Paragraaf 4.3 Cassatie
Artikel 21 Stof examen civiele cassatie
De examenstof, bedoeld in artikel 4.9, vijfde lid, van de Verordening bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de laatste druk van:
- Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4, Kluwer Deventer;
- Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen 7, met uitzondering van Hoofdstuk I (geschiedenis en rechtsvergelijking), Kluwer Deventer;
b. jurisprudentie:
- een viertal op de website van de Nederlandse orde van advocaten per toetsingsmogelijkheid door de commissie opgegeven uitspraken van de Hoge Raad;
- een in de NJ gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze, representatief voor de eigen praktijk;
c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk, in het bijzonder betreffende griffierechten en toevoegingszaken.
Artikel 22 Afleggen examen
1. Tijdens het examen wordt de in artikel 21 omschreven kennis getoetst, waarbij als richtlijn de navolgende indeling wordt gehanteerd:
a. burgerlijk procesrecht, daaronder begrepen appel- en cassatieprocesrecht in samenhang met het privaatrecht en de voorgeschreven jurisprudentie;
b. cassatietechniek;
c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk.
2. Het examen is met goed gevolg afgelegd indien het resultaat van elk van de in het vorige lid opgenomen onderdelen als voldoende kan worden aangemerkt.
Artikel 23 Afleggen proeve van bekwaamheid cassatie
- De advocaat bij de Hoge Raad stelt de commissie cassatie twee volledige dossiers van bij de Hoge Raad afgeronde procedures ter hand, één waarin hij namens de eisende partij heeft opgetreden en één waarin hij namens de verwerende partij heeft opgetreden.
- Onderdeel van het dossier vormt het cassatieadvies.
- Op de herkansing van de proeve van bekwaamheid zijn het eerste en tweede lid van toepassing.
Artikel 24 Opgave en toerekening van cassatiezaken
- De advocaat doet opgave van de door hem behandelde cassatiezaken bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van de Verordening.
- De opgave houdt in:
- de zaaknamen;
- of is opgetreden namens eiser of namens verweerder;
- de ECLI-, rol– of rekestnummers waar het betreft zaken die tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid;
- de datum van de adviezen,
- of meer dan een advocaat de zaak heeft behandeld;
- de inhoud van de aan hem verleende vrijstelling, indien van toepassing.
- Indien de cassatiezaak door twee advocaten is behandeld en beiden hebben een min of meer gelijkwaardige inbreng gehad, kan ieder van de advocaten een halve cassatiezaak opvoeren.
- Indien een cassatiezaak door meer dan twee advocaten is behandeld, kunnen slechts twee advocaten ieder een halve cassatiezaak opvoeren.
Artikel 20 Aanvragen examen of proeve