Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.19 van de Verordening meldt de onderwijsaanbieder een stagiaire aan bij de uitvoeringsorganisatie voor deelname aan een toets. De onderwijsaanbieder overlegt daarbij, aan de hand van een door de examencommissie verstrekt format, gegevens omtrent de aangemelde stagiaire ter zake van:
het onderwijs door de stagiaire gevolgd met inachtneming van het volgen van het aantal dagdelen voorbereiding op de integratieve dagen, bedoeld in artikel 23, eerste lid;
de door de stagiaire gemaakte, op de integratieve dag voorbereidende opdracht alsmede de beoordeling daarvan bedoeld in artikel 23, derde, vierde en vijfde lid; en;
een advies omtrent deelname aan de toets.
Op basis van de in het eerste lid overgelegde gegevens beslist de examencommissie over de deelname van een stagiaire aan de toetsen waarvoor de stagiaire is aangemeld.
In afwijking van het eerste en tweede lid meldt de uitvoeringsorganisatie de stagiaire aan voor de toets ethiek. Voor de toets ethiek geldt dat wanneer de absentie in dagdelen hoger is dan op grond van bijlage 1 is toegestaan, de examencommissie de stagiaire schriftelijk bericht dat hij niet wordt toegelaten tot de toets. Nadat de stagiaire het onderwijs heeft ingehaald, kan hij worden toegelaten tot de herkansingstoets.
Indien de examencommissie beslist dat de aangemelde stagiaire niet wordt toegelaten tot een toets, geldt dit ingevolge artikel 3.19, derde lid, van de Verordening als een niet behaalde toets en verliest de stagiaire een toetskans.
Een toets waarvoor een voldoende is behaald, kan niet worden herkanst.
Indien voor een toets een onvoldoende is behaald, of indien sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 33 derde lid, wordt de stagiaire door de uitvoeringsorganisatie automatisch ingeschreven voor een herkansing van de toets bij de eerstvolgende examenmogelijkheid, behoudens de beperkingen van artikel 3.19 van de Verordening. De uitvoeringsorganisatie stelt de stagiaire hiervan op de hoogte.
Voor de eerste herkansing van een integratieve dag hoeft de stagiaire de voorbereiding op de integratieve dag, bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, niet opnieuw, voor de nieuwe integratieve dag, te doorlopen, maar kan volstaan met het opnieuw optreden op de integratieve dag.
Voor de tweede herkansing van een integratieve dag dient de stagiaire de voorbereiding op de integratieve dag, bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, geheel opnieuw te doorlopen.
De deelnemer aan een herkansing is het door de uitvoeringsorganisatie, met inachtneming van het door de algemene raad gegeven kader, vastgestelde herkansingsgeld verschuldigd.
Een stagiaire legitimeert zich door middel van een geldige advocatenpas, geldig paspoort of een geldig door de Nederlandse overheid afgegeven identiteitsbewijs.
Na verstrijken van vijftien minuten na de aanvangstijd van de toets kan de uitvoeringsorganisatie de toegang tot de toets weigeren.
Het is niet toegestaan om gedurende de eerste dertig minuten na het aanvangstijdstip de gemaakte toets in te leveren of de ruimte waar de toets wordt afgenomen te verlaten. Het is evenmin toegestaan om gedurende de laatste vijftien minuten van de aangegeven toetstijd de gemaakte toets in te leveren of de ruimte waar de toets wordt afgenomen te verlaten.
De surveillant of de beoordelaar is bevoegd om passende maatregelen te nemen voor de bevordering en handhaving van orde en rust.
Een stagiaire volgt de aanwijzingen van de surveillant of de beoordelaar op.
Persoonlijke informatie- en communicatiemiddelen dienen vóór de aanvang te worden uitgezet en opgeborgen. Het gebruik hiervan is tijdens de toets niet toegestaan. Voor zover de hulpmiddelen niet expliciet zijn toegestaan door de examencommissie, wordt gebruik van persoonlijke informatie- en communicatiemiddelen aangemerkt als fraude.
Het is niet toegestaan zonder toestemming van de surveillant of beoordelaar te communiceren met andere personen in of buiten de ruimte waar de toets wordt afgenomen.
Een surveillant of beoordelaar handelt bij signalering van fraude tijdens het afleggen van de toets als volgt:
hij deelt de stagiaire mee dat hij een rapport van het geconstateerde zal opmaken dat aan de examencommissie wordt gezonden;
hij wijst de stagiaire erop dat het afleggen van de toets kan worden voortgezet, maar dat geen beoordeling van de toets zal plaatsvinden tot de examencommissie heeft beslist welke consequentie(s) deze aan het geconstateerde zal verbinden;
hij voorziet de toetsuitwerking van de vermelding “eigen risico”.
Artikel 33 Toelating tot toetsen