Beleidsregel stageverkorting
Besluit van de algemene raad van 1 december 2014 tot vaststelling van de beleidsregel inzake stageverkorting, gewijzigd per 1 januari 2016 door middel van het Wijzigingsbesluit stageverkorting (Beleidsregel stageverkorting)
De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten;
Gelet op artikelen 4:81 en 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op artikel 9b, tweede lid, van de Advocatenwet;
Overwegende dat de raden van de orden de duur van de stage slechts verkorten indien:
- de betrokken stagiaire kan wijzen op juridische ervaring, welke gelijk is te achten aan een Nederlandse advocatenstage; of
- het gaat om een zeer geringe verkorting, waarbij sprake is van een duidelijk belang aan de zijde van de stagiaire;
stelt de volgende beleidsregel vast:
Artikel 1 onthouden goedkeuring
De algemene raad onthoudt goedkeuring aan de verkorting van de duur van de stage, indien deze verkorting in strijd is met het recht, tenzij deze strijd zo beperkt is dat onthouding van goedkeuring een te zwaar middel zou zijn.
Artikel 2 inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 3 citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel stageverkorting.
Algemeen
De Nederlandse orde van advocaten heeft criteria opgesteld die de raden van de orden als hun beleid hebben omarmd bij de beoordeling van verzoeken om verkorting van de duur van de stage. Deze criteria staan in de considerans van deze beleidsregel. De termijn van drie jaar voorgeschreven voor de stage is een minimale termijn waarin de vorming van de advocaat nauwelijks kan worden voltooid. In verband hiermede zijn de raden van de orde uiterst terughoudend met het verlenen van goedkeuring. In het verleden is een stageverkorting van acht, respectievelijk zeven weken, geweigerd. Daarbij is niet als duidelijk belang aanvaard dat de stagiaire niet in de advocatuur werkzaam wilde blijven.