (artikel 4.4, tweede lid). Deze verplichting geldt voor de advocaat die onvoorwaardelijk op het tableau is ingeschreven en in het desbetreffende jaar ten minste zes maanden is ingeschreven. De rechtzoekende is gebaat bij een goed zoekregister waarin duidelijk zichtbaar is op welke rechtsgebieden advocaten werkzaam zijn. Het dient daarbij te gaan om advocaten die in staat zijn zelfstandig en naar behoren de praktijk uit te oefenen. Een advocaat die voorwaardelijk is ingeschreven (de stagiaire), voldoet hier (nog) niet aan. De verplichting om opleidingspunten voor rechtsgebieden te behalen geldt derhalve niet voor de advocaat die voorwaardelijk op het tableau is ingeschreven.