Paragraaf II Bepalingen voor de stagiaire gestart met de BA vóór 1 maart 2021

Artikel 4 Reikwijdte paragraaf

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de advocaat die uiterlijk in september 2020 de beroepsopleiding advocaten aanvangt en met ingang van 1 oktober 2020 zonder onderbreking op het tableau staat ingeschreven en ingevolge daarvan een beroep doet op artikel 9.2a van de Verordening op de advocatuur.

Artikel 4 Aanvang BA 2013-2020

De stagiaire die uiterlijk in september 2020 de beroepsopleiding advocaten aanvangt en met ingang van 1 oktober 2020 zonder onderbreking op het tableau staat ingeschreven kan op grond van het overgangsrecht van artikel 9.2a van de Verordening op de advocatuur nog een beroep doen op de artikelen 3.18, eerste lid, en 3.20, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur. Op grond van deze artikelen kan om vrijstelling voor deelname aan het onderwijs of van de verplichting om in alle onderdelen van het examen een toets af te leggen worden ingediend bij de algemene raad. Deze artikelen zijn terug te vinden in een historische versie van de Verordening op de advocatuur op de website regelgeving van de NOvA.

Artikel 5 Termijn verzoek vrijstelling onderwijs en toets

  1. De stagiaire verzoekt vrijstelling deelname onderwijs als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid van de Verordening op de advocatuur, uiterlijk vier weken na aanvang van het desbetreffende onderwijs.
     
  2. De stagiaire verzoekt vrijstelling van de toets als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur, uiterlijk zes weken voor de desbetreffende eerste toetsgelegenheid.

Artikel 5 Termijn vrijstelling

Het verzoek moet worden ingediend binnen een bepaalde termijn. Voor de vrijstelling deelname onderwijs uiterlijk vier weken na aanvang van het onderwijs. Het is immers mogelijk dat gedurende het onderwijs de stagiaire tot de conclusie komt dat reeds aan de toetstermen is voldaan. Na deze termijn heeft een verzoek weinig zin meer, omdat een besluit op het verzoek dan niet meer voor de toets is te verwachten en de stagiaire om zijn toetskans zeker te stellen toch aan het onderwijs moet blijven deelnemen.

Voor vrijstelling toets is de termijn uiterlijk zes weken voor de desbetreffende eerste toetsgelegenheid. Hierdoor wordt verzekerd dat een besluit kan worden genomen voordat de toets moet worden afgelegd. Daarmee wordt tevens voorkomen dat de stagiaire in zijn belang wordt geschaad als het besluit lang op zich laat wachten en de toets toch moet worden afgelegd en in de tussentijd wellicht minder aandacht aan de studie zal worden geschonken.

De stagiaire kan gebruik maken van een aanvraagformulier, zodat de aanvraag met daarbij alle benodigde gegevens wordt vereenvoudigd.

Artikel 6 Weigering van de vrijstelling

  1. De algemene raad weigert de vrijstelling deelname onderwijs in ieder geval indien:
    1. de stagiaire het verzoek indient later dan vier weken na aanvang van het desbetreffende onderwijs;
    2. de stagiaire verzoekt om vrijstelling deelname onderwijs voor de vakken vaardigheden, schriftelijke vaardigheden, inclusief argumentatieleer, en beroepsattitude & beroepsethiek;
    3. de stagiaire verzoekt om vrijstelling voor een deel van het onderwijs; of
    4. de stagiaire reeds het gehele onderwijs heeft gevolgd.
       
  2. De algemene raad weigert de vrijstelling toets in ieder geval indien:
    1. de stagiaire het verzoek indient later dan vier weken voorafgaand aan de desbetreffende toets;
    2. de stagiaire verzoekt om vrijstelling toets voor de vakken vaardigheden, schriftelijke vaardigheden, inclusief argumentatieleer, en beroepsattitude & beroepsethiek;
    3. het voor de stagiaire niet de eerste toetsgelegenheid is van het desbetreffende vak; of
    4. de stagiaire reeds een onvoldoende resultaat heeft behaald voor de desbetreffende toets.

Artikel 6 Weigering van de vrijstelling

Zekerheidshalve is in dit artikel opgenomen wanneer de vrijstelling wordt geweigerd. De gronden zijn alternatief geformuleerd; iedere grond is op zichzelf voldoende om de vrijstelling te weigeren. Dit artikel laat onverlet dat op andere gronden de vrijstelling wordt geweigerd. De algemene raad zal dit van geval tot geval afwegen.

Artikel 7 Verlening van de vrijstelling

  1. De algemene raad verleent de vrijstelling deelname onderwijs in ieder geval indien:
    1. de stagiaire verzoekt om vrijstelling deelname onderwijs voor een volledig cognitief vak; en
    2. de stagiaire beschikt over de aan de beroepsopleiding advocaten gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid, bedoeld in artikel 3.18, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur, inhoudende dat:
      - aan de toetstermen, neergelegd in de vakbeschrijving van het vak waarvoor een vrijstelling wordt gevraagd, is voldaan;
      - de bekwaamheid niet langer dan drie jaren vóór de beëdiging is verworven; en
      - de bekwaamheid is opgedaan vanuit een partijdige invalshoek.
       
  2. De algemene raad verleent de vrijstelling toets uitsluitend indien:
    1. de stagiaire verzoekt om vrijstelling toets voor een cognitief vak;
    2. het de eerste toetsgelegenheid is voor het desbetreffende vak;
    3. de stagiaire voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b; en
    4. de stagiaire beschikt over recente diepgaande relevante theoretische bekwaamheid, blijkende uit:
      - behaald diploma of certificaat van een toets waarvan het niveau vergelijkbaar is met dat van de betreffende toets in de beroepsopleiding advocaten, behaald niet langer dan drie jaren voor de eerste toetsgelegenheid; of
      - fundamenteel onderzoek, gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften of vakbladen, gepubliceerd niet langer dan drie jaren voor de beëdiging.

Artikel 7 Verlening van de vrijstelling

In dit artikel is opgenomen wanneer de vrijstelling wordt verleend. Het moet allereerst gaan om een cognitief vak. De zogenaamde vaardigheidsvakken en vakken beroepsattitude en -ethiek zijn dermate belangrijk voor de praktijkvoering van de advocaat dat deze zijn uitgesloten van vrijstelling. Bovendien kan een vrijstelling alleen op een volledig onderdeel (vak) van de beroepsopleiding betrekking hebben.

Via deze beleidsregel wordt uitleg gegeven van het begrip ‘gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid’ uit de Verordening op de advocatuur. De algemene raad vergelijkt de door de stagiaire verworven bekwaamheid met de toetstermen die zijn neergelegd in de vakbeschrijving van het vak waarvoor een vrijstelling wordt gevraagd.

Om zeker te zijn dat aan de doelstelling van het vrijstellingenbeleid wordt voldaan, is het van belang dat de stagiaire over actuele kennis beschikt. Onderwijs dat langer dan drie jaar voor de beëdiging is gevolgd op een rechtsgebied waarop de stagiaire vervolgens niet werkzaam is geweest, voldoet naar de mening van de algemene raad niet aan dat criterium. Het recht is immers voortdurend in ontwikkeling.

Voorts hecht de algemene raad aan de partijdige invalshoek, waarmee bedoeld is aan te geven dat tijdens het onderwijs of in de praktijk de stagiaire heeft geleerd de problematiek te bezien vanuit de positie van zijn cliënt. Duidelijk moet zijn dat de stagiaire heeft geleerd dat hij partijdig is, in de zin dat hij de belangen van zijn cliënt dient en zich daartoe strategisch opstelt ten opzichte van de wederpartij. Bij beoordeling van recente praktijkervaring geldt eveneens dat de stagiaire in die positie te maken had met belangenbehartiging, waarbij, vergelijkbaar met de advocatuur, uitdrukkelijk positie wordt gekozen voor de rechtzoekende.

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om vrijstelling te verlenen voor het elders volgen van onderwijs in het betreffende onderdeel van de beroepsopleiding, tenzij dit onderwijs door een door de algemene raad geaccrediteerde onderwijsinstelling wordt verzorgd. De stagiaire heeft immers de verplichting om de beroepsopleiding advocaten te voltooien.

In het tweede lid van dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de algemene raad de betrokken belangen afweegt bij het gebruik van zijn vrijstellingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur (vrijstelling toets).

Ook hierbij geldt dat het moet gaan om een cognitief vak. De zogenaamde vaardigheidsvakken en beroepsattitude en -ethiek zijn dermate belangrijk voor de praktijkvoering van de advocaat dat deze zijn uitgesloten van vrijstelling.

Indien de stagiaire eerder aan de toets heeft deelgenomen, wordt van de verplichting om die toets af te leggen geen vrijstelling verleend.

Ten aanzien van de vrijstelling toets is niet voldoende dat een gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid is verworven; de stagiaire dient aan te tonen dat hij een diepgaande relevante theoretische bekwaamheid heeft verworven. Er moet derhalve zowel worden voldaan aan de vereisten voor vrijstelling deelname onderwijs, als ook worden aangetoond dat diepgaande theoretische bekwaamheid is verworven.

De stagiaire geeft blijk van deze recente diepgaande relevante theoretische bekwaamheid door een door de stagiaire gevolgde opleiding ter afsluiting waarvan een diploma is afgegeven, na het behaald hebben van een schriftelijk of mondeling examen. Hierbij kan worden gedacht aan een algemene opleiding, vergelijkbaar met een Grotius-opleiding of de postacademische leergang arbeidsrecht (PALA). Het volgen van een cursus waarvoor een deelnamecertificaat wordt verstrekt, voldoet niet aan de kwalificatie diepgaande theoretische kennis. Uiteraard kan een en ander ook worden aangetoond door middel van een combinatie van meerdere diploma’s of certificaten. Voorts kan bedoelde theoretische kennis blijken uit recente publicaties van wetenschappelijke artikelen waaruit blijkt dat fundamenteel onderzoek heeft plaatsgevonden op een bepaald en voor de beroepsopleiding relevant rechtsgebied.

Voor wat betreft het waarborgen dat het actuele kennis betreft is aangesloten bij het eerste lid, onderdeel b, tweede gedachtestreep.

Navigeer inhoud van  Beleidsregels

Navigeer inhoud van Beleidsregels

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.