Algemeen
In de praktijk komt het voor dat een stagiaire een verzoek doet tot toepassing van de hardheidsclausule, bijvoorbeeld om zijn toetsgelegenheid te behouden.
Toetsgelegenheden en behoud toetskans
Per vak mag de stagiaire ten hoogste driemaal een toets afleggen. De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het vak nadat het onderwijs is gevolgd. Indien de stagiaire de eerste toets van een vak niet heeft behaald, dan is de stagiaire verplicht om deel te nemen aan de eerstvolgende toetsgelegenheid die wordt geboden (tweede toetskans). Indien de stagiaire niet deelneemt aan de voor hem geldende toetsgelegenheid, wordt de toets als niet behaald beschouwd. Dit kan ook het geval zijn als
de stagiaire niet wordt toegelaten tot de toets, omdat nog niet aan alle onderwijsverplichtingen is voldaan.
Als de stagiaire door overmacht niet kan deelnemen aan de toets, kan de stagiaire tot uiterlijk vier weken na de toetsgelegenheid een zogenaamd ‘verzoek behoud toetskans’ indienen op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.19, zesde lid, juncto vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur). Daardoor gaat geen toetskans verloren.
Indien de stagiaire de tweede toetskans niet heeft behaald, dan wordt de stagiaire automatisch ingepland voor de eerstvolgende (dan dus derde) toetsgelegenheid. De stagiaire is echter niet verplicht om deze derde toetskans op dat eerstvolgende moment te benutten. De stagiaire kan ervoor kiezen te worden ingepland voor een daaropvolgende toetsgelegenheid. Wel moet de stagiaire hierbij rekening houden met de duur van de stage.
Het ‘verzoek behoud toetskans’ op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.19, zesde lid, juncto vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur) is niet van toepassing bij de derde toetskans, omdat daar niet geldt dat de eerstvolgende toetsgelegenheid moet worden gebruikt om de toets af te leggen.
Alternatieve wijze van toetsing
Indien de stagiaire een functiebeperking heeft, kan de stagiaire de examencommissie verzoeken om de toets op een zo veel mogelijk aan zijn of haar individuele beperking aangepaste wijze af te leggen. Hierbij kan worden gedacht aan verlenging van de standaardduur van de toets, gebruik van hulpmiddelen en/of aanpassing van de toetsvorm. Het verzoek moet worden ondersteund door een medische verklaring.
Extra toetskans
In het geval dat de stagiaire ook de derde toetskans niet heeft gehaald, kan de stagiaire verzoeken om een extra toetskans op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.19, zesde lid, juncto vierde lid, van de Verordening op de advocatuur). Het zesde lid bepaalt immers dat de algemene raad kan afwijken van het vierde lid, waarin staat dat de stagiaire ten hoogste driemaal een toets per vak kan afleggen. De stagiaire dient bij een beroep op deze hardheidsclausule aan te tonen dat toepassing van het vierde lid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De algemene raad gaat zeer restrictief om met de toepassing van deze hardheidsclausule. In het verleden zijn uitsluitend verzoeken ingewilligd waarin:
i) sprake was van overmacht (van buiten komend onheil) waardoor iedere toets niet met goed gevolg is afgelegd; en (cumulatief)
ii) alle andere mogelijkheden (behoud toetskans, zelf bepalen derde toetsmoment, alternatieve wijze van toetsing) geen oplossing konden bieden.
De stagiaire zal dus moeten aantonen dat sprake is van overmacht bij iedere toets, causaal verband tussen het van buiten komend onheil en het niet behalen van de toetsen, wat de stagiaire heeft gedaan om de effecten van het van buiten komend onheil te verkleinen èn waarom alle andere mogelijkheden in het specifieke geval geen oplossing konden bieden. Door het maken van de toets aanvaardt de stagiaire het risico dat de toets met een onvoldoende resultaat kan worden afgesloten. Dit risico kan niet worden verlegd met een beroep op een extra toetskans.
De stagiaire moet het verzoek tot een extra toetskans indienen uiterlijk vier weken na de betreffende derde toetsgelegenheid. Reeds op dat moment weet de stagiaire immers alle omstandigheden van de overmacht waardoor de eerste en tweede toets en vermoedelijk ook derde toets niet goed is afgelegd en dat de andere mogelijkheden geen oplossing konden bieden. In het geval dat de uitslag van de derde toets nog niet bekend is, zal het verzoek zekerheidshalve moeten worden ingediend in afwachting van de uitslag.
Algemeen
In de praktijk komt het voor dat een stagiaire een verzoek doet tot toepassing van de hardheidsclausule, bijvoorbeeld om zijn toetsgelegenheid te behouden.
Toetsgelegenheden en behoud toetskans
Per vak mag de stagiaire ten hoogste driemaal een toets afleggen. De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het vak nadat het onderwijs is gevolgd. Indien de stagiaire de eerste toets van een vak niet heeft behaald, dan is de stagiaire verplicht om deel te nemen aan de eerstvolgende toetsgelegenheid die wordt geboden (tweede toetskans). Indien de stagiaire niet deelneemt aan de voor hem geldende toetsgelegenheid, wordt de toets als niet behaald beschouwd. Dit kan ook het geval zijn als
de stagiaire niet wordt toegelaten tot de toets, omdat nog niet aan alle onderwijsverplichtingen is voldaan.
Als de stagiaire door overmacht niet kan deelnemen aan de toets, kan de stagiaire tot uiterlijk vier weken na de toetsgelegenheid een zogenaamd ‘verzoek behoud toetskans’ indienen op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.19, zesde lid, juncto vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur). Daardoor gaat geen toetskans verloren.
Indien de stagiaire de tweede toetskans niet heeft behaald, dan wordt de stagiaire automatisch ingepland voor de eerstvolgende (dan dus derde) toetsgelegenheid. De stagiaire is echter niet verplicht om deze derde toetskans op dat eerstvolgende moment te benutten. De stagiaire kan ervoor kiezen te worden ingepland voor een daaropvolgende toetsgelegenheid. Wel moet de stagiaire hierbij rekening houden met de duur van de stage.
Het ‘verzoek behoud toetskans’ op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.19, zesde lid, juncto vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur) is niet van toepassing bij de derde toetskans, omdat daar niet geldt dat de eerstvolgende toetsgelegenheid moet worden gebruikt om de toets af te leggen.
Alternatieve wijze van toetsing
Indien de stagiaire een functiebeperking heeft, kan de stagiaire de examencommissie verzoeken om de toets op een zo veel mogelijk aan zijn of haar individuele beperking aangepaste wijze af te leggen. Hierbij kan worden gedacht aan verlenging van de standaardduur van de toets, gebruik van hulpmiddelen en/of aanpassing van de toetsvorm. Het verzoek moet worden ondersteund door een medische verklaring.
Extra toetskans
In het geval dat de stagiaire ook de derde toetskans niet heeft gehaald, kan de stagiaire verzoeken om een extra toetskans op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.19, zesde lid, juncto vierde lid, van de Verordening op de advocatuur). Het zesde lid bepaalt immers dat de algemene raad kan afwijken van het vierde lid, waarin staat dat de stagiaire ten hoogste driemaal een toets per vak kan afleggen. De stagiaire dient bij een beroep op deze hardheidsclausule aan te tonen dat toepassing van het vierde lid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De algemene raad gaat zeer restrictief om met de toepassing van deze hardheidsclausule. In het verleden zijn uitsluitend verzoeken ingewilligd waarin:
i) sprake was van overmacht (van buiten komend onheil) waardoor iedere toets niet met goed gevolg is afgelegd; en (cumulatief)
ii) alle andere mogelijkheden (behoud toetskans, zelf bepalen derde toetsmoment, alternatieve wijze van toetsing) geen oplossing konden bieden.
De stagiaire zal dus moeten aantonen dat sprake is van overmacht bij iedere toets, causaal verband tussen het van buiten komend onheil en het niet behalen van de toetsen, wat de stagiaire heeft gedaan om de effecten van het van buiten komend onheil te verkleinen èn waarom alle andere mogelijkheden in het specifieke geval geen oplossing konden bieden. Door het maken van de toets aanvaardt de stagiaire het risico dat de toets met een onvoldoende resultaat kan worden afgesloten. Dit risico kan niet worden verlegd met een beroep op een extra toetskans.
De stagiaire moet het verzoek tot een extra toetskans indienen uiterlijk vier weken na de betreffende derde toetsgelegenheid. Reeds op dat moment weet de stagiaire immers alle omstandigheden van de overmacht waardoor de eerste en tweede toets en vermoedelijk ook derde toets niet goed is afgelegd en dat de andere mogelijkheden geen oplossing konden bieden. In het geval dat de uitslag van de derde toets nog niet bekend is, zal het verzoek zekerheidshalve moeten worden ingediend in afwachting van de uitslag.