Artikel 3 Berekening bruto-inkomen - Het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, omvat alle bruto inkomsten uit arbeid, ongeacht of deze met de advocatuur samenhangen of niet, vermeerderd met een eventueel ontvangen WW- of ZW-uitkering. Niet tot overige bruto inkomsten uit arbeid behoeven te worden aangemerkt:
- pensioen-, VUT- en arbeidsongeschiktheidsheidsuitkeringen (WAO, WIA, etc.);
- interestvergoedingen over ingebracht kapitaal in de praktijkvennootschap;
- stakingswinst.
- Indien in het bruto-inkomen één van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde elementen zijn begrepen, dan vermeldt de advocaat dit apart.
- In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk als zelfstandige uitoefent, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:
- fiscale aftrekposten waaronder zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, MKB vrijstelling, de ingevolge de Wet Inkomstenbelasting 2001 geheel of gedeeltelijk van aftrek uitgesloten algemene kosten, etc.;
- heffing premies volksverzekering op het inkomen van de zelfstandige;
- premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- inkomstenbelasting op het inkomen van de zelfstandige.
- In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk uitoefent door middel van een praktijkrechtspersoon, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:
- het salaris van de advocaat/eigenaar der aandelen,
- de direct op dit salaris betrekking hebbende sociale lasten en pensioenlasten en
- de door de vennootschap verschuldigde vennootschapsbelasting;
- de ingevolge de Wet Inkomstenbelasting 2001 geheel of gedeeltelijk van aftrek uitgesloten algemene kosten.
- In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk in loondienst uitoefent mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend: alle inkomsten uit arbeid vóór heffing van premies volksverzekering en loon- of inkomstenbelasting. Hieronder wordt gerekend: alle inkomsten die onder de loonbelasting vallen – ook opties op aandelen – en de fiscale bijtelling auto van de zaak.
| Artikel 3 Berekening bruto-inkomen - Het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, omvat alle bruto inkomsten uit arbeid, ongeacht of deze met de advocatuur samenhangen of niet, vermeerderd met een eventueel ontvangen WW- of ZW-uitkering. Niet tot overige bruto inkomsten uit arbeid behoeven te worden aangemerkt:
- pensioen-, VUT- en arbeidsongeschiktheidsheidsuitkeringen (WAO, WIA, etc.);
- interestvergoedingen over ingebracht kapitaal in de praktijkvennootschap;
- stakingswinst.
- Indien in het bruto-inkomen één van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde elementen zijn begrepen, dan vermeldt de advocaat dit apart.
- In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk als zelfstandige uitoefent, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Op de bruto-praktijkwinst kan niet in mindering worden gebracht:
- fiscale aftrekposten waaronder zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, MKB vrijstelling, de ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 geheel of gedeeltelijk van aftrek uitgesloten algemene kosten, etc.;
- heffing premies volksverzekering op het inkomen van de zelfstandige;
- premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- inkomstenbelasting op het inkomen van de zelfstandige.
- In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk uitoefent door middel van een praktijkrechtspersoon, de bruto praktijkwinst na aftrek van uitsluitend praktijkkosten mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend. Niet tot praktijkkosten worden gerekend:
- het salaris van de advocaat/eigenaar der aandelen,
- de direct op dit salaris betrekking hebbende sociale lasten en pensioenlasten en
- de door de vennootschap verschuldigde vennootschapsbelasting;
- de ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 geheel of gedeeltelijk van aftrek uitgesloten algemene kosten.
- In aanvulling op het eerste lid wordt, voor de advocaat die de praktijk in loondienst uitoefent mede tot het bruto-inkomen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gerekend: alle inkomsten uit arbeid vóór heffing van premies volksverzekering en loon- of inkomstenbelasting. Hieronder wordt gerekend: alle inkomsten die onder de loonbelasting vallen – ook opties op aandelen – en de fiscale bijtelling auto van de zaak.
|
ARTIKEL I
De Regeling op de advocatuur wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 2 Indeling categorieën
Artikel 2 Indeling categorieën
B
Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 3 Berekening bruto-inkomen
Artikel 3 Berekening bruto-inkomen
C
Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 4 Bewijsmiddelen bruto-inkomen
Artikel 4 Bewijsmiddelen bruto-inkomen
D
Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 5 Hoogte vacatiegeld
– examen: € 500,–
– proeve van bekwaamheid: € 750,–
Artikel 5 Hoogte vacatiegeld
– examen: € 500;
– proeve van bekwaamheid: € 750;
E
Artikel 24 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 24 Opgave en toerekening van cassatiezaken
Artikel 24 Opgave en toerekening van cassatiezaken
F
Artikel 27 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 27 Geldigheid advocatenpas en authenticatiemiddel
De advocatenpas en het authenticatiemiddel zijn ten hoogste drie jaar geldig.
Artikel 27 Geldigheid advocatenpas en authenticatiemiddel
De advocatenpas en het authenticatiemiddel zijn ten hoogste vijf jaar geldig.