4. Verhouding tot de rechter

4.1 Regels die gelden voor het optreden tegenover de rechter

De advocaat, die voor een rechter verschijnt of die optreedt in een procedure, moet de gedragsregels naleven, die aldaar gelden

Toelichting op artikel 4.1 – Regels die gelden voor het optreden tegenover de rechter

Deze bepaling verwoordt het principe dat een advocaat zich dient te houden aan de regels van het gerecht of tribunaal waarvoor hij of zij praktiseert of verschijnt.

4.2 Contradictoir karakter van de procedure

De advocaat dient onder alle omstandigheden het contradictoire karakter van de procedures in acht te nemen. 

Toelichting op artikel 4.2 – Contradictoir karakter van de procedure

Deze bepaling verwoordt het algemene principe dat in conflictueuze rechtszaken een advocaat niet moet trachten ongerechtvaardigd voordeel te trekken uit zijn of haar tegenpartij. Zo mag de advocaat, bijvoorbeeld, geen contact maken met de rechter zonder eerst de advocaat van de tegenpartij daarover te informeren of bewijzen, aantekeningen of documenten aan de rechter te overleggen zonder deze tijdig aan de advocaat van de tegenpartij ter beschikking te stellen, tenzij dergelijke gedragingen zijn toegestaan krachtens de procesregels. Voor zover de wet dat al niet verbiedt, dient een advocaat geen door de tegenpartij of zijn of haar advocaat gedane schikkingsvoorstellen aan de rechtbank te openbaren of overleggen zonder de nadrukkelijke toestemming van de advocaat van de tegenpartij. Zie tevens artikel 4.5 hierna. 

4.3 Eerbied voor de rechterlijke macht

De advocaat dient onder alle omstandigheden het contradictoire karakter van de procedures in acht te nemen. 

Toelichting op artikel 4.3 – Eerbied voor de rechterlijke macht

Deze bepaling vormt een weerspiegeling van de noodzakelijke balans tussen enerzijds respect voor de rechtbank en de wet en anderzijds het streven naar de best mogelijke belangenbehartiging van de cliënt. 

4.4 Onjuiste of misleidende inlichtingen

De advocaat mag nimmer de rechter bewust onjuiste of misleidende inlichtingen verstrekken. 

Toelichting op artikel 4.4 – Onjuiste of misleidende inlichtingen

Deze bepaling verwoordt het principe dat een advocaat nooit willens en wetens de rechtbank mag misleiden. Dit is noodzakelijk wil er sprake zijn van vertrouwen tussen de rechtbanken en de advocatuur. 

4.5 Toepasselijkheid ten aanzien van arbiters en personen, die soortgelijke functies uitoefenen

De regels, die gelden voor de verhouding van de advocaat tot de rechter, zijn evenzeer toepasselijk op zijn betrekkingen met een arbiter en elke andere persoon, die zelfs niet occasioneel, een gerechtelijke of quasi-gerechtelijke functie uitoefent. 

Toelichting op artikel 4.5 – Toepasselijkheid ten aanzien van arbiters en personen die soortgelijke functies uitoefenen

Deze bepaling vormt een uitbreiding op de voorgaande bepalingen betreffende rechtbanken naar andere instanties die rechterlijke of quasi-rechterlijke functies uitoefenen. 

Navigeer inhoud van  Gedragsregels

Navigeer inhoud van Gedragsregels

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.