De advocaat in de verhouding tot zijn beroepsgroep
Regel 25 Rechtstreeks benaderen (weder)partij
- De advocaat stelt zich met een partij betreffende een aangelegenheid, waarin deze naar hij weet door een advocaat wordt bijgestaan, niet anders in verbinding dan door tussenkomst van die advocaat, tenzij deze laatste hem toestemming geeft rechtstreeks met die partij in verbinding te treden. Deze regel geldt onverminderd wanneer de bedoelde partij zich tot de advocaat wendt.
- In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de advocaat die een aanzegging met rechtsgevolg doet, dat rechtstreeks aan een partij doen, mits met gelijktijdige verzending van een afschrift aan diens advocaat en op voorwaarde dat de mededeling aan een partij beperkt blijft tot deze aanzegging met rechtsgevolg. Indien de advocaat het beoogde rechtsgevolg ook kan bereiken door zijn brief alleen aan de advocaat van een partij te zenden, geldt voormelde uitzondering niet.
Regel 26 Vertrouwelijke mededelingen
- Onverminderd het bepaalde in regel 27 dient een advocaat die aan een andere advocaat mededelingen wenst te doen die hij vertrouwelijk behandeld wil zien, dit verlangen duidelijk kenbaar te maken vóór de verzending van de eerste van deze mededelingen.
- Indien de geadresseerde ervoor kiest aan deze mededelingen niet een vertrouwelijk karakter te verlenen dient hij de afzender daarover onverwijld en aantoonbaar te informeren.
- Op vertrouwelijke mededelingen als bedoeld in het eerste lid mag in rechte geen beroep worden gedaan, tenzij het belang van de cliënt dit bepaaldelijk vordert, maar dan niet zonder voorafgaand overleg met de advocaat van de wederpartij.
- Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, dient het advies van de deken te worden ingewonnen voordat in rechte een beroep als vorenbedoeld wordt gedaan.
Regel 27 Schikkingsonderhandelingen
Omtrent de inhoud van tussen advocaten gevoerde schikkingsonderhandelingen mag aan de rechter aan wiens oordeel of instantie aan wier oordeel de zaak is onderworpen, niets worden medegedeeld zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij.
Regel 28 Overnemen van cliënten
- Een advocaat onthoudt zich in beginsel van initiatieven om in een lopende zaak een cliënt van een andere advocaat tot de zijne te maken. Krijgt een advocaat een verzoek de behandeling van een zaak, die reeds bij een andere advocaat in behandeling is, over te nemen, dan voeren deze advocaten onderling overleg met het doel de opvolgende advocaat behoorlijk in te lichten over de stand van de zaak.
- Is de declaratie van de andere advocaat niet voldaan en beroept deze zich op zijn retentierecht, dan is hij niettemin verplicht het dossier op verzoek van de cliënt aan de opvolgende advocaat af te geven onder door de deken te stellen voorwaarden.
Regel 29 Medewerking onderzoek deken
Bij een tuchtrechtelijk onderzoek, een verzoek om informatie van de deken dat met een mogelijk tuchtrechtelijk onderzoek verband houdt of een verzoek om medewerking op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, is de betrokken advocaat verplicht alle gevraagde inlichtingen aanstonds aan de deken te verstrekken, zonder zich op zijn geheimhoudingsplicht te kunnen beroepen, behoudens in bijzondere gevallen.
Regel 24 Onderlinge verhoudingen
In het belang van de rechtzoekenden en van de advocatuur in het algemeen streven advocaten naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.
Toelichting
Advocaten moeten elkaar met het oog op een goede beroepsuitoefening kunnen vertrouwen. Die is gediend met een onderlinge verhouding tussen advocaten die berust op vertrouwen en welwillendheid. Daarom moeten advocaten zich onthouden van al wat hun onderlinge verhouding zou kunnen verstoren. Uitlatingen die naar algemeen spraakgebruik grievend of kwetsend zijn, behoren advocaten in hun zakelijk verkeer achterwege te laten.
Naar het oordeel van de tuchtrechter dienen de gedragsregels mede tot de instandhouding van een onderlinge verhouding binnen de beroepsgroep die gebaseerd is op welwillendheid en vertrouwen. Dit draagt bij aan een goede beroepsuitoefening. Anderzijds vereist die beroepsuitoefening dat het te dienen partijbelang daaraan niet ondergeschikt wordt gemaakt. Partijdigheid is immers een kernwaarde van de advocatuur. Daarom zal in een mogelijk spanningsveld tussen een welwillende confraternele verhouding en het partijbelang de advocaat steeds een zorgvuldige afweging moeten maken waarbij de omstandigheden van de te behandelen zaak mede bepalend zijn. Naast de vereiste confraternaliteit wordt de vrijheid die de advocaat in zijn (partijdig) optreden kent, ook begrensd door de beginselen van een behoorlijke procesorde. Deze zijn ook van toepassing op het beroepsmatig optreden in rechte (HvD 16 augustus 2013, nr. 6626, ECLI:NL:TAHVD:2013:194).
Welwillendheid en vertrouwen houdt ook in dat de advocaat rekening houdt met de andere advocaat bij het bepalen van het tijdstip van het overleggen van stukken in juridische procedures en equality of arms bij het geven van informatie aan de rechter. Zie daarvoor tevens regel 20 en de toelichting daarop.
Een andere verwijzing naar welwillendheid en vertrouwen is dat een advocaat een doelmatig optreden in de procedure nastreeft en voor ogen dient te houden dat geen onnodige kosten worden gemaakt ten laste van de wederpartij of andere betrokkenen (regel 6) en dat de advocaat zich niet onnodig grievend dient uit te laten (regel 7).