De advocaat in de verhouding tot de cliënt

Regel 12 Zorgvuldigheid

De advocaat behandelt de hem opgedragen zaken zorgvuldig en houdt daarbij steeds het bijzondere karakter van de relatie tussen advocaat en cliënt voor ogen.

Toelichting

De gedragsregels die specifiek zien op de (contractuele) verhouding tussen advocaat en cliënt zijn gebundeld in regel 12 en volgende. Door die bundeling is meer systematiek aangebracht in die regels die onderstrepen dat de overeenkomst van opdracht tussen advocaat en cliënt van een bijzondere aard is, zoals de advocaat-cliëntrelatie een bijzondere relatie is.

De advocaat zal zich ook moeten houden aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Zorgvuldig handelen houdt dus ook in dat de advocaat passende technische en organisatorische maatregelen treft om persoonsgegevens te beveiligen. Dat zal in het bijzonder gelden voor de (persoons)gegevens die de advocaat in het kader van de dienstverlening van zijn cliënten verkrijgt en opslaat.

Regel 13 Uitvoering opdracht

  1. De advocaat voert de aan hem gegeven opdracht persoonlijk uit. De advocaat mag in overleg met zijn cliënt van dit uitgangspunt afwijken; tevens is het hem toegestaan om, in overleg met zijn cliënt, andere advocaten en zo nodig hulppersonen in te schakelen.
     
  2. De advocaat mag zijn medewerkers die geen advocaat zijn slechts zelfstandig zaken laten behandelen indien hij zich ervan heeft overtuigd dat zij daartoe bekwaam zijn en hij het terrein waarop zij dit mogen doen, heeft afgebakend. De advocaat blijft tegenover zijn cliënt voor de uitvoering van de opdracht verantwoordelijk.
     
  3. Het bepaalde in het tweede lid is ook van toepassing ingeval de advocaat een andere advocaat of een hulppersoon inschakelt.

Toelichting

Wellicht was bij het opstellen van de Gedragsregels 1992 nog ruimte voor twijfel over de aard van de rechtsbetrekking tussen advocaat en cliënt. Tegenwoordig wordt algemeen aanvaard dat tussen de advocaat en diens cliënt een overeenkomst van opdracht als bedoeld in Titel 7 van Boek 7 BW tot stand komt.

De advocaat is in de uitoefening van zijn maatschappelijke rol van rechtshulpverlener dus tevens opdrachtnemer in civielrechtelijke zin. Dit uitgangspunt is sinds 2013 ook uitdrukkelijk erkend in inmiddels vaste tuchtrechtspraak. De tuchtrechter toetst de kwaliteit van de dienstverlening in volle omvang, maar houdt bij zijn beoordeling rekening met de vrijheid die de advocaat dient te hebben met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en met de keuzes waarvoor een advocaat bij de behandeling kan komen te staan. De vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en de keuzes waarvoor hij kan komen te staan zijn niet onbeperkt, maar worden begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen zijn beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht (HvD 20 september 2013, nr. 6747, ECLI:NL:TAHVD:2013:260).

Omgekeerd heeft de cliënt als opdrachtgever dus ook te maken met een opdrachtnemer wiens werkzaamheden zijn ingebed in een publiekrechtelijk kader met onder meer kernwaarden en die dient te handelen met inachtneming van de professionele standaard. Het hof van discipline heeft niet met zoveel woorden omschreven wat tot die professionele standaard behoort, maar wijst erop dat het werk van de advocaat dient te voldoen aan datgene wat binnen zijn beroepsgroep als professionele standaard geldt. Langs die weg beïnvloeden de gedragsregels de wijze waarop de overeenkomst van opdracht moet worden uitgevoerd. Artikel 7:400, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, biedt daartoe ook in civielrechtelijke zin de ruimte, door te bepalen dat van de wettelijke bepalingen wordt afgeweken door hetgeen voortvloeit uit de wet, de inhoud of aard van de overeenkomst van opdracht of van een andere rechtshandeling, of de gewoonte.

Deels sluiten de gedragsregels aan bij de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, deels geven zij een specificatie of verbijzondering van die wettelijke bepalingen. In de voorgestelde reeks gedragsregels gaat het achtereenvolgens om:

  • de vereiste zorgvuldigheid en het beginsel van de persoonlijke uitvoering van de opdracht (vgl. art. 7:401 en art. 7:404 BW);
  • de informatieplicht jegens de cliënt/opdrachtgever (vgl. art. 7:403 lid 1 BW);
  • het zijn van dominus litis en het neerleggen van de opdracht bij onoverbrugbaar verschil van inzicht (vgl. art. 7:402 en art. 7:408 lid 2 BW);
  • het recht op een beloning en het vereiste van de redelijkheid daarvan (vgl. art. 7:405 BW);
  • het doen van rekening en verantwoording van onder meer verschotten (vgl. art. 7:403 lid 2 en art. 7:406 lid 2 BW).

Met persoonlijke uitvoering wordt niet beoogd, binnen de grenzen van het Burgerlijk Wetboek, de mogelijkheid van inschakeling van personeel, geautomatiseerde systemen, robots, enzovoort, te beperken. Daarvoor zal echter wel overleg met de cliënt nodig zijn. Dit geldt ook als de advocaat gebruikmaakt van een zogenaamde ‘flexibele schil’. Dit zijn advocaten die niet op vaste basis zijn betrokken bij het advocatenkantoor, maar op flexibele basis worden ingeschakeld. In dat geval moet hierover worden overlegd met de cliënt, zodat duidelijk is met wie de cliënt een overeenkomst van opdracht aangaat en tevens wie de werkzaamheden verricht en waar de cliënt kan reclameren bij een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verbintenis.

Een advocaat staat niet alleen in voor de kwaliteit van het door hem ingeschakelde personeel (of andere advocaten die onder zijn eindverantwoordelijkheid aan een zaak werken); op grond van de kernwaarde deskundigheid is hij gehouden om ook zelf zijn cliënt met een adequaat kennisniveau ter zijde te staan. Omdat het beroep van advocaat meer vergt dan alleen juridische deskundigheid, dient de bekwaamheid van de advocaat in brede zin te worden onderhouden. De advocaat is zelf verantwoordelijk voor het vereiste kwaliteitsniveau, dat hij op peil kan houden door bijvoorbeeld de deelname aan intervisie of peerreview.

In het tweede lid en derde lid is opgenomen dat de advocaat tegenover zijn cliënt voor de uitvoering van de opdrachten verantwoordelijk blijft, ook als een andere advocaat of een hulppersoon wordt ingeschakeld. Deze bepaling gaat ervan uit dat de behandelend advocaat zelfstandig de hulp inroept van een hulppersoon of een andere advocaat, zonder tussenkomst van de cliënt. Uiteraard kent de hulppersoon of de andere advocaat een eigen – zelfstandige – verantwoordelijkheid. Voorkomen moet echter worden dat de cliënt – bij een toerekenbare tekortkoming – van het spreekwoordelijke kastje naar de muur wordt gestuurd. Dit laat onverlet dat het ook de cliënt zelf kan zijn die de hulppersoon of een andere advocaat inschakelt of dat over die verantwoordelijkheid voorafgaand aan de inschakeling met de cliënt afspraken worden gemaakt.

Regel 14 Verantwoordelijkheid uitvoering opdracht

  1. De advocaat draagt volledige verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de opdracht. De advocaat kan zich niet aan deze verantwoordelijkheid onttrekken met een beroep op de van zijn cliënt verkregen opdracht. Hij mag evenwel geen handelingen verrichten tegen de kennelijke wil van de cliënt.
     
  2. Indien tussen de advocaat en zijn cliënt verschil van mening bestaat over de wijze waarop de opdracht moet worden uitgevoerd en dit geschil niet in onderling overleg kan worden opgelost, dient de advocaat zich terug te trekken.
     
  3. Wanneer de advocaat besluit een hem verstrekte opdracht neer te leggen, dient hij dat op zorgvuldige wijze te doen en dient hij ervoor zorg te dragen dat zijn cliënt daarvan zo min mogelijk nadeel ondervindt.

Toelichting

Met deze regel komt tot uitdrukking dat de advocaat, zoals dat traditioneel is omschreven, fungeert als dominus litis. Deze regel hangt samen met de kernwaarde onafhankelijkheid, die hij ook tegenover zijn eigen cliënt moet betrachten. De advocaat heeft bij de behandeling van een zaak de leiding en dient vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt het best zijn gediend. Wel moet de advocaat zijn cliënt duidelijk maken hoe hij te werk wil gaan en waartoe hij wel of niet bereid is. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is overigens in het algemeen pas sprake als de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden geschaad of kunnen worden geschaad (RvD Amsterdam 18 mei 2011, ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1665).

De advocaat heeft bij de behandeling van de zaak de leiding en aan hem komt een grote mate van vrijheid toe om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Die beleidsvrijheid wordt, zoals uit de hiervoor aangehaalde tuchtrechtspraak voortvloeit, begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen zijn beroepsgroep als professionele standaard geldt.

Onverminderd het bovenstaande brengt de verhouding tussen de advocaat, als opdrachtnemer, en de cliënt, als opdrachtgever, ingevolge artikel 7:402 lid 1 BW mee dat de advocaat in beginsel gehouden is de instructies van zijn cliënt op te volgen. Indien de advocaat uitvoering van een instructie van zijn cliënt onverenigbaar acht met de op hem rustende verantwoordelijkheid voor zijn eigen optreden, en dit verschil van mening niet in onderling overleg kan worden opgelost, dan kan de advocaat niet zijn eigen wil doorzetten, maar dient hij zich uit de zaak terug te trekken, aldus artikel 7:402 lid 2 BW en de daarmee strokende gedragsregel (HvD 15 juli 2013, nr. 6577, ECLI:NL:TAHVD:2013:175).

De advocaat kan niet verplicht worden een opdracht te aanvaarden of voort te zetten. Wel dient hij ervoor te waken dat de cliënt geen (procedurele of andere) schade ondervindt (RvD Amsterdam 20 maart 2012, Advocatenbladmaart 2013, p. 47).

Een advocaat dient te voorkomen – anders handelt hij tuchtrechtelijk verwijtbaar – dat hij zich in de positie brengt dat er voor hem geen andere weg meer bestaat dan zich op een voor klagers ongelegen en ontijdig moment uit de procedure terug te trekken, bijvoorbeeld omdat hij peremptoir was komen te staan (zie HvD 21 januari 2013, nr. 5752, ECLI:NL:TAHVD:2013:82).

Het bijzondere karakter van de verhouding tussen advocaat en cliënt impliceert niet alleen omzichtigheid en duidelijkheid bij het beëindigen van de opdrachtrelatie. Zo duurt de geheimhoudingsplicht voort na beëindiging van de dienstverlening.

Bij uitvoering van de opdracht wordt aangesloten bij de uitvoering van de overeenkomst van opdracht. De opdrachtgever zal vaak dezelfde partij zijn als de cliënt. Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn. Een voorbeeld hiervan is de verzekeraar die optreedt als opdrachtgever en de verzekerde die moet worden gekwalificeerd als cliënt. Als opdrachtgever en cliënt niet dezelfde partij zijn, kan spanning ontstaan tussen de belangen van beide partijen. Bijvoorbeeld als de verzekerde geen dekking heeft onder de verzekering of fraude heeft gepleegd. De advocaat doet er goed aan voorafgaand duidelijk te maken wat hij doet indien een dergelijke spanning ontstaat. Een dergelijke afspraak laat onverlet de mogelijkheid dat de advocaat zich, ondanks deze voorafgaande afspraak, in de behandeling van de zaak voor beide partijen moet terugtrekken.

Regel 15 Belangenverstrengeling

  1. Gelet op zijn gehoudenheid aan met name de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid is het de advocaat niet toegestaan, behoudens in de gevallen genoemd in het derde en vierde lid:
    1. tegelijkertijd voor meer dan één partij op te treden in een zaak waarin deze partijen een tegengesteld belang hebben;
    2. tegen een cliënt of een voormalige cliënt op te treden.
       
  2. De advocaat streeft ernaar te voorkomen dat de in het eerste lid bedoelde situatie ontstaat. Wanneer die omstandigheid zich niettemin voordoet of als een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is, zal de advocaat alert moeten zijn op die ontwikkeling en zich geheel, en uit eigen beweging, uit de zaak terugtrekken. De advocaat die zich aldus als advocaat van een of meer partijen heeft teruggetrokken zal zich vervolgens in diezelfde aangelegenheid ook niet namens andere partijen kunnen mengen.
     
  3. Van de verplichting uit het eerste lid kan de advocaat alleen afwijken indien is voldaan aan elk van de volgende drie voorwaarden:
    1. de aan de advocaat toe te vertrouwen belangen betreffen niet dezelfde zaak ten aanzien waarvan de voormalige of bestaande cliënt werd of wordt bijgestaan door de advocaat, houden daar ook geen verband mee en een toekomstig verband is evenmin aannemelijk;
    2. de advocaat beschikt niet over vertrouwelijke informatie afkomstig van zijn voormalige of bestaande cliënt, dan wel over zaaksgebonden informatie of informatie de voormalige of bestaande cliënt betreffende, die redelijkerwijs van belang kan zijn bij de behandeling van de zaak tegen deze voormalige of bestaande cliënt; en
    3. niet is gebleken van redelijke bezwaren aan de zijde van de voormalige of bestaande cliënt.
       
  4. Buiten het geval bedoeld in het derde lid kan de advocaat afwijken van het bepaalde in het eerste lid indien de partij die zich met het verzoek tot behartiging van zijn belangen tot de advocaat heeft gewend en de voormalige of bestaande cliënt tegen wie moet worden opgetreden op grond van hun verstrekte informatie vooraf daarmee instemmen en die instemming op behoorlijke wijze tussen voldoende gelijkwaardige partijen tot stand is gekomen.
     
  5. Het staat een advocaat vrij om aan een nieuwe of bestaande cliënt voor te houden dat in de door deze cliënt aangeboden opdracht diens belangen worden behartigd tegen een voormalige of bestaande cliënt en dat de opdracht alleen kan worden aangenomen als die voormalige of bestaande cliënt daarmee instemt. Na verkregen akkoord van de nieuwe cliënt zal de advocaat zich met die voormalige of bestaande cliënt mogen verstaan. Tot een dergelijk overleg gaat de advocaat echter niet over indien de aard van de concrete relatie met de bestaande cliënt of concrete omstandigheden van het geval zich daartegen verzetten.
     
  6. Waar in deze regel ‘advocaat’ staat wordt tevens bedoeld het samenwerkingsverband waarvan hij deel uitmaakt.

Toelichting

Deze regel belet een advocaat niet om voor twee of meer cliënten in dezelfde zaak op te treden, vooropgesteld dat er geen sprake is van een belangenconflict, noch dat er sprake is van een aanzienlijk risico dat een dergelijk conflict kan ontstaan. Zo is het reeds langer in de praktijk toegelaten dat één advocaat het gemeenschappelijk belang van echtelieden om tot een scheiding te komen dient (zie HvD 2 december 1991, nr. 1991). Omdat naast het gemeenschappelijk belang van partijen min of meer per definitie ook tegenstrijdige belangen bestaan, past de advocaat bij uitstek hier grote behoedzaamheid. Het is vaste rechtspraak dat voor een advocaat, die als enige advocaat van twee partijen optreedt in een echtscheidingsprocedure, een zware zorgplicht geldt, die onder meer met zich meebrengt dat de advocaat beide partijen goed voorlicht over hun marges en mogelijkheden en zich ervan vergewist dat beide partijen de te treffen regeling begrijpen (zie onder andere HvD 23 november 2015, nr. 7449, ECLI:NL:TAHVD:2015:299).

De hoofdtaak van de advocaat is derhalve het verlenen van advies en bijstand aan individuele cliënten of aan groepen cliënten van wie de belangen parallel lopen. Bij de belangenbehartiging vertegenwoordigt hij een partijstandpunt. Dit laat derhalve onverlet dat de advocaat kan optreden als ‘gezinsadvocaat’. Hij kan bijvoorbeeld het belang van de kinderen behartigen. Het is dan wel noodzakelijk dat de belangen van de kinderen parallel lopen.

Het tweede lid schrijft de algemene regel voor dat een advocaat in geval van een belangenconflict de zaak niet zal behandelen dan wel zich zal terugtrekken uit die zaak. In dat geval zal de advocaat niet meer voor de voormalige bij de zaak betrokken partijen mogen optreden. Indien tussen twee cliënten van dezelfde advocaat een niet aanstonds overbrugbaar belangenconflict ontstaat, zal de advocaat voor geen van beide cliënten meer kunnen optreden. De advocaat die voor meerdere cliënten optreedt in één zaak of gerelateerde zaken doet er verstandig aan op de regel te wijzen en dit in de opdrachtbevestiging vast te leggen.

Als de advocaat zich terugtrekt om een andere reden dan een belangenconflict, mag hij wel voortgaan met de andere partij bij te staan, maar zal hij in het algemeen niet kunnen optreden tegen de partij wier belangen hij niet meer behartigt.

In twijfelgevallen doet de advocaat er vaak beter aan af te zien van het optreden in kwestie. Desgewenst kan het advies van de deken worden ingewonnen, dat evenwel niet bindend is en de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van de advocaat onverlet laat. De eigen verantwoordelijkheid van de advocaat staat voorop en niet de wens van de cliënt. Ook de schijn dat de advocaat zich aan belangenverstrengeling ten nadele van de cliënt schuldig maakt, dient te allen tijde te worden vermeden.

De advocaat moet zich rekenschap geven van het feit dat eventueel ook in de toekomst een conflicterend belang kan ontstaan met als consequentie dat de verlangde bijstand niet door de advocaat kan worden verleend dan wel dat de advocaat zich uit de zaak terugtrekt. De aard van de relatie tussen de cliënt en de advocaat alleen al kan met zich brengen dat het optreden tegen die cliënt door de advocaat of zijn kantoorgenoot onwenselijk is, ook al gaat het niet om dezelfde kwestie.

De kernwaarden vertrouwelijkheid en partijdigheid dicteren tevens de regel dat een advocatenkantoor niet tegen eigen (ex-)cliënten optreedt, tenzij partijen, goed geïnformeerd, met een afwijking van die regel instemmen.

Deze uitzonderingen worden mede gerechtvaardigd door het belang van vrije advocatenkeuze, zeker als het om een hechte relatie gaat, en de advocaat goed is ingevoerd in de gang van zaken bij zijn (vaste) cliënt: een cliënt behoort niet lichtvaardig van de advocaat van zijn keuze te worden afgehouden.

Deze regel ziet op het geval dat zich een nieuwe cliënt aandient. Deze regel bevat de binnen de beroepsgroep algemeen aanvaarde norm dat het een advocaat, behoudens bijzondere omstandigheden, niet is toegestaan tegen zijn eigen (voormalige) cliënt of die van zijn kantoorgenoten (advocaat of niet) op te treden. Met optreden wordt ook bedoeld optreden in de adviessfeer. De bepaling geldt niet voor de advocaat die bij gebreke van betaling van zijn declaratie zijn cliënt aanspreekt.

De cliënt moet er ten volle op kunnen vertrouwen dat gegevens over zijn zaak, zijn persoon of zijn onderneming, die de cliënt de advocaat of zijn kantoorgenoot ter beschikking stelt, niet op enig moment tegen hem worden gebruikt. Het betreft vertrouwelijke informatie, dat wil zeggen informatie die geen openbaar karakter draagt en dus buiten de cliënt om niet zonder meer verkrijgbaar is.

Het onderzoek van de advocaat of het hem vrijstaat tegen een cliënt of voormalig cliënt op te treden, strekt zich uit tot alle deelnemers in zijn kantoor of samenwerkingsverband, bijvoorbeeld ook de notaris, belastingadviseur of octrooigemachtigde.

Regel 16 Informatieplicht

  1. De advocaat dient zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, dient hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen.
     
  2. De advocaat die een redelijk vermoeden heeft dan wel bemerkt dat hij tekort is geschoten in de behartiging van de belangen van zijn cliënt, is gehouden zijn cliënt daarvan onverwijld op de hoogte te stellen en hem, zo nodig, te adviseren onafhankelijk advies te vragen.
     
  3. De advocaat handelt ook integer en zorgvuldig in financiële aangelegenheden en hij legt daarover een nauwgezette verantwoording af aan zijn cliënt.

Toelichting

Een advocaat is gehouden een aan hem verleende opdracht, alsmede de daarvoor geldende voorwaarden schriftelijk te bevestigen. Meer algemeen is hij verplicht zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Een advocaat dient zijn cliënt genoegzaam en tijdig te informeren, te waarschuwen, en duidelijkheid te scheppen omtrent de kansen en risico’s en de kosten van zijn optreden. Dit alles dient de advocaat schriftelijk aan de cliënt te bevestigen. De achtergrond daarvan is dat onduidelijkheid en misverstanden over wat er tussen advocaat en cliënt is afgesproken zo veel mogelijk dienen te worden voorkomen. Deze regel is in een bijzonder geval ook uitgewerkt in regel 18, derde lid, die de advocaat verplicht om, indien zijn cliënt afziet van gefinancierde rechtshulp, dit schriftelijk vast te leggen. Onder schriftelijk wordt eveneens verstaan door middel van digitale media, zoals e-mail.

Ingeval sprake is van een datalek, bijvoorbeeld als bedoeld in de AVG, kan de advocaat ook verplicht zijn informatie te verschaffen aan zijn cliënten of derden die door dat datalek mogelijk zijn geraakt.

Een zorgvuldige rechtsbijstandverlening eist dat de advocaat min of meer ernstige tekortkomingen daarin en regelrechte fouten aan de cliënt kenbaar maakt. Wanneer dat zodanige vormen heeft aangenomen of dreigt aan te nemen dat de belangen van de advocaat en die van de cliënt sterk uiteen gaan lopen, zal de advocaat de cliënt moeten adviseren onafhankelijk advies te vragen. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de cliënt ernstig nadeel ondervindt of dreigt te ondervinden als gevolg van de tekortkomingen van de advocaat. Hierbij wordt gedacht aan het inwinnen van een advies bij bijvoorbeeld een andere advocaat. Dat laat onverlet dat het ook mogelijk is dat de gehele zaak moet worden overgenomen door een andere advocaat als behandeling van de zaak met inachtneming van de kernwaarden niet langer mogelijk blijkt.

In beroepsaansprakelijkheidspolissen staan bepalingen, inhoudende dat gebeurtenissen die kunnen leiden tot schadeclaims direct moeten worden gemeld bij de verzekeraar. Naleving van regel 16, tweede lid, laat onverlet de mogelijkheid voor de advocaat om vooraf met de verzekeraar de gedragslijn in de desbetreffende aangelegenheid af te stemmen.

Juist ook in financiële aangelegenheden geldt voor advocaten een zorgplicht. Bij herhaling heeft het hof van discipline duidelijk gemaakt dat de financiële integriteit een integraal onderdeel is van de kernwaarde integriteit. Wanneer een advocaat een opdracht aanvaardt, dient hij de financiële consequenties daarvan met de cliënt te bespreken en inzicht te geven in de wijze waarop en de frequentie waarmee hij zal declareren.

Van de advocaat mag worden verwacht dat hij de financiële gevolgen van de behandeling van een zaak niet alleen voor zijn eigen cliënt in het oog houdt. De wijze waarop de zaak zich ontwikkelt, heeft in de regel ook gevolgen voor de wederpartij of voor derden die de zaak voor de cliënt financieren of daarvoor instaan. Daarbij valt te denken aan financiering van de rechtshulp op basis van een toevoeging of op grond van de omstandigheid dat de cliënt tegen kosten van rechtsbijstand verzekerd is (zie ook regel 18).

Regel 17 Honorarium

  1. Bij het vaststellen van zijn declaratie behoort de advocaat een, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk honorarium in rekening te brengen.
     
  2. De advocaat draagt er zorg voor dat bij het aanvaarden van de opdracht duidelijke afspraken zijn gemaakt over zijn honorarium, de doorbelasting van kosten, en de wijze van declareren.
     
  3. Zodra de advocaat voorziet dat de declaratie aanmerkelijk hoger zal worden dan de aanvankelijk aan de cliënt opgegeven schatting stelt hij zijn cliënt daarvan op de hoogte.
     
  4. De advocaat richt zijn declaratie aldus in, dat de cliënt eenvoudig kan vaststellen hoeveel wordt gerekend voor honorarium, verschotten en omzetbelasting en in hoeverre voorschotten worden verrekend. De advocaat declareert zijn honorarium in beginsel periodiek en deugdelijk gespecificeerd onder opgave van tarief en tijdsbesteding of een andere overeengekomen grondslag.
     
  5. Maakt de cliënt tegen de declaratie bezwaar, dan is de advocaat verplicht de cliënt te wijzen op de toepasselijke kantoorklachtenregeling en de overige mogelijkheden om het geschil op te lossen.
     
  6. Wat betreft nog niet in rechte vastgestelde vorderingen van de advocaat op zijn cliënt treft hij geen conservatoire maatregelen en vraagt hij niet het faillissement aan, anders dan na overleg met de deken.
     
  7. De advocaat legt alleen na overleg met de deken beslag onder zichzelf of onder de derdengeldenstichting van zijn kantoor.

Toelichting

De advocaat moet een redelijk honorarium in rekening brengen en tevens vooraf transparant zijn over zijn honorarium, de kosten en de wijze van declareren. Daardoor zal de advocaat veelal een inschatting moeten geven van de te verwachten tijdsbesteding en het totaal aan kosten (honorarium). Uiteraard zijn er gevallen denkbaar dat een dergelijke inschatting niet mogelijk is, maar een advocaat kan niet een in redelijkheid wel te geven inschatting achterwege laten met het doel om de informatieverplichting uit het derde lid te ontwijken. De transparantie brengt ook mee dat het tarief, een eventuele andere overeengekomen grondslag voor de honorariumbepaling, omzetbelasting en de frequentie van declareren inzichtelijk worden gemaakt aan de cliënt.

Twee ontwikkelingen leiden tot aanpassing van de financiële (gedrags)regels ten opzichte van de Gedragsregels 1992. De eerste is dat het verbod op no cure, no payen op quota pars litisinmiddels op het niveau van de Verordening op de advocatuur is opgenomen en daarom niet meer op het niveau van de gedragsregels hoeft te worden vastgelegd. Dat neemt niet weg dat het gecamoufleerd afspreken van een dergelijke afspraak nog steeds onbetamelijk kan zijn.

In de tuchtrechtspraak is sinds lange tijd bepaald dat een declaratieafspraak geoorloofd is die ertoe leidt dat bij het uitblijven van een positief resultaat wordt gedeclareerd op basis van een laag uurtarief, doch bij een positief resultaat een hoger tarief zal gelden (zie onder meer HvD 9 februari 1998, Advocatenblad 19 maart 1999). Er bestaat dan ook geen wezenlijk bezwaar tegen een afspraak waarbij de verhoging van het lage tarief in geval van het bereiken van een positief gevolg wordt gerelateerd aan een percentage van de waarde van dat positieve gevolg, mits het lage tarief maar kostendekkend is en voorziet in een bescheiden salaris voor de advocaat.

Deze vorm van toegelaten resultaatgerelateerde beloning moet worden onderscheiden van het geval waarin een advocaat om hem moverende redenen een zaak geheel gratis (‘pro bono’) wil behandelen.

De tweede ontwikkeling is dat de in de Wet tarieven in burgerlijke zaken opgenomen begrotingsprocedure is vervallen, en dat derhalve een geschil over een advocatendeclaratie in beginsel net zo dient te worden afgehandeld als iedere andere vordering, tenzij advocaat en cliënt vooraf zijn overeengekomen dat een gerezen geschil over de declaratie door een andere onafhankelijke derde-instantie (zoals de Geschillencommissie Advocatuur) zal worden beslecht. In lid 5 is met het oog daarop de opdracht opgenomen aan de advocaat om zijn cliënt, indien deze bezwaar maakt tegen de ingediende declaratie, te wijzen op de toepasselijke kantoorklachtenregeling en de mogelijkheden die op grond van de overeenkomst van opdracht openstaan om een eventueel geschil op te lossen (bindend advies, arbitrage of de gang naar de gewone rechter).

Regel 18 Gefinancierde rechtsbijstand

  1. Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt niet in aanmerking kan komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp, is hij verplicht met zijn cliënt vóór de aanvaarding van de opdracht en verder steeds tussentijds wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen zijn om te trachten door de overheid gefinancierde rechtshulp te verkrijgen.
     
  2. De advocaat zal van de cliënt voor de behandeling van een zaak waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van eigen bijdragen, verschotten en proceskosten volgens de daarvoor geldende regels.
     
  3. Wanneer de cliënt mogelijk in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp en niettemin de keuze maakt daarvan geen gebruik te maken, dient de advocaat dat schriftelijk vast te leggen.

Toelichting

Het eerste lid geeft aan dat de advocaat een verantwoordelijkheid draagt bij het onderzoeken of de cliënt in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp. Dit doet de advocaat voordat de opdracht door hem wordt aanvaard, maar ook tussentijds indien daartoe aanleiding bestaat. Het is immers mogelijk dat een situatie wijzigt of er ontwikkelingen zijn die van invloed zijn op de mogelijkheid dat een cliënt in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp. Dit is aanleiding voor de advocaat om opnieuw te onderzoeken of de cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp en daarover zal overleg moeten plaatsvinden.

Het derde lid van deze regel is een uitwerking van de algemene zorgplicht van de advocaat om wezenlijke afspraken met zijn cliënt schriftelijk vast te leggen. De advocaat heeft de verplichting een cliënt erop te wijzen dat deze mogelijk in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand. Bij het nakomen van deze verplichting zal de advocaat een grote mate van zorgvuldigheid moeten betrachten. Als norm voor die zorgvuldigheid geldt dat de advocaat een cliënt die mogelijk in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp maar daarvan afziet, er uitdrukkelijk en duidelijk op wijst dat hij afstand doet van het recht op gefinancierde rechtshulp. Bovendien zal de advocaat zich er deugdelijk van moeten vergewissen dat de cliënt weet en begrijpt welk recht hij daarmee prijsgeeft. Derhalve heeft de advocaat de plicht na te gaan of de cliënt ook daadwerkelijk afstand wenst te doen van zijn recht op gefinancierde rechtshulp en dat hij de consequenties daarvan overziet en kan dragen (zie onder andere RvD Amsterdam 1 september 2009, ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0100).

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat ook niet is toegestaan een afspraak met de cliënt dat zijn zaak eerst betalend wordt behandeld en daarna op toevoegingsbasis of andersom (zie HvD 1 december 2014, ECLI:NL:TAHVD:2014:370).

Regel 19 Zekerheid en voldoening declaratie

  1. Het is de advocaat niet toegestaan voor de betaling van zijn declaratie andere zekerheid te aanvaarden dan een voorschot in geld, behoudens in bijzondere gevallen en dan slechts na overleg met de deken.
     
  2. Het is de advocaat evenmin toegestaan voldoening van zijn declaraties anders dan in geld te aanvaarden, behoudens in bijzondere gevallen en slechts na overleg met de deken.
     
  3. Wanneer de cliënt op grond van gehele of gedeeltelijke betwisting van de declaratie bezwaar maakt tegen de verrekening daarvan met hem toekomende gelden, dient de advocaat na overleg met de deken deze gelden tot het beloop van het betwiste bedrag bij de deken te deponeren. De advocaat bevordert dat zo spoedig mogelijk wordt vastgesteld wie de rechthebbende van deze gelden is.

Toelichting

Het is de advocaat toegestaan de cliënt een voorschot op de declaratie te vragen, mits dat in geld is. Uit de tuchtrechtspraak blijkt dat onder andere het aanvaarden van auto’s (RvD Arnhem 19 augustus 2013, ECLI:NL:TADRARN:2013:55) of volbloedpaarden (HvD 15 mei 2009, ECLI:NL:TAHVD:2009:YA0535) zonder overleg met de deken niet is toegestaan. Een hypotheek van de cliënt (of een derde) ten gunste van de advocaat (RvD Amsterdam 2 december 2014, ECLI:NL TADRAMS:2014:320) dan wel een cessie van vorderingen van de cliënt op derden (HvD 14 april 2015, ECLI:NL:TAHVD:2015:134) zijn zonder overleg met de deken evenmin toegestaan als vormen van zekerheid voor de betaling van de declaratie.

De regel van het derde lid laat de mogelijkheid open van verrekening wanneer de cliënt daartegen geen bezwaar heeft. Uit de contractuele relatie met de cliënt vloeit voort dat de advocaat bij hem moet verifiëren of hij geen bezwaar heeft tegen verrekening. Deze regel ziet in algemene zin op verrekening van aan de cliënt toekomende gelden en sluit als zodanig aan bij de bepaling van artikel 6.19, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur. Verrekening van een openstaande factuur met op de derdenrekening ontvangen gelden is slechts mogelijk indien de cliënt daarvoor zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven (vergelijk artikel 6.19, vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur).

Navigeer inhoud van  Gedragsregels

Navigeer inhoud van Gedragsregels

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.