Er is een examencommissie voor de beroepsopleiding advocaten.
De examencommissie is een zelfstandig orgaan aan welke de algemene raad zijn bevoegdheden betreffende het examen heeft gedelegeerd.
De examencommissie:
stelt de inhoud, opzet en invulling van (de beoordeling van) de toetsen vast, en indien van toepassing de toetsvragen en de daarbij behorende antwoordmodellen en beoordelingscriteria, binnen de context van de toetsmatrijs;
stelt indien van toepassing een toetsmatrijs voor de toetsen conform de eindtermen vast;
stelt een kader vast op grond waarvan de toets wordt beoordeeld met daaraan gekoppeld de beoordeling voldoende of onvoldoende;
beslist over de deelname van een stagiaire aan de toetsen waarvoor de stagiaire is aangemeld;
wijst beoordelaars aan;
stelt het resultaat van de beoordeling van de toetsen vast;
stelt de uitslag van het examen vast;
stelt de landelijke toetsdata en de toetsduur vast;
stelt de plaatsen waar de toetsen worden afgenomen, de wijze waarop de toetsen worden afgenomen en de toegelaten hulpmiddelen vast;
De examencommissie bewaakt de kwaliteit van de organisatie van toetsen en de protocollen voor zover deze de toetsen en het examen betreffen.
De examencommissie draagt zorg voor vermelding van de onder het derde lid, onder g en h bedoelde gegevens en de tijdige bekendmaking daarvan.
De examencommissie informeert en adviseert – gevraagd en ongevraagd - de algemene raad over aangelegenheden de examinering betreffende.
In het verlengde van artikel 3.19 van de Verordening strekken de taken en bevoegdheden van de examencommissie zich niet uit over de basistoets.
De examencommissie bestaat uit door de algemene raad te benoemen leden. De omvang van de examencommissie is afhankelijk van de voorliggende werkzaamheden en wordt door de algemene raad bepaald na ingewonnen advies van de examencommissie.
In de examencommissie worden in ieder geval benoemd:
op voordracht van de uitvoeringsorganisatie: twee leden;
op voordracht van elke onderwijsaanbieder, de uitvoeringsorganisatie uitgezonderd: één lid.
De algemene raad wijst een van de leden aan als voorzitter alsmede twee andere leden die samen met de voorzitter het dagelijks bestuur vormen.
Bij de samenstelling van de examencommissie wordt rekening gehouden met deskundigheid op het gebied van vaardigheden, ethiek en juridische inhoud, alsmede ervaring met toetsing in de vorm van assesments. Daarnaast is ten minste één van de leden onderwijskundige.
Geen van de leden van de examencommissie is betrokken bij de ontwikkeling of de samenstelling van de toetsen of de onderwijsonderdelen.
De leden van de examencommissie worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Zij treden af volgens een door de examencommissie vast te stellen rooster van aftreden. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd.
De algemene raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Op de benoeming van plaatsvervangende leden zijn het vierde lid en het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
De uitvoeringsorganisatie is verantwoordelijk voor het beheer en de ondersteuning van de examencommissie, waaronder het voorzien in een secretariaat van de examencommissie.
De examencommissie neemt rechtsgeldige besluiten indien meer dan de helft van het aantal leden, waaronder de voorzitter, aanwezig is. Bij staking van stemmen over besluiten beslist de voorzitter.
Een lid van de examencommissie neemt geen deel aan beraadslaging of besluitvorming over aangelegenheden waar hij, in een andere hoedanigheid, bij betrokken is of is geweest.
De examencommissie stelt ten behoeve van haar dagelijks functioneren een huishoudelijk reglement op in overleg met de algemene raad. Dit huishoudelijk reglement voorziet in ieder geval in een beschrijving van de mandatering van bevoegdheden van de examencommissie aan het dagelijks bestuur en de praktische verdeling van werkzaamheden in vakkamers.
Artikel 3 Taken en bevoegdheden examencommissie