Paragraaf 5 Toetsen en beoordelen
Artikel 16 Tijdvakken, frequentie en volgorde van toetsen
- De examencommissie biedt voor alle onderdelen van het examen ten minste drie toetsgelegenheden gedurende de termijn, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur. Bij het bepalen van de datum van een toetsgelegenheid in een opleidingsjaar, wordt rekening gehouden met de vereiste studeerbaarheid voor een stagiaire.
- Voor de volgorde van de toetsen is artikel 3.19, vierde en vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur bepalend.
- Indien een vak niet meer wordt aangeboden, geldt onverminderd het bepaalde in het eerste lid.
- De tijdvakken waarin de toetsgelegenheden worden aangeboden, worden jaarlijks door de examencommissie vastgesteld en uiterlijk bij aanvang van het opleidingsjaar bekend gemaakt. De toetsdatum wordt zo spoedig mogelijk na aanvang na het opleidingsjaar, doch uiterlijk vier maanden voor de toetsdatum, bekend gemaakt.
- Toetsen waarvoor een voldoende is gehaald, mogen niet worden herkanst.
Artikel 17 Aan de toetsen gestelde eisen
- De examencommissie maakt voor elke toets afzonderlijk en tijdig bekend welke eisen worden gesteld aan het afleggen van die toets, zodat de stagiaire zich zo goed mogelijk kan voorbereiden. De examencommissie vermeldt daarbij ook welke hulpmiddelen zijn toegestaan.
- Wanneer een stagiaire een toets niet heeft gehaald in het opleidingsjaar waarin hij het onderwijs in dat vak heeft gevolgd, gelden voor de toets die hij aflegt in het volgende opleidingsjaar de eisen van het dan lopende opleidingsjaar.
Artikel 18 Voorwaarden voor deelname aan toetsen
- De stagiaire schrijft zich voor alle toetsen tijdig in, op een nader door de examencommissie aan te geven wijze.
- De uitvoeringsorganisatie registreert of de stagiaire voldoet aan artikel 3.19, derde lid, van de Verordening op de advocatuur. Wanneer de absentie in dagdelen of het aantal onvoldoendes voor het beoordeelde (huis)werk hoger is dan op grond van bijlage 1van het Opleidingsreglement is toegestaan, bericht de examencommissie de stagiaire schriftelijk dat hij niet heeft voldaan aan de voorwaarden om te worden toegelaten tot de toets en dat hij derhalve van deelname aan de toets wordt uitgesloten.
- Bij uitsluiting van de toets wordt het resultaat voor deze toets, ingevolge artikel 3.19, derde lid, van de Verordening op de advocatuur, beschouwd als niet behaald, waardoor de stagiaire een toetskans verliest.
- In geval de stagiaire, in afwijking van artikel 3.19, derde lid, van de Verordening op de advocatuur, van deelname aan de toets is uitgesloten, is hij verplicht dat onderdeel in te halen en zich op de daarvoor in het Opleidingsreglement beroepsopleiding advocaten voorgeschreven wijze voor te bereiden. Daarna kan hij tot een toets in dat onderdeel worden toegelaten. De kosten voor het inhalen van het onderwijs komen voor rekening van de stagiaire. Deelname aan de toets, anders dan binnen de door de stagiaire gevolgde cursuscyclus, is slechts mogelijk indien de stagiaire met betrekking tot het desbetreffende onderdeel aan zijn verplichtingen tot het volgen van het onderwijs, neergelegd in artikel 3.17, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur, naar behoren heeft voldaan, of indien hij daarvan ingevolge artikel 3.18, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur door de algemene raad is vrijgesteld.
- De stagiaire is, in het derde lid omschreven geval, per af te leggen toets een door de uitvoeringsorganisatie vastgesteld bedrag verschuldigd.
- De deelnemer aan een herkansing is het door de uitvoeringsorganisatie, met inachtneming van het door de algemene raad gegeven kader, vastgestelde herkansingsgeld verschuldigd.
Artikel 19 Praktische gang van zaken bij toetsen
- De toets wordt digitaal afgenomen, met uitzondering van het in artikel 20, eerste lid, jo. artikel 15, eerste lid, van dit reglement bepaalde.
- De toets wordt afgenomen op een door de examencommissie aangewezen centrale of decentrale toetslocatie.
- De examencommissie stelt de tijdsduur van de toets vast.
- Bij het afnemen van toetsen moet aan de eisen gesteld in de volgende leden worden voldaan.
- De stagiaire legitimeert zich door middel van een advocatenpas, geldig paspoort of een geldig door de Nederlandse overheid afgegeven identiteitsbewijs.
- De stagiaire volgt de aanwijzingen van de examinator of surveillant op.
- Het is de stagiaire tijdens het afleggen van een toets slechts toegestaan originele gedrukte wetteksten te raadplegen alsmede bronnen die voor de desbetreffende toets door de examencommissie zijn aangewezen als te raadplegen tijdens de toets. In de toegelaten bronnen mogen slechts onderstrepingen, markeringen en verwijzingen naar wetsartikelen zijn aangebracht.
- De examencommissie kan afwijken van het bepaalde in het zevende lid van dit artikel.
- Het gebruik van andere bronnen dan het ter plekke uitgereikte materiaal en het in het zevende lid genoemde bronnen, is uitsluitend toegestaan als dit uitdrukkelijk en schriftelijk is aangegeven.
- Persoonlijke informatie- en communicatiemiddelen dienen vóór de aanvang te worden uitgezet en te worden weggeborgen. Het gebruik hiervan is tijdens de duur van de toets niet toegestaan. Behoudens toestemming op de wijze zoals beschreven in het negende lid van dit artikel, wordt gebruik van persoonlijke informatie- en communicatiemiddelen aangemerkt als fraude.
- Het is niet toegestaan zonder toestemming van de examinator of surveillant te communiceren met andere personen in of buiten de ruimte waar de toets wordt afgenomen.
- De examinator en de surveillant zijn bevoegd passende maatregelen te nemen indien de orde en rust worden verstoord.
- De examinator kan degene die, al dan niet als gevolg van overmacht, meer dan 10 minuten na het door de uitvoeringsorganisatie gecommuniceerde aanvangstijdstip van de toets arriveert, de toegang tot de toetslocatie weigeren.
- Het is niet toegestaan om gedurende de eerste 30 minuten de gemaakte toets in te leveren of de ruimte waar de toets wordt afgenomen te verlaten. Het is evenmin toegestaan om gedurende de laatste 15 minuten van de aangegeven toetstijd de gemaakte toets in te leveren of de toetslocatie wordt afgenomen te verlaten.
Artikel 20 Mondelinge toetsen
- Het toetsplan, bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan bepalen dat voor een bepaald onderdeel een mondelinge toets wordt afgenomen.
- Bij een mondeling afgenomen toets wordt niet meer dan één stagiaire tegelijk beoordeeld, tenzij de examencommissie anders heeft bepaald. De beoordeling van een mondeling afgenomen toets geschiedt in aanwezigheid van ten minste twee examinatoren. Wordt de mondelinge toets afgenomen door één examinator, dan dient gebruik gemaakt te worden van opnameapparatuur.
- Het is de examinator, bedoeld in het tweede lid, niet toegestaan een kantoorgenoot of een stagiaire over wie hij het patronaat uitoefent te examineren. Zo nodig wijst de examencommissie een vervangende examinator aan.
- Van de beoordeling van een mondeling afgenomen toets wordt een verslag gemaakt dat door de aanwezige examinatoren wordt ondertekend.
Artikel 21 Vaststelling van de beoordelingen
- De beoordeling van een toets geschiedt voor elke stagiaire afzonderlijk.
- De examencommissie stelt de beoordeling vast met inachtneming van de termijn genoemd in artikel 23, derde lid.
- De examinator stelt de beoordeling van een mondelinge toets vast binnen vijf werkdagen na het afnemen van die toets en verstrekt de stagiaire een schriftelijke verklaring met de uitslag.
- Beoordeling van een toets aan de hand van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 9, eerste lid, geschiedt door een team van beoordelaars. Deze worden door de examencommissie aangewezen.
- Indien de beoordelaar het antwoord op de vraag als onvoldoende beoordeelt, vraagt de beoordelaar een tweede beoordelaar uit het team om zijn oordeel. De gezamenlijke beoordeling wordt aan de examencommissie overhandigd.
- Het is de beoordelaar niet toegestaan het werk van een kantoorgenoot of van een stagiaire over wie hij het patronaat uitoefent te beoordelen. Zo nodig wijst de examencommissie een vervangende beoordelaar aan.
Artikel 22 Normering van de beoordelingen
Bij elke toets geschiedt de beoordeling op basis van een voldoende of een onvoldoende.
Artikel 23 Vastlegging en bekendmaking van de beoordelingen
- De beoordelingen die een stagiaire heeft behaald, worden opgenomen in een geautomatiseerd systeem. Dit systeem bevindt zich in het besloten deel van de digitale leeromgeving en is slechts voor de stagiaire en de uitvoeringsorganisatie toegankelijk.
- De stagiaire kan ervoor kiezen het geautomatiseerde systeem, bedoeld in het eerste lid, open te stellen voor zijn patroon.
- De beoordeling die de stagiaire voor een toets heeft behaald, is zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 10 weken na de toetsdatum, beschikbaar, waarbij rekening wordt gehouden met de herkansingsmogelijkheid van de stagiaire. Bij bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
- De stagiaire ontvangt van de behaalde beoordelingen een digitaal bewijsstuk.
Artikel 24
Vervallen per 1 januari 2015
Artikel 25 Geldigheidsduur van studieresultaten
- Toetsen betrekking hebbende op onderdelen van de opleiding, die met gunstig gevolg zijn afgelegd, hebben een geldigheid van vijf jaar.
- Ten behoeve van het verkrijgen van het getuigschrift dienen toetsen die hun geldigheid hebben verloren, opnieuw te worden afgelegd.
- De examencommissie kan – in bijzondere omstandigheden– de geldigheidsduur van de toetsen te verlengen.
Artikel 26 Inzage van toetsen
- Na het bekendmaken van de uitslag van een toets krijgt de stagiaire in de digitale leeromgeving inzage in de toets en de door de stagiaire gegeven antwoorden. Deze inzage staat open voor ten minste de duur van de herbeoordelingstermijn.
- Gedurende de termijn genoemd in het eerste lid kan iedere stagiaire die aan de desbetreffende toets heeft deelgenomen, kennisnemen van de vragen en opdrachten van de betreffende toets, alsmede van de normen aan de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden en de daarbij behorende standaardnormering.
Artikel 27 Bewaring van afgelegde toetsen
De uitvoeringsorganisatie ziet erop toe dat het gemaakte werk en de beoordelingsnormen worden bewaard gedurende een periode van 10 jaar na de datum van dagtekening van het bewijsstuk met de behaalde beoordelingen, bedoeld in artikel 23.
Artikel 28 Fraude
- In geval van fraude, kan de examencommissie de stagiaire gedurende een door de examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar hem het recht ontnemen één of meer door de examencommissie aan te wijzen toetsen af te leggen. Bij ernstige fraude kan de algemene raad op voorstel van de examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokken stagiaire definitief beëindigen.
- Staat de fraude als bedoeld in het eerste lid van dit artikel onherroepelijk vast, dan wordt in het digitale dossier van de stagiaire vastgelegd dat de stagiaire heeft deelgenomen aan de toets maar wegens fraude geen beoordeling heeft ontvangen.
- De surveillant handelt, bij signalering van fraude tijdens het afleggen van de toets, als volgt:
- de surveillant deelt de stagiaire mee dat hij een rapport van het geconstateerde zal opmaken dat aan de examencommissie wordt gezonden;
- de surveillant wijst de stagiaire erop dat het afleggen van de toets kan worden voortgezet, maar dat geen beoordeling van de toets zal plaatsvinden tot de examencommissie heeft beslist welke consequentie(s) zij aan het geconstateerde zal verbinden;
- de surveillant voorziet de toetsuitwerking van de vermelding “eigen risico”.
- De voorzitter van de examencommissie zendt de stagiaire een afschrift van het rapport, waartegen hij zich schriftelijk kan verweren. Desgewenst kan de stagiaire zijn verweer mondeling toelichten aan de examencommissie.
Artikel 15 Vorm van toetsen