Paragraaf 4.1 Kwaliteitstoetsen
Artikel 13b Vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg
Gestructureerd intercollegiaal overleg, als bedoeld in artikel 4.3b van de Verordening voldoet aan de volgende vereisten:
a. gestructureerd intercollegiaal overleg vindt plaats in een groep van ten minste drie en ten hoogste tien advocaten;
b. voorafgaand aan ieder overleg wordt een deelnemer als begeleider aangewezen;
c. de advocaten en de begeleider bespreken voorafgaand aan het overleg de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens het overleg wordt besproken;
d. de advocaten brengen ieder in één of meer vragen met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering; en
e. de begeleider bevestigt ieders deelname in een bewijs van deelname met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen.
Artikel 13c Vereisten gespreksleider, reviewer en begeleider
1. Een gespreksleider wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet aangewezen indien deze:
a. academisch is geschoold; en
b. in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag een cursus heeft gevolgd op het gebied van gespreksleiding voor intervisie bestaande uit ten minste twee dagdelen en een terugkombijeenkomst.
2. Een reviewer wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet aangewezen indien deze:
a. een advocaat is die langer dan zeven jaar op het tableau is ingeschreven;
b. werkzaam is op het rechtsgebied waarop hij de review doet; en
c. in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag een cursus heeft gevolgd op het gebied van peer review bestaande uit ten minste twee dagdelen en een terugkombijeenkomst.
3. De begeleider, bedoeld in artikel 4.3b, eerste lid, van de Verordening, is een advocaat.
4. Met een cursus wordt gelijkgesteld het hebben gevolgd of gegeven van een opleiding waarin vergelijkbare kennis is opgedaan, en waarbij bovendien in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag ingeval een aanvraag gespreksleider ieder jaar ten minste eenmaal per jaar een intervisiebijeenkomst is verzorgd, of ingeval een aanvraag reviewer ten minste twee reviews zijn verzorgd.
5. De aanwijzing van de gespreksleider of de reviewer geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar, met de mogelijkheid tot verlenging van telkens een periode van vijf jaar.
6. Deze periode wordt uitsluitend verlengd indien de aanvrager kan aantonen dat hij in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag ten minste heeft verzorgd: a. als gespreksleider vijf intervisiebijeenkomsten; of b. als reviewer twee reviews.
7. Een aanwijzing als deskundige als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet, kan worden ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor aanwijzing en vervalt van rechtswege indien een reviewer niet langer als advocaat op het tableau is ingeschreven.
8. De secretaris van de algemene raad houdt een overzicht bij van de aangewezen deskundigen.
Artikel 13a Vereisten aan vormen van kwaliteitstoetsen
1. Intervisie als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening voldoet aan de volgende vereisten:
a. intervisie vindt plaats in een groep van ten minste drie en ten hoogste tien advocaten;
b. deelnemende advocaten en de gespreksleider bespreken voorafgaand aan de intervisie de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens de intervisie wordt besproken;
c. de advocaten brengen ieder in één of meer dilemma’s of vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering of de praktijkuitoefening in; en
d. de gespreksleider bevestigt ieders deelname in een bewijs van deelname met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen.
2. Peer review als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening voldoet aan volgende vereisten:
a. de peer review wordt uitgevoerd door een reviewer die werkzaam is op hetzelfde rechtsgebied of dezelfde rechtsgebieden als de gereviewde advocaat;
b. de advocaat en de reviewer reviewen elkaar niet over en weer;
c. de advocaat en de reviewer bespreken voorafgaand aan de review de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens de review wordt besproken of wordt ingezien;
d. voorafgaand aan de peer review voert de advocaat een zelfevaluatie uit ter voorbereiding op de review;
e. de review omvat ten minste vijf dossiers die door de reviewer worden geselecteerd in overleg met de advocaat. De reviewer maakt bij de review gebruik van de door de algemene raad vastgestelde beoordelingscriteria in bijlage 10;
f. de review wordt afgesloten door een gesprek tussen de reviewer en de advocaat; en
g. de reviewer bevestigt in een verslag dat peer review heeft plaatsgevonden met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen