Paragraaf 2 Examencommissie

Artikel 3 Samenstelling examencommissie

  1. Er is een examencommissie voor de opleiding. De examencommissie is een onafhankelijk orgaan en bestaat uit achttien door de algemene raad te benoemen leden. De algemene raad delegeert bevoegdheden betreffende het examen aan de examencommissie.
     
  2. In de examencommissie worden benoemd:
    1. namens de Nederlandse orde van advocaten: twaalf leden;
    2. op voordracht van de SBA: drie leden;
    3. op voordracht van de uitvoeringsorganisatie: twee leden;
    4. op voordracht van de Stichting Jonge Balie: één lid.
       
  3. Bij de samenstelling van de examencommissie wordt rekening gehouden met juridisch-inhoudelijke deskundigheid op de rechtsgebieden burgerlijk recht, strafrecht en bestuursrecht. Daarnaast is ten minste één van de leden onderwijskundige.
     
  4. Geen van de leden is betrokken bij de ontwikkeling of samenstelling van de toetsen en het onderwijs.
     
  5. De algemene raad wijst één van de leden aan als voorzitter. Bij staking van stemmen over besluiten geeft diens stem de doorslag.
     
  6. De examencommissie neemt rechtsgeldige besluiten indien meer dan de helft van het aantal leden, waaronder de voorzitter, aanwezig zijn.
     
  7. De leden van de examencommissie worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Zij treden af volgens een door de examencommissie vast te stellen rooster van aftreden. Zij kunnen eenmaal voor eenzelfde periode worden herbenoemd.
     
  8. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Voordracht en benoeming geschieden op dezelfde wijze als de benoeming en voordracht van de gewone leden.
     
  9. Het secretariaat van de examencommissie wordt gevoerd door de uitvoeringsorganisatie. 

Artikel 4 Taken en bevoegdheden van de examencommissie

  1. De examencommissie stelt de inhoud van het examen en de toetsen vast, beoordeelt de antwoorden van de toetsen en stelt het resultaat daarvan vast.
     
  2. De examencommissie stelt vast:
    1. de weging van resultaten van de verschillende toetsen;
    2. een (normerings)methode die aangeeft in welke gevallen de toetsen met gunstig gevolg zijn afgelegd, respectievelijk in welke gevallen één of meer toetsen opnieuw moet(en) worden afgelegd;
    3. de toetsmatrijs per vak;
    4. de landelijke toetsdata en de plaatsen waar de toetsen worden afgenomen.
       
  3. De examencommissie bewaakt de gang van zaken bij het afnemen van de toetsen.
     
  4. Indien op een ander moment dan tijdens het afleggen van de toets het vermoeden rijst dat sprake is van fraude in de zin van artikel 28 of bij de stagiaire met betrekking tot enig onderdeel van de toetsen anderszins onregelmatigheden worden geconstateerd, wordt de zaak aan de examencommissie voorgelegd.
     
  5. De examencommissie beoordeelt of de stagiaire toegelaten wordt tot de toetsen en, indien dat niet zo is, maakt haar beslissing aan de stagiaire schriftelijk bekend.
     
  6. Indien een stagiaire heeft gehandeld in strijd met het bij of krachtens dit examenreglement gestelde kan de examencommissie, nadat de stagiaire in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, een onvoldoende toekennen aan één of meer onderdelen van het examen.
     
  7. De examencommissie draagt zorg voor vermelding van de toetsdata in de cursusprogramma's en de tijdige bekendmaking daarvan op de website van de opleiding.
     
  8. De examencommissie informeert en adviseert de algemene raad over alle overige aangelegenheden het examen en de toetsen betreffende. 

Artikel 5 Inrichting en werkwijze examencommissie

  1. De examencommissie stelt per leerlijn en voor de vakken jaarrekeninglezen en beroepsattitude en beroepsethiek vakkamers in voor de behandeling van de toetsen. Tot lid van een vakkamer kunnen worden benoemd leden en plaatsvervangende leden van de examencommissie.
     
  2. Een vakkamer bestaat uit ten minste drie leden. 

Navigeer inhoud van  Beroepsopleiding- en stagiaireaangelegenheden

Navigeer inhoud van Beroepsopleiding- en stagiaireaangelegenheden

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.