Beroepsgeheim en verschoningsrecht voor advocaten bij grensoverschrijdende fiscale constructies

Vertrouwelijkheid

Nieuws

Belastingdienst iStock-490685786

De kennisgevingsplicht op grond van de Europese DAC6-richtlijn is in strijd met het recht op eerbiediging van de communicatie tussen een advocaat en zijn cliënt. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

De Mandatory Disclosure Rules (MDR of DAC6) verplichten intermediairs om mogelijk agressieve grensoverschrijdende fiscale planningsconstructies te melden bij de Belastingdienst. Dit met als doel om belastingontwijking tegen te gaan. Advocaten die als intermediair kwalificeren, zijn van de meldplicht uitgezonderd.

Een advocaat-intermediair moest – tot de uitspraak van het Europese Hof op 8 december jl. – wel eventuele andere intermediairs onverwijld in kennis stellen van hun meldingsverplichtingen. Dit heeft tot gevolg dat die andere intermediairs op de hoogte worden gesteld van de identiteit van de advocaat, van diens beoordeling dat de betrokken fiscale constructie moet worden gemeld en van het feit dat hij daarover is geraadpleegd. Deze kennisgevingsplicht vloeit ook voort uit DAC6.

Op 8 december 2022 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie – op verzoek van het Belgische Grondwettelijk Hof – een prejudiciële uitspraak gedaan. De zaak draaide om de omvang van de bescherming van het beroepsgeheim van advocaten die als intermediair betrokken zijn bij fiscale constructies en de kennisgevingsplicht die op hen rust krachtens DAC6. Het Hof oordeelt dat de kennisgevingsplicht niet noodzakelijk is en dus in strijd is met het recht op eerbiediging van de communicatie tussen een advocaat en zijn cliënt.

DAC6 is geïmplementeerd in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. Over de implicaties van deze uitspraak voor de advocatuur in Nederland voert de NOvA overleg met het ministerie van Financiën.

Update 5 augustus 2024

Het Europees Hof van Justitie van de Europese Unie te Luxemburg heeft in een belangrijk arrest van 29 juli 2024 opnieuw het belang van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat bevestigd. De vertrouwelijkheid van de relatie tussen de advocaat en zijn cliënt geniet een zeer specifieke bescherming, die verband houdt met de bijzondere positie van de advocaat en de fundamentele taak die hem is opgedragen. Dit is zelfs te onderscheiden van andere beroepsbeoefenaren die eventueel ook gerechtigd zijn om in rechte op te treden.

Over dit onderwerp

Vertrouwelijkheid

Vertrouwelijkheid is een kernwaarde van de advocatuur. Iedere advocaat heeft een geheimhoudingsplicht over informatie die een cliënt deelt. In het belang van de rechtzoekende kan de advocaat zich beroepen op het verschoningsrecht.

Meer informatie

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.