Paragraaf 4.2 Erkenning van opleidingsinstellingen
Artikel 17 Weigeringsgronden
1. De algemene raad wijst het verzoek om erkenning af indien:
a. de opleidingsinstelling
i. in surseance van betaling verkeert of over de instelling het faillissement is uitgesproken;
ii. opleiden niet als hoofdactiviteit heeft en evenmin een aparte afdeling heeft die opleiden als hoofdactiviteit heeft;
b. de opleidingen
i. niet gericht zijn op de doelgroepen:
- advocaten;
- academisch geschoolde juristen;
- beoefenaren van een toegelaten vrij beroep;
- een combinatie van deze doelgroepen.
ii. niet of onvoldoende bijdragen aan de vakbekwaamheid van de advocaat;
c. het kwaliteitsplan
i. naar het oordeel van de algemene raad onvoldoende bijdraagt aan de verbetering en het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs;
ii. onvoldoende waarborg biedt dat de opleiding van academisch niveau is en aansluit bij de praktijk van advocaten;
iii. onvoldoende waarborg biedt dat er kennisoverdracht plaatsvindt.
2. De algemene raad kan een verzoek om erkenning afwijzen indien naar zijn overtuiging de instelling niet voldoet of kan voldoen aan de bepalingen van artikel 18.
Artikel 18 Verplichtingen erkende instellingen
1. De erkende opleidingsinstelling draagt zorg voor continuïteit van de opleiding en wijst een vaste contactpersoon aan.
2. De erkende opleidingsinstelling laat jaarlijks ten minste vijf cursussen plaatsvinden die van academisch niveau zijn en de praktijkvoering en -uitoefening van advocaten ten goede komen.
3. De erkende opleidingsinstelling vult de door de Nederlandse orde van advocaten ter beschikking gestelde kwaliteitsmonitor binnen twee maanden na erkenning in en daarna ten minste eenmaal per jaar.
4. De erkende opleidingsinstelling geeft de algemene raad desgevraagd inzage in de resultaten van de door haar ingevulde kwaliteitsmonitor.
5. De erkende opleidingsinstelling evalueert het onderwijs en houdt rekening met de resultaten van de kwaliteitsmonitor en de evaluatie.
6. De erkende opleidingsinstelling waarborgt en verbetert waar mogelijk het niveau van de opleiding en de aansluiting daarvan op de praktijk van de advocaat.
7. De erkende opleidingsinstelling heeft een schriftelijke klachtenregeling.
8. De erkende opleidingsinstelling die het opleiden heeft ondergebracht bij een aparte opleidingsafdeling neemt het kwaliteitsplan en de monitor op in haar jaarplan en draagt zorg dat deze werkzaamheden worden afgebakend van de overige werkzaamheden van die instelling.
9. De erkende opleidingsinstelling stelt per deelnemer de deelname aan een opleiding vast en verstrekt deelnemers een bewijsstuk met het aantal daadwerkelijk behaalde opleidingspunten voor het gevolgde onderwijs en het in bijlage 3 opgenomen beeldmerk, waarin het aantal daadwerkelijk behaalde punten is vermeld.
10. De erkende opleidingsinstelling kent uitsluitend opleidingspunten toe aan de opleidingen die voldoen aan artikel 4.4, vijfde lid, onderdeel a, van de Verordening.
11. De erkende opleidingsinstelling gebruikt waar mogelijk en waar relevant het in bijlage 3 opgenomen beeldmerk, waarin zij het aantal punten vermeldt dat een advocaat met de betrokken opleiding kan behalen.
12. De erkende opleidingsinstelling is jaarlijks een vergoeding verschuldigd van €300.
13. De erkende opleidingsinstelling werkt mee aan onderzoek door de algemene raad naar het naleven van de in dit artikel genoemde verplichtingen.
Artikel 19 Geldigheid en intrekking van erkenning
De algemene raad kan de erkenning intrekken indien:
a. de opleidingsinstelling de verplichtingen, bedoeld in artikel 18, niet nakomt;
b. zich een van de weigeringsgronden in artikel 17, eerste lid, voordoet;
c. het kwaliteitsplan niet nageleefd wordt of gewijzigd wordt, zodat het niet bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c;
d. de opleidingsinstelling daar schriftelijk om verzoekt.
Artikel 16 Aanvraag erkenning
1. Een opleidingsinstelling kan de algemene raad verzoeken om erkenning, bedoeld in artikel 4.4, zesde lid, van de Verordening waardoor de opleidingsinstelling:
a. aan haar (potentiële) deelnemers kan meedelen hoeveel opleidingspunten behaald kunnen worden met het volgen van de aangeboden opleidingen;
b. het beeldmerk uit bijlage 3 mag gebruiken voor zijn opleidingen.
2. De opleidingsinstelling doet het verzoek om erkenning door middel van een door de algemene raad beschikbaar gesteld formulier en voegt daarbij de volgende documenten:
a. een kwaliteitsplan waarin is beschreven:
i. de visie en strategie van de opleidingsinstelling;
ii. op welke wijze een cursus bijdraagt aan het onderhouden of ontwikkelen van de professionele kennis en kunde van advocaten, en hoe een cursus hiertoe vorm krijgt;
iii. op welke wijze wordt getoetst dat kennisoverdracht heeft plaatsgevonden;
iv. op welke wijze het academische niveau van een cursus wordt geborgd;
v. op welke wijze de opleidingsinstelling gebruik maakt van de inbreng van advocaten bij de totstandkoming, evaluatie en verbetering van een cursus;
vi. de cursusorganisatie;
vii. het cursusaanbod;
viii. op welke wijze de docenten van de cursussen worden geselecteerd en begeleid;
ix. hoe de kwaliteit van opleiding wordt geborgd;
b. informatie over de voorgenomen opleidingen.