In een maatschappij, die gegrondvest is op de eerbied voor het recht, heeft de advocaat een voorname rol. De taak van de advocaat is niet beperkt tot het getrouwelijk uitvoeren van een opdracht binnen het kader van de wet. In een rechtsstaat is de advocaat onontbeerlijk voor de rechtsbedeling en voor de rechtzoekenden, wier rechten en vrijheden hij moet verdedigen; de advocaat is zowel de raadsman als de verdediger van de cliënt. Het respect voor de taak van de advocaat is een essentiële voorwaarde tot de rechtstaat en een democratische samenleving.
(2) Waar “hij” en “hem” wordt vermeld, dient tevens “zij” of “haar” te worden gelezen.
Zijn taak legt hem bijgevolg velerlei plichten en verplichtingen op, die soms met elkaar in tegenspraak schijnen te zijn, en wel jegens:
de cliënt;
de rechterlijke en andere instanties, waarvoor de advocaat de cliënt bijstaat of vertegenwoordigt;
zijn beroepsgroep in het algemeen en iedere beroepsgenoot in het bijzonder;
het publiek, voor wie een vrij en onafhankelijk beroep, gebonden door het eerbiedigen van de regels, die de beroepsgroep zichzelf heeft opgelegd, een wezenlijk middel is voor het waarborgen van de rechten van de mens tegen de staat en andere gezagdragers in de samenleving.
Toelichting op artikel 1.1 – De functie van de advocaat in de maatschappij
De in 1977 door de CCBE aangenomen Verklaring van Perugia legde de fundamentele principes van de beroeps- en gedragsregels vast die van toepassing zijn op advocaten in de gehele Europese Unie. De bepalingen van artikel 1.1 herbevestigen de uitspraak in de Verklaring van Perugia aangaande de functie van de advocaat in de maatschappij welke de grondslag vormt voor de regels waaraan de uitvoering van de functie is gebonden.
1.2.1 Door hun vrijwillige aanvaarding beogen de gedragsregels een goede uitoefening van de taak van de advocaat te waarborgen, een taak, die erkend wordt onontbeerlijk te zijn voor het goed functioneren van iedere samenleving. Het verzuim van de advocaat om deze regels na te leven kan leiden tot disciplinaire maatregelen.
1.2.2 Iedere balie heeft haar eigen specifieke regels, die geworteld zijn in haar eigen tradities. Zij zijn aangepast zowel aan de organisatie en het werkterrein van de advocaat in de betrokken lidstaat, als aan de gerechtelijke en administratieve procedures en de nationale wetgeving. Het is noch mogelijk noch wenselijk, ze daarvan te vervreemden en evenmin te pogen regels, die zich daartoe niet lenen, te veralgemenen. De bijzondere regels van elke balie hebben niettemin betrekking op dezelfde waarden en geven veelal blijk van een gemeenschappelijke grondslag.
Toelichting op artikel 1.2 – De aard van de gedragsregels
Deze bepalingen herhalen in essentie de uitleg in de Verklaring van Perugia over de aard van de beroeps- en gedragsregels en hoe bepaalde regels afhankelijk zijn van bepaalde plaatselijke omstandigheden maar niettemin gebaseerd zijn op gemeenschappelijke waarden.
1.3.1 De voortschrijdende integratie van de Europese Unie en het Europees economisch Gebied, en de intensivering van de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat binnen het Europees economisch Gebied hebben het in het algemeen belang noodzakelijk gemaakt uniforme regels vast te stellen, die voor iedere advocaat in het Europees economisch Gebied gelden voor zijn grensoverschrijdende activiteiten, ongeacht tot welke balie hij behoort. De vaststelling van zulke regels heeft met name ten doel de moeilijkheden te verminderen die voortvloeien uit de toepassing van twee stelsels van gedragsregels, zoals bepaald in de artikelen 4 en 7.2 van Richtlijn 77/249/EEG en de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 98/5/EG.
1.3.2 De beroepsorganisaties van advocaten, verenigd in de CCBE, spreken de wens uit dat de navolgende vastgestelde regels:
van nu af aan erkend zullen worden als de uiting van de gemeenschappelijke overtuiging van alle balies van de Europese Unie en het Europees economisch Gebied;
ten spoedigste volgens nationale procedures en/of procedures van het Europees economisch Gebied toepasselijk zullen worden verklaard op de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat in de Europese Unie en het Europees economisch Gebied;
dat zij in acht zullen worden genomen bij iedere herziening van interne gedragsregels met het oog op een geleidelijke harmonisatie daarvan.
Zij spreken voorts de wens uit dat hun interne gedragsregels zo veel mogelijk zullen worden geïnterpreteerd en toegepast overeenkomstig de onderhavige gedragscode. Wanneer de regels van de onderhavige gedragscode toepasselijk zijn verklaard op de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat, blijft de advocaat onderworpen aan de gedragsregels van de balie waartoe hij behoort, voorzover deze in overeenstemming zijn met die van de onderhavige gedragscode.
Toelichting op artikel 1.3 – De doelstelling van de gedragscode
Deze bepalingen vormen de uitwerking van de in de Verklaring van Perugia vermelde principes in specifieke beroeps- en gedragsregels voor advocaten in de gehele EU , de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland, en advocaten van de geassocieerde en waarnemende leden van de CCBE, met name ten aanzien van hun grensoverschrijdende werkzaamheden (zoals gedefinieerd in artikel 1.5).
De bepalingen van artikel 1.3.2 leggen de specifieke intenties van de CCBE betreffende de essentiële bepalingen in de beroeps- en gedragsregels vast.
Deze Code geldt voor advocaten in de zin van Richtlijn 77/249/EEG en Richtlijn 98/5/EG en voor advocaten van geassocieerde en waarnemende leden van de CCBE.
Toelichting op artikel 1.4 – Toepassingsgebied Ratione Personae
De regels zijn vastgelegd om van toepassing te zijn op alle advocaten zoals gedefinieerd in de Dienstenrichtlijn uit 1977 en de Vestigingsrichtlijn uit 1998, en advocaten van de geassocieerde en waarnemende leden van de CCBE. Dit omvat tevens advocaten van de staten die sindsdien hebben ingestemd met de richtlijnen, en waarvan de namen door wijziging van de richtlijnen zijn toegevoegd. De beroeps- en gedragsregels zijn bijgevolg van toepassing op alle in de CCBE vertegenwoordigde advocaten, hetzij als volwaardige leden, hetzij als geassocieerde of waarnemende leden, te weten:
Tevens wordt de hoop uitgesproken dat de beroeps- en gedragsregels ook acceptabel zullen zijn voor de juridische beroepen in andere niet-lidstaten in Europa en elders zodat deze regels ook kunnen worden toegepast door middel van geëigende afspraken tussen deze niet-lidstaten en de lidstaten.
Onverminderd het streven naar een geleidelijke harmonisatie van de gedragsregels die slechts nationaal toepasselijk zijn, zullen de navolgende regels van toepassing zijn op de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat binnen de Europese Unie en het Europees economisch Gebied.
Onder grensoverschrijdende activiteiten wordt verstaan:
Alle professionele contacten met advocaten uit andere lidstaten;
De professionele activiteiten van de advocaat in een andere Lidstaat, ook al begeeft hij zich niet daarheen.
Toelichting op artikel 1.5 – Toepassingsgebied Ratione Materiae
De hier vermelde regels zijn uitsluitend van directe toepassing op ‘grensoverschrijdende werkzaamheden’, zoals gedefinieerd, van advocaten binnen de EU, de EER, Zwitserland en advocaten van de geassocieerde en waarnemende leden van de CCBE – zie hierboven in artikel 1.4, en de definitie van ‘lidstaat’ in artikel 1.6 (zie tevens hiervoor aangaande mogelijke toekomstige uitbreidingen voor advocaten van andere staten). De definitie van grensoverschrijdende werkzaamheden omvat onder meer contacten in staat A tussen een advocaat van staat A en een advocaat van staat B, zelfs daar waar het een rechtskwestie binnen staat A zelf betreft; niet inbegrepen zijn contacten tussen advocaten van staat A in staat A voor een kwestie die zich in staat B voordoet, met dien verstande dat zij geen enkele wijze enigerlei beroepswerkzaamheden in staat B uitvoeren; het omvat wel werkzaamheden van advocaten van staat A in staat B, zelfs wanneer het alleen maar betrekking heeft op het versturen van berichten van staat A naar staat B.
‘Lidstaat’ een Lidstaat van de EU of elke andere staat waar het beroep van advocaat overeenkomstig artikel 1.4 wordt uitgeoefend.
‘Lidstaat van herkomst’ de Lidstaat waar de advocaat het recht heeft verworven zijn beroepstitel te dragen.
‘Lidstaat van ontvangst’ elke andere staat waarin de advocaat grensoverschrijdende activiteiten verricht. ‘Bevoegde autoriteit’ de beroepsorganisatie(s) of autoriteit van de betrokken lidstaat, bevoegd om de beroeps- en/of gedragsregels te bepalen en het disciplinaire toezicht over de advocaten uit te oefenen.
‘Richtlijn 77/249/EEG’ Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van de vrijheid door advocaten om diensten te verrichten.
‘Richtlijn 98/5/EG’ Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan waar deze beroepskwalificatie is verworven.’
Toelichting op artikel 1.6 – Definities
Deze bepaling definieert een aantal in de beroeps- en gedragsregels gebruikte termen, namelijk ‘Lidstaat’, Lidstaat van herkomst’, ‘Lidstaat van ontvangst’’, “Bevoegd gezag’, ‘Richtlijn 77/249/EEG’ en ‘Richtlijn 98/5/EG’. De verwijzing naar ‘daar waar de advocaat grensoverschrijdende werkzaamheden uitvoert’ dient te worden geïnterpreteerd in het licht van de definitie van ‘grensoverschrijdende werkzaamheden’ in artikel 1.5.
1.1 De taak van de advocaat (2)
In een maatschappij, die gegrondvest is op de eerbied voor het recht, heeft de advocaat een voorname rol. De taak van de advocaat is niet beperkt tot het getrouwelijk uitvoeren van een opdracht binnen het kader van de wet. In een rechtsstaat is de advocaat onontbeerlijk voor de rechtsbedeling en voor de rechtzoekenden, wier rechten en vrijheden hij moet verdedigen; de advocaat is zowel de raadsman als de verdediger van de cliënt. Het respect voor de taak van de advocaat is een essentiële voorwaarde tot de rechtstaat en een democratische samenleving.
(2) Waar “hij” en “hem” wordt vermeld, dient tevens “zij” of “haar” te worden gelezen.
Zijn taak legt hem bijgevolg velerlei plichten en verplichtingen op, die soms met elkaar in tegenspraak schijnen te zijn, en wel jegens:
Toelichting op artikel 1.1 – De functie van de advocaat in de maatschappij
De in 1977 door de CCBE aangenomen Verklaring van Perugia legde de fundamentele principes van de beroeps- en gedragsregels vast die van toepassing zijn op advocaten in de gehele Europese Unie. De bepalingen van artikel 1.1 herbevestigen de uitspraak in de Verklaring van Perugia aangaande de functie van de advocaat in de maatschappij welke de grondslag vormt voor de regels waaraan de uitvoering van de functie is gebonden.