5. Betrekkingen tussen advocaten onderling

5.1 Confraterniteit

5.1.1        De confraterniteit vereist een vertrouwensrelatie tussen advocaten in het belang van de cliënt en om onnodige processen te voorkomen, alsmede om iedere andere vorm van gedrag die de reputatie van het beroep van advocaat zou kunnen schaden te vermijden. De confraterniteit mag echter nooit de belangen van de advocaten tegenover de belangen van de cliënt stellen.

5.1.2        De advocaat erkent iedere advocaat van een andere Lidstaat als beroepsgenoot en gedraagt zich tegenover hem confraterneel en loyaal. 

Toelichting op artikel 5.1 – Confraterniteit

Deze bepalingen, gebaseerd op de uitlatingen in de Verklaring van Perugia, benadrukken dat het in het algemeen belang is dat de advocatuur een relatie van vertrouwen en onderlinge samenwerking tussen haar leden onderhoudt. Dit kan echter niet worden gebruikt ter rechtvaardiging van het stellen van de belangen van de advocatuur tegenover die van rechtspleging of van cliënten (zie tevens artikel 2.7). 

5.2 Samenwerking tussen advocaten van verschillende Lidstaten

5.2.1        Iedere advocaat tot wie zich een advocaat uit een andere Lidstaat wendt, is verplicht zich te onthouden van het aannemen van een zaak waarvoor hij de bekwaamheid mist om deze te behandelen. De advocaat dient in een dergelijk geval die advocaat te helpen alle informatie te verkrijgen om het deze mogelijk te maken zich tot een andere advocaat te wenden, die in staat is de verwachte diensten te verlenen.

5.2.2        Wanneer advocaten van twee verschillende Lidstaten samenwerken, zijn beiden verplicht rekening te houden met de verschillen, die mogelijk bestaan tussen hun rechtsstelsels, beroepsorganisaties, bevoegdheden en beroepsplichten in de betrokken Lidstaten. 

Toelichting op artikel 5.2 – Samenwerking tussen advocaten uit verschillende lidstaten

Deze bepaling vormt een nadere uitwerking van een in de Verklaring van Perugia vermeld principe, dat is gericht op het vermijden van misverstanden in het verkeer tussen advocaten van verschillende lidstaten. 

5.3 Briefwisseling tussen advocaten

5.3.1        Een advocaat, die aan een advocaat van een andere Lidstaat mededelingen wenst te doen, die hij als `vertrouwelijk´ of als `without prejudice/sans préjudice´ beschouwd wil zien, dient dit voornemen duidelijk kenbaar te maken vóór de verzending van de eerste van deze documenten.

5.3.2        Indien de toekomstige geadresseerde aan deze mededelingen geen `vertrouwelijk´ of `without prejudice/sans préjudice´ karakter kan verlenen, dient hij de afzender daarover onverwijld te informeren. 

Toelichting op artikel 5.3 – Correspondentie tussen advocaten

In sommige lidstaten wordt de communicatie tussen advocaten (schriftelijk of mondeling) normaliter geacht vertrouwelijk te worden gehouden tussen de betrokken advocaten. Dit betekent dat de inhoud van dergelijke communicatie niet kan worden geopenbaard aan anderen, normaliter niet kan worden doorgegeven aan de cliënten van de advocaat, en hoe dan ook niet tijdens de rechtszitting kan worden gepresenteerd. In andere lidstaten is er geen sprake van dergelijke consequenties, tenzij de correspondentie als ‘vertrouwelijk’ is bestempeld.

In nog weer andere lidstaten dient de advocaat de cliënt volledig op de hoogte te houden van alle relevante communicaties die afkomstig zijn van de advocaat die optreedt voor de tegenpartij, waarbij het bestempelen van een brief als ‘vertrouwelijk’ niet meer betekent dan dat het een juridische kwestie betreft die bestemd is voor de ontvangende advocaat en zijn of haar cliënt, die niet door derden mag worden misbruikt.

In sommige lidstaten geldt dat indien een advocaat wil aangegeven dat een brief wordt verzonden in een poging tot een schikking te komen, en niet tijdens de rechtszitting dient te worden gepresenteerd, de advocaat de brief moet aanmerken als zijnde ‘vrijblijvend’.

Deze belangrijke nationale verschillen geven aanleiding tot tal van misverstanden. Om die reden dienen advocaten in grensoverschrijdende correspondentie de uiterste voorzichtigheid in acht te nemen. Iedere keer wanneer een advocaat een brief aan een beroepscollega in een andere lidstaat wil verzenden op basis van het feit dat deze vertrouwelijk moet blijven tussen de advocaten, of dat het gaat om een ‘vrijblijvende’ brief, dient de advocaat vooraf te informeren of de brief op die basis kan worden geaccepteerd. Een advocaat die wenst dat een brief op een dergelijke wijze wordt geaccepteerd dient dit duidelijk in de mededeling of het begeleidende schrijven te vermelden.

Een advocaat die de bedoelde ontvanger is van een dergelijke mededeling, maar niet in de positie verkeert de basis waarop de mededeling moet worden verzonden te respecteren of dit kan garanderen, dient de afzender onmiddellijk te informeren zodat de mededeling niet wordt verzonden. Indien de mededeling al is ontvangen, dient de ontvanger deze onmiddellijk aan de afzender te retourneren zonder de inhoud te onthullen of er op enigerlei wijze naar te verwijzen; indien de nationale wet- of regelgeving het de ontvanger onmogelijk maakt aan deze vereiste te voldoen, dient hij of zij de afzender onmiddellijk te informeren.

5.4 Honorarium voor introducties

5.4.1        De advocaat mag van een andere advocaat of van enige derde geen honorarium, voorschot of enigerlei andere vergoeding vragen, noch aanvaarden, voor het aanbevelen van een advocaat aan een cliënt of het doorsturen van een cliënt naar een advocaat.

5.4.2        De advocaat mag aan niemand een honorarium, voorschot of enigerlei andere vergoeding betalen als tegenprestatie voor de introductie van een cliënt. 

Toelichting op artikel 5.4 – Honorarium voor introducties

Deze bepaling verwoordt het principe dat een advocaat niet dient te betalen of betaald dient te worden puur voor het verwijzen van een cliënt, aangezien dit een aantasting van de vrije keuze van advocaat door de cliënt zou betekenen of diens belang te worden doorverwezen naar best mogelijk dienstverlening zou kunnen aantasten. Dit laat echter regelingen voor het delen van vergoedingen tussen advocaten op deugdelijke basis onverlet (zie tevens artikel 3.6 hiervoor).

In een aantal lidstaten is het advocaten in bepaalde gevallen toegestaan commissies te accepteren en in te houden, mits a. het best mogelijke belang van de cliënt hiermee wordt gediend, b. er dienaangaande volledige openheid is ten opzichte van de cliënt en c. deze hiermee heeft ingestemd. In dergelijke gevallen vertegenwoordigt de inhouding van de commissie door de advocaat een deel van diens vergoeding voor de aan de cliënt verleende diensten en valt dit niet onder het verbod op verwijzingsvergoedingen, dat is bedoeld om te voorkomen dat advocaten een geheime winst maken.

5.5 Contact met tegenpartij

De advocaat mag met betrekking tot een bepaalde zaak geen rechtstreeks contact opnemen met iemand, van wie hij weet dat deze wordt vertegenwoordigd of bijgestaan door een andere advocaat, tenzij die andere advocaat daarvoor toestemming heeft gegeven (en op voorwaarde deze laatste op de hoogte te houden). 

Toelichting op artikel 5.5 – Contact met wederpartij

Deze bepaling verwoordt een algemeen aanvaard principe, en is bedoeld voor enerzijds het bevorderen van een soepele werkwijze tussen advocaten en anderzijds het voorkomen van pogingen misbruik te maken van de cliënt van een andere advocaat.

5.6 Verandering van advocaat

Vervallen bij besluit van de plenaire vergadering CCBE te Dublin op 6 december 2002. 

Toelichting op artikel 5.6 – Verandering van advocaat

Artikel 5.6 betrof de verandering van advocaat. Het werd op 6 december 2002 geschrapt uit de beroeps- en gedragsregels.

5.7 Financiële aansprakelijkheid

In de beroepsmatige betrekkingen tussen advocaten van balies van verschillende Lidstaten is de advocaat die een zaak aan een correspondent toevertrouwt of deze raadpleegt tenzij hij zich ertoe beperkt een andere advocaat aan te bevelen of deze bij een cliënt te introduceren persoonlijk verplicht tot betaling van het honorarium, de kosten en verschotten, die verschuldigd zijn aan de buitenlandse correspondent, zelfs indien de cliënt insolvent is. De betrokken advocaten mogen echter bij het begin van hun samenwerking een bijzondere afspraak hierover maken. Bovendien mag de opdrachtgevende advocaat te allen tijde zijn persoonlijke aansprakelijkheid beperken tot het bedrag aan honorarium, kosten en verschotten, verschuldigd vóór zijn kennisgeving aan de buitenlandse advocaat dat hij verdere aansprakelijkheid voor de toekomst afwijst. 

Toelichting op artikel 5.7 – Financiële aansprakelijkheid

Deze bepalingen herbevestigen in hoofdzaak de in de Verklaring van Perugia opgenomen bepalingen. Aangezien misverstanden over de verantwoordelijkheid voor onbetaalde vergoedingen een veelvuldig voorkomende bron van geschillen tussen advocaten van verschillende lidstaten zijn, is het belangrijk dat een advocaat die zijn of haar persoonlijke verplichting om verantwoordelijk te zijn voor de vergoedingen van een buitenlandse collega wil uitsluiten of beperken, hierover voorafgaande aan de zaak duidelijke afspraken maakt.

5.8 Permanente vorming

De advocaten dienen hun kennis en professionele vaardigheden te onderhouden en te ontwikkelen rekening houdend met de Europese dimensie van hun beroep. 

Toelichting op artikel 5.8 – Permanente vorming

Het op de hoogte zijn en blijven van ontwikkelingen op rechtsgebied is een beroepsverplichting. Het is vooral van essentieel belang dat advocaten zich bewust zijn van de groeiende invloed van Europese wetgeving op hun praktijkgebied.

5.9 Geschillen tussen advocaten van verschillende Lidstaten

5.9.1        Indien een advocaat van mening is, dat een advocaat van een andere Lidstaat een gedragsregel heeft geschonden, dient hij deze beroepsgenoot daarop wijzen.

5.9.2        Wanneer zich enig persoonlijk geschil van professionele aard voordoet tussen advocaten van verschillende Lidstaten, moeten zij eerst trachten dat geschil in der minne op te lossen.

5.9.3        Alvorens een procedure tegen een advocaat van een andere Lidstaat aan te spannen ter zake van een geschil als bedoeld in artikel 5.9.1 en 5.9.2, dient de advocaat de balies, waartoe de beide advocaten behoren, op de hoogte te stellen, teneinde de desbetreffende balies in staat te stellen een minnelijke schikking tot stand te brengen. 

Toelichting op artikel 5.9 – Geschillen tussen advocaten in verschillende lidstaten

Een advocaat is gerechtigd alle wettelijke of andere rechtsmiddelen waarop hij of zij recht kan doen gelden in te zetten tegen een collega in een andere lidstaat. Niettemin verdient het aanbeveling om in situaties waarbij er sprake is van inbreuk op de beroeps- en gedragsregels of een geschil van beroepsmatige aard, alle mogelijkheden om de zaak in der minne op te lossen te benutten, zo nodig met behulp van de betrokken ordes van advocaten of rechtsgenootschappen, voordat dergelijke rechtsmiddelen worden ingezet. 

Navigeer inhoud van  Gedragsregels

Navigeer inhoud van Gedragsregels

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.