2. Algemene beginselen

2.1 Onafhankelijkheid

2.1.1        Het veelvoud van verplichtingen, dat op de advocaat rust, vereist absolute onafhankelijkheid van de advocaat, vrij van alle druk, in het bijzonder van de druk van eigen belangen of van beïnvloedingen van buitenaf. Deze onafhankelijkheid is even noodzakelijk voor het vertrouwen in de rechtsbedeling als de onpartijdigheid van de rechter. De advocaat moet derhalve elke aantasting van zijn onafhankelijkheid vermijden en er voor waken de beroepsethiek niet te veronachtzamen om de cliënt, de rechter of derden welgevallig te zijn.

2.1.2        Deze onafhankelijkheid is zowel bij adviserende als bij gerechtelijke werkzaamheden noodzakelijk, omdat het door de advocaat gegeven advies geen waarde heeft als de advocaat het geeft om zich bemind te maken, uit eigen belang of onder druk van buitenaf. 

Toelichting op artikel 2.1 – Onafhankelijkheid

Deze bepaling herbevestigt in wezen de algemene principiële verklaring in de Verklaring van Perugia.

2.2 Vertrouwen en persoonlijke integriteit

Een vertrouwensrelatie kan niet bestaan als er twijfel heerst over de eerlijkheid, de rechtschapenheid, de onkreukbaarheid of de oprechtheid van de advocaat. Voor de advocaat zijn deze traditionele deugden beroepsverplichtingen. 

Toelichting op artikel 2.2 – Vertrouwen en persoonlijk integriteit

Deze bepaling herbevestigt eveneens een in de Verklaring van Perugia neergelegd algemeen principe. 

2.3 Het beroepsgeheim

2.3.1        Het ligt in het wezen van de taak van de advocaat, dat hem van de zijde van zijn cliënt geheimen worden toevertrouwd en dat vertrouwelijke mededelingen worden gedaan. Zonder de waarborg van het beroepsgeheim kan er geen vertrouwen bestaan. Het beroepsgeheim wordt derhalve erkend als essentieel en fundamenteel recht en plicht van de advocaat.
De verplichting van de advocaat met betrekking tot het beroepsgeheim dient zowel de belangen van de rechtsbedeling als de belangen van de cliënt. Zij dient derhalve een bijzondere bescherming van de Staat te genieten.

2.3.2        De advocaat moet de geheimhouding eerbiedigen van elke vertrouwelijke mededeling die hem wordt gedaan in het kader van zijn beroepsactiviteiten.

2.3.3        De verplichting tot het beroepsgeheim is naar tijdsduur onbeperkt.

2.3.4        De advocaat zorgt ervoor dat zijn personeel en alle personen die met hem in beroepsverband samenwerken zijn beroepsgeheim eerbiedigen. 

Toelichting op artikel 2.3 – Het beroepsgeheim

Deze bepaling herformuleert, in artikel 2.3.1, als eerste de in de Verklaring van Perugia neergelegde algemene principes zoals ook onderkend door het Europese Hof van Justitie in de AM&S -zaak (157/79). Vervolgens worden deze algemene principes in de artikelen 2.3.2 tot 2.3.4 verder uitgewerkt in een specifieke regel betreffende de bescherming van de vertrouwelijkheid. Artikel 2.3.2 bevat de basisregel die om respect voor vertrouwelijkheid vraagt. Artikel 2.3.3 bevestigt dat deze verplichting bindend blijft voor de advocaat, zelfs indien hij of zij ophoudt de betreffende cliënt te vertegenwoordigen. Artikel 2.3.4 bevestigt dat de advocaat niet alleen zelf de verplichting tot vertrouwelijkheid dient te respecteren maar dit ook op gelijke wijze dient te verlangen van alle leden en werknemers van zijn of haar firma. 

2.4 Het in acht nemen van de gedragsregels van andere balies

Bij het verrichten van grensoverschrijdende activiteiten, kan een advocaat van een andere lidstaat ertoe gehouden zijn de beroeps- en gedragsregels van de balie van de lidstaat van ontvangst in acht te nemen. De advocaat is verplicht zich ervan te vergewissen welke gedragsregels op een bepaalde activiteit van toepassing zijn.

Organisaties, die lid zijn van de CCBE, zijn verplicht hun Gedragsregels bij het Secretariaat van de CCBE te deponeren, zodat iedere advocaat hiervan bij genoemd Secretariaat een kopie kan verkrijgen. 

Toelichting op artikel 2.4 – Het in acht nemen van de gedragsregels van andere balies

Artikel 4 van de Dienstenrichtlijn bevat bepalingen met betrekking tot de regels waaraan een advocaat van een lidstaat zich dient te houden die op ad hoc basis of op tijdelijke basis diensten verricht in een andere lidstaat op grond van artikel 49 van het geconsolideerde EG-verdrag, als volgt:

  1. De werkzaamheden betreffende de vertegenwoordiging en de verdediging van een cliënt in rechte of ten overstaan van een overheidsinstantie worden in elke lidstaat van ontvangst uitgeoefend onder de voorwaarden die voor de aldaar gevestigde advocaten gelden met uitsluiting van enig vereiste inzake woonplaats of lidmaatschap van een beroepsorganisatie in die staat.
  2. Bij het uitoefenen van deze werkzaamheden neemt de advocaat de beroeps- en gedragsregels van de lidstaat van ontvangst in acht, onverminderd de verplichtingen waaraan hij in de lidstaat van herkomst dient te voldoen.
  3. Ten aanzien van de in het Verenigd Koninkrijk uitgeoefende werkzaamheden wordt onder ‘beroeps- en gedrags­regels van de lidstaat van ontvangst’ die van de ‘solicitors’ verstaan voor zover deze werkzaamheden niet zijn voorbehouden aan ‘barristers’ of ‘advocates’. In het tegenovergestelde geval gelden de beroeps- en gedragsregels voor de beide laatstgenoemde categorieën. Op ‘barristers’ uit Ierland zijn evenwel steeds de beroeps- en gedragsregels voor ‘barristers’ of ‘advocates’ van het Verenigd Koninkrijk van toepassing. Ten aanzien van de in Ierland uitgeoefende werkzaamheden wordt onder ‘beroeps- en gedragsregels van de lidstaat van ontvangst’ die van ‘barristers’ verstaan, voor zover het de beroeps- en gedragsregels inzake de mondelinge voordracht van een zaak voor een gerecht betreft. In alle andere gevallen zijn de beroeps- en gedragsregels voor ‘solicitors’ van toepassing. ‘Barristers’ en ‘advocates’ uit het Verenigd Koninkrijk zijn evenwel steeds onderworpen aan de beroeps- en gedragsregels voor ‘barristers’ in Ierland.
  4. Ten aanzien van andere werkzaamheden dan die bedoeld onder (a) blijft de advocaat onderworpen aan de voorwaarden en beroeps- en gedragsregels van de lidstaat van herkomst, onverminderd zijn of haar verplichting tot inachtneming van de beroeps- en gedragsregels, van welke oorsprong dan ook, die in de lidstaat van ontvangst van toepassing zijn, met name die betreffende de onverenigbaarheid van het uitoefenen van beroeps­matige werkzaamheden met het verrichten van andere werkzaamheden in die lidstaat, het beroepsgeheim, de betrekkingen met andere advocaten, het verbod tot bijstand door een en dezelfde advocaat aan partijen met tegenstrijdige belangen en publiciteit. Laatstgenoemde regels zijn slechts van toepassing indien zij in acht kunnen worden genomen door een niet in de lidstaat van ontvangst gevestigde advocaat en voor zover de inachtneming van die regels objectief gerechtvaardigd is ten einde in die lidstaat de correcte uitoefening van de werkzaamheden van advocaten, de waardig­heid van het beroep en de inachtneming van bovenbedoelde regels inzake onverenigbaarheid te waarborgen.

     

De Vestigingsrichtlijn bevat bepalingen met betrekking tot de regels waaraan een advocaat van een lidstaat zich dient te houden die op een permanente basis zijn of haar beroep uitoefent in een andere lidstaat op grond van artikel 43 van het geconsolideerde EG-verdrag, als volgt:

  1. Onafhankelijk van de beroeps- en gedragsregels waaraan hij of zij in de lidstaat van herkomst is onderworpen, is de onder zijn oorspronkelijke beroepstitel werkzame advocaat voor alle werkzaamheden die hij of zij op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst uitoefent, aan dezelfde beroeps- en gedragsregels onderworpen als advocaten die onder de relevante beroepstitel van de laatstbedoelde lidstaat praktiseren (artikel 6.1).
  2. De lidstaat van ontvangst kan de onder zijn oorspronkelijke beroepstitel werkzame advocaat ertoe verplichten een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten of zich bij een beroepsgarantiefonds aan te sluiten, een en ander volgens de regels die deze lidstaat voor aldaar uitgeoefende beroepswerkzaamheden vaststelt. Deze verplichting geldt echter niet voor de onder zijn oorspronkelijke beroepstitel werkzame advocaat die aantoont door een verzekering of garantie volgens de regels van de lidstaat van herkomst gedekt te zijn, voor zover regeling en reikwijdte van deze dekking gelijkwaardig zijn. Indien deze dekking slechts gedeeltelijk gelijkwaardig is, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst een aanvullende verzekering of garantie eisen (artikel 6.3) voor de elementen die nog niet zijn gedekt door de volgens de regels van de lidstaat van herkomst verkregen garantie of dekking.
  3. De in de lidstaat van ontvangst onder zijn oorspronkelijke beroepstitel ingeschreven advocaat mag zijn beroep in loondienst bij een andere advocaat, bij een samenwerkingsverband van advocaten of een advocatenkantoor of bij een publiek- of privaatrechtelijke onderneming uitoefenen, voor zover de lidstaat van ontvangst dit toestaat voor de onder de beroepstitel van die lidstaat ingeschreven advocaten (artikel 8).

    In situaties waarin door beide richtlijnen niet wordt voorzien, of die de vereisten van deze richtlijnen te boven gaan, zijn de verplichtingen van een advocaat onder gemeenschapsrecht om zich aan de regels van andere ordes van advocaten en beroepsorganisaties te onderwerpen een kwestie van interpretatie van de relevante bepaling(en), zoals de richtlijn Electronische Handel (2000/31/EG). Een van de voornaamste doelstellingen van de beroeps- en gedragsregels is het minimaliseren, en zo mogelijk volledig voorkomen, van problemen die zich kunnen voordoen als gevolg van ‘dubbele deontologie’, te weten de toepassing van meer dan een verzameling potentieel strijdige nationale regels met betrekking tot een bepaalde situatie (zie artikel 1.3.1). 

2.5 Onverenigbaarheden

2.5.1        Teneinde de advocaat in staat te stellen zijn beroep uit te oefenen met de vereiste onafhankelijkheid en op een wijze die strookt met zijn plicht mede te werken aan de rechtsbedeling, kan de uitoefening van bepaalde beroepen en ambten hem worden verboden.

2.5.2        De advocaat, die een cliënt vertegenwoordigt of verdedigt voor een rechtscollege of tegenover de overheid van een Lidstaat van ontvangst, zal daar de regels van onverenigbaarheid naleven, die gelden voor de advocaten van die Lidstaat van ontvangst.

2.5.3        De in een Lidstaat van ontvangst gevestigde advocaat die zich daar rechtstreeks met commerciële zaken of met enige andere activiteit, niet behorend tot het beroep van advocaat, wil bezighouden, is gehouden de regels van onverenigbaarheid na te leven, zoals die gelden voor de advocaten van die Lidstaat. 

Toelichting op artikel 2.5 – Onverenigbare beroepen

Er bestaan verschillen tussen en binnen de lidstaten voor wat betreft de mate waarin het advocaten toegestaan is werkzaam te zijn in andere beroepen, bijvoorbeeld in een commercieel beroep. De algemene bedoeling van regels die advocaten uitsluiten van andere beroepen is om de betrokkene te beschermen tegen invloeden die zijn of haar onafhankelijkheid of rol in een behoorlijke rechtspleging zouden kunnen aantasten. De verschillen in deze regels vormen een weerspiegeling van verschillende plaatselijke omstandigheden, verschillende inzichten aangaande een juiste beroepsuitoefening door advocaten en verschillende methodieken voor het opstellen van regels. Zo bestaat er in een aantal gevallen een volledig verbod op deelname in bepaalde, met naam en toenaam genoemde beroepen, terwijl in andere gevallen deelname in andere beroepen in het algemeen toegestaan is, zij het met inachtneming van specifieke waarborgen met het oog op de onafhankelijkheid van de advocaat.

Artikel 2.5.2 en 2.5.3 voorzien in verschillende omstandigheden waarin een advocaat van een lidstaat betrokken is bij grensoverschrijdende werkzaamheden (zoals gedefinieerd in artikel 1.5) in een lidstaat van ontvangst wanneer hij of zij geen deel uitmaakt van de advocatuur in de lidstaat van ontvangst.

Artikel 2.5.2 dwingt de volledige inachtneming af van de regels van de lidstaat van ontvangst met betrekking tot onverenigbare beroepen van de advocaat die optreedt in nationale gerechtelijke procedures of voor nationale publieke autoriteiten in de lidstaat van ontvangst. Dit geldt ongeacht of de advocaat wel of niet in de lidstaat van ontvangst gevestigd is.

Artikel 2.5.3 daarentegen verlangt ‘respect’ voor de regels van de lidstaat van ontvangst met betrekking tot verboden of onverenigbare beroepen in andere gevallen, maar uitsluitend voor zover de advocaat die gevestigd is de lidstaat van ontvangst in directe zin wenst deel te nemen in niet aan de rechtspraktijk verbonden handels- of andere activiteiten. 

2.6 Persoonlijke publiciteit

2.6.1        De advocaat mag het publiek inlichten over zijn dienstverlening op voorwaarde de informatie accuraat is en niet misleidend en met respect voor het beroepsgeheim en de overige kernwaarden van het beroep.

2.6.2        Persoonlijke publiciteit door een advocaat in welke media ook zoals pers, radio, televisie, elektronische commerciële communicatie of anderszins is toegestaan zolang voldaan wordt aan de vereisten van 2.6.1. 

Toelichting op artikel 2.6 – Persoonlijke publiciteit

De term ‘persoonlijke publiciteit’ omvat publiciteit door advocatenkantoren alsmede afzonderlijke advocaten, in tegenstelling tot de door de ordes van advocaten en beroepsorganisaties georganiseerde bedrijfspublicaties voor hun leden. De regels die toezien op de persoonlijke publiciteit door advocaten verschillen aanzienlijk tussen de ene lidstaat en de andere.

Artikel 2.6 maakt duidelijk dat er in de praktijk geen overwegend bezwaar bestaat tegen persoonlijke publiciteit in grensoverschrijdende situaties. Advocaten zijn niettemin onderworpen aan de verboden of beperkingen krachtens de beroeps- en gedragsregels in hun land van herkomst, en dienen zich nog steeds te houden aan de verboden en beperkingen zoals die gelden in de lidstaat van ontvangst wanneer deze regels bindend zijn op grond van de Dienstenrichtlijn of Vestigingsrichtlijn.

2.7 Belang van de cliënt

Met inachtneming van de wettelijke regels en de beroeps- en gedragsregels is de advocaat steeds verplicht de belangen van de cliënt zo goed mogelijk te behartigen, en dient hij deze zelfs te stellen boven zijn eigen belangen of die van andere advocaten. 

Toelichting op artikel 2.7 – Belang van de cliënt

Deze bepaling benadrukt het algemene principe dat de advocaat te allen tijde het belang van de cliënt boven zijn of haar eigen belang of dat van zijn of haar medeleden van de advocatuur dient te stellen.

2.8 Beperking van de aansprakelijkheid van de advocaat ten aanzien van de cliënt

Voor zover het recht van de Lidstaat van herkomst en het recht van de Lidstaat van ontvangst dit toelaten, kan de advocaat zijn aansprakelijkheid jegens de cliënt beperken met inachtneming van de beroeps- en gedragsregels waaraan hij is onderworpen. 

Toelichting op artikel 2.8 – Beperking van de aansprakelijkheid van de advocaat ten aanzien van de cliënt

Deze bepaling maakt duidelijk dat er geen doorslaggevend bezwaar bestaat tegen een beperking van de aansprakelijkheid van een advocaat ten opzichte van zijn of haar cliënt in een grensoverschrijdende situatie, hetzij contractueel, hetzij door middel van het gebruik van een besloten vennootschap, commanditaire vennootschap of commanditaire vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Dit artikel wijst er echter wel op dat dit alleen dan kan worden overwogen indien de relevante wetgeving en beroeps- en gedragsregels zulks toestaan en in een aantal jurisdicties de wet of de beroeps- en gedragsregels verbieden of beperken een dergelijke beperking van aansprakelijkheid.

Navigeer inhoud van  Gedragsregels

Navigeer inhoud van Gedragsregels

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.