Artikel 1.1
In dit artikel worden de in de verordening gebruikte begrippen gedefinieerd. De definities zijn in alfabetische volgorde opgenomen en kennen geen nummering. Dit vergemakkelijkt het invoegen van een nieuwe definitie, indien dat nodig mocht blijken te zijn.
Omdat de verordening is gebaseerd op de Advocatenwet (hierna ook: de wet), zijn de daaraan ontleende begrippen niet omschreven. De gedachte is dat er geen gerede twijfel kan bestaan over wie bedoeld is met ‘het college van afgevaardigden’ of ‘secretaris van de algemene raad’. Ook is er vanaf gezien om de naam van de Advocatenwet te definiëren, opdat telkens verwezen kan worden naar de “wet”. Er wordt, althans in de artikelteksten, telkens waar nodig verwezen naar de Advocatenwet. Deze naam is kort genoeg en de meerwaarde van definiëren is beperkt.
De in deze verordening gebruikte begrippen worden uitgelegd conform de Advocatenwet en overige (hogere) regelgeving, ook indien deze niet specifiek zijn gedefinieerd. De regelgeving van hogere orde, zoals Europese richtlijnen en wetten in formele zin, gaan voor op deze verordening. De uitleg en toepassing van deze verordening zal moeten geschieden conform de hogere regelgeving.
Advocaat
Op het tableau, dat door de secretaris van de algemene raad wordt gehouden, worden de advocaten ingeschreven. De inschrijving is zowel mogelijk op grond van artikel 2 als op grond van artikel 16h van de Advocatenwet.
Advocatenpas
De advocatenpas is een authenticatiemiddel met een elektronische component waarmee toegang kan worden verleend tot bepaalde beveiligde internetdiensten. Alleen advocaten of een gemachtigde na specifieke toestemming van een advocaat (omdat die advocaat de factuur krijgt) kunnen een advocatenpas aanvragen.
De elektronische component kan op twee manieren zijn vormgegeven:
1. een chip op de fysieke pas met daarbij een kaartlezer, die een eenmalig wachtwoord (one time password, of OTP) genereert;
2. een applicatie (softtoken) op de smartphone die het akkoord van de advocaat herkent.
Dit stelt gebruikers in staat om in te loggen op de beveiligde websites van onder andere de Nederlandse orde van advocaten. Op die manier kunnen advocaten en door de advocaat gemachtigde medewerkers toegang in een beveiligde online omgeving krijgen.
Basistest
De juridisch-inhoudelijke test in het voorportaal van de beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel a.
Beoefenaar van een toegelaten vrij beroep
Een beoefenaar van een toegelaten vrij beroep is een advocaat die lid is van een door de algemene raad erkende buitenlandse balie, een notaris, kandidaat-notaris, een octrooigemachtigde, een lid van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, of een universitair geschoold lid van het Register Belastingadviseurs. Voor buitenlandse advocaten geldt dat daaronder ook wordt verstaan het buitenlandse equivalent van een advocaat, dat mogelijk met een andere term in een andere taal wordt aangeduid, zie artikel 1, tweede lid, van de Beroepskwalificatierichtlijn (1998/5/EG). Hetzelfde geldt voor de buitenlandse equivalent van de benaming ‘balie’.
Derdengelden
Derdengelden zijn gelden die de advocaat in het kader van zijn dienstverlening ontvangt ten behoeve van zijn cliënt of ten behoeve van een derde. Er moet een duidelijke relatie zijn met de dienstverlening van de advocaat. Verschotten en griffierechten zijn geen derdengelden.
Financiële resultaat
Het financiële resultaat is het op geld gewaardeerde resultaat in een procedure. Het omvat niet meer en niet minder dan de volgende financiële elementen: de ontvangen hoofdsom, rente en kostenvergoedingen. Kostenvergoedingen worden berekend inclusief de vermogensschade op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), proceskostenveroordelingen en andere kostenveroordelingen. De definitie is opgenomen in verband met het bepaalde in paragraaf 7.4.3. Om de omvang van het maximale honorarium voor de advocaat te berekenen, is hier opgenomen welke onderdelen betrokken kunnen worden in het financiële resultaat. De opsomming is limitatief. De vergoedingen op basis van artikel 6:96 van het BW maken van het financiële resultaat deel uit. De te vergoeden kosten worden in mindering gebracht op de te verkrijgen bedragen. Zodoende kan het financiële resultaat negatief zijn.
Gestructureerd intercollegiaal overleg
Bij gestructureerd intercollegiaal overleg staan vraagstukken met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering centraal. Zo kunnen advocaten binnen een kantoor of in een groep advocaten van verschillende kantoren met elkaar van gedachten wisselen over de juridische en niet-juridisch-inhoudelijke aspecten van het werk. Hierbij kunnen zowel vakinhoudelijke vragen worden gesteld als vragen over gedragsrecht, het optreden in het publieke domein als vertegenwoordiger van de beroepsgroep, het opstellen van een ontwikkelplan, de vormgeving van de praktijkvoering, enzo-voorts. Door dit overleg wordt aandacht gegeven aan verschillende elementen van professionaliteit. De kwaliteitsbevordering behelst immers meer dan alleen het beheersen van vakinhoudelijke kennis. Het overleg vindt plaats met een begeleider. Dit is geen deskundige in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet. Deelnemende advocaten moeten daarmee rekening houden in het kader van de geheimhoudingsplicht.
Houdster-rechtspersoon
In de advocatuur is het gebruikelijk dat aandelen in een praktijkrechtspersoon worden gehouden door een BV, waarvan de aandelen worden gehouden door de persoon die de advocatuurlijke praktijk uitoefent in of via de praktijkrechtpersoon. De BV die de aandelen in de praktijkrechtspersoon houdt is de houdster-rechtspersoon. De aandelen van die houdster-rechtspersoon kunnen ook weer door een andere rechtspersoon worden gehouden. Ook kan een stichting de houdster-rechtspersoon zijn als een stichting administratiekantoor de aandelen houdt in een praktijkrechtspersoon en op die aandelen certificaten zijn uitgebracht.
Intervisie
Intervisie is een gestructureerde en periodieke bespreking in een groep van advocaten werkzaam op dezelfde rechtsgebieden, waarin dilemma’s, vragen of het eigen functioneren, de praktijkvoering of praktijkuitoefening worden ingebracht door de deelnemers. De bespreking ziet derhalve op de houding en het gedrag van de advocaat, maar wel met betrekking tot de inhoud van een zaak of de wijze waarop de praktijkvoering is vormgegeven. Met ‘hiërarchisch gelijkwaardige professionals’ wordt bedoeld dat de groep zodanig wordt samengesteld dat iedere advocaat zich veilig voelt om aan het overleg mee te doen en zich niet beoordeeld voelt door een kantoorgenoot. De groep kan – zolang dat aspect voor ogen wordt gehouden – bestaan uit zowel partners als medewerkers. Het is niet de bedoeling dat tijdens de intervisie uitgebreid de juridische inhoud van een dossier wordt besproken; het gaat om de koers in een zaak of dilemma’s die spelen. Voor zover vertrouwelijke informatie wordt gedeeld of herleidbaar is, geldt dat de gespreksleider een deskundige is in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet. De deskundige heeft een geheimhoudingsplicht op grond van artikel 26, derde lid, van de Advocatenwet.
Klacht
De kerndefinitie bij de bepalingen over klachten en geschillen (afdeling 6.8) is ‘klacht’. Afdeling 6.8 bepaalt dat advocaten in een kantoorklachtenregeling moeten vastleggen hoe klachten die onder deze definitie vallen, worden afgehandeld. Een klacht in de zin van deze definitie kan betrekking hebben op ongenoegen over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie. Daarmee wordt benadrukt dat de klacht in de zin van deze verordening gaat over de dienstverlening door de advocaat. Deze klacht is daarom te onderscheiden van ‘tuchtrechtelijke klachten’ in de zin van paragraaf 4 van de Advocatenwet. Deze ‘tuchtrechtelijke klachten’ zijn klachten die ingevolge artikel 46c van de Advocatenwet bij de deken in het arrondissement worden ingediend. Over het algemeen zullen deze ‘tuchtklachten’ gaan over enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die zij als advocaat behoren te betrachten of enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Een klager kan met klachten over de dienstverlening terecht bij de klachtenfunctionaris van het kantoor (artikel 6.28, tweede lid, onderdeel c) en met klachten over bejegening, gedrag, zorg voor de cliënt en dergelijke bij de deken in het arrondissement. Dat neemt niet weg dat een cliënt met klachten over bejegening zich (eerst) tot de klachtenfunctionaris kan wenden. De deken kan uiteraard bemiddelen op grond van artikel 35, tweede lid, en artikel 46d, eerste lid, van de Advocatenwet.
In de definitie is opgenomen dat het ongenoegen in ieder geval schriftelijk kenbaar moet worden gemaakt. Dit is niet bedoeld als drempel, maar heeft als doel een zorgvuldige klachtbehandeling. Dit neemt niet weg dat een mondelinge klacht eveneens volgens het kantoorklachtenreglement kan worden afgehandeld, maar dit is niet verplicht. Het ligt dan wel voor de hand dat de afhandeling van de klacht door de advocaat of het kantoor op schrift zal worden gesteld.
Onderwijsaanbieders
Alle aanbieders van onderwijs in de beroepsopleiding advocaten, derhalve de aanbieder van de basistest, de uitvoeringsorganisatie en de geaccrediteerde opleidingsinstelling(en).
Peer review
Peer review is een vorm van gestructureerde feedback die ziet op de juridische beoordeling van dossiers van een advocaat door een reviewer. Omdat de reviewer inzage heeft in dossiers van de advocaat is het van belang dat de reviewer aangemerkt wordt als deskundige in de zin van artikel 26 van de Advocatenwet, zodat de in artikel 26, derde lid van de Advocatenwet geregelde geheimhoudingplicht van toepassing is. Het is van belang dat zowel de gereviewde advocaat als de reviewer op hetzelfde rechtsgebied werkzaam zijn, zodat de juridische inhoud voldoende onderdeel kan uitmaken van de beoordeling. In het gesprek dat volgt op de review kan worden besproken welke alternatieven in de behandeling van de zaak mogelijk zijn of waren en wat de advocaat daarvan kan leren. Op die manier wordt de kwaliteit in de inhoudelijke behandeling van zaken bevorderd.
Praktijk uitoefenen in dienst
De term ‘praktijk uitoefenen in dienst’ houdt in het uitoefenen van de advocatuurlijke praktijk bij een andere persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon, waarbij sprake is van een arbeidsverhouding. Een arbeidsverhouding wordt getoetst aan vier elementen: er moet arbeid worden verricht, tegen een vergoeding, voor een zekere tijd en waarbij er een gezagsverhouding is.
Praktijkrechtspersoon
Een praktijkrechtspersoon is een rechtspersoon waarin de rechtspraktijk wordt uitgeoefend. Onder rechtspraktijk wordt de advocatuurlijke praktijk geschaard, maar ook de notariële praktijk en de beroepsuitoefening van andere beoefenaren van een toegelaten vrij beroep. Naar Nederlands recht zijn deze beroepsbeoefenaren meestal georganiseerd in rechtspersonen als de BV, de NV, de stichting en de coöperatie. In Nederland is ook de Limited liability partnership (hierna: LLP) naar het recht van Engeland en Wales als praktijkrechtspersoon in zekere mate gangbaar. De LLP naar het recht van o.a. Delaware heeft geen rechtspersoonlijkheid en is om die reden geen praktijkrechtspersoon. Een praktijkrechtspersoon is de rechtspersoon die de overeenkomsten met cliënten aangaat. Er zijn ook rechtspersonen die deelnemen in een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld BV’s die maat zijn in een maatschap) die onder de definitie van praktijkrechtspersoon vallen als dat samenwerkingsverband zelf geen rechtspersoonlijkheid heeft. In deze constellaties kan de maatschap of de BV de overeenkomst van opdracht met cliënten aangaan. Het is aan de advocaat om daarover duidelijkheid te verschaffen aan (potentiële) cliënten op grond van artikel 7.4.
Samenwerkingsverband
Onder samenwerkingsverband wordt verstaan elke vorm van samenwerking tussen een advocaat en een andere persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon, waarin rekening en risico worden gedeeld, of waarin zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening wordt gedeeld. In ieder geval is er sprake van een samenwerkingsverband als de samenwerking is gegoten in de vorm van een rechtspersoon. Indien voldaan is aan de definitie van samenwerkingsverband gelden de bijzondere voorwaarden van onder meer hoofdstuk 5, maar ook van gedragsregel 7. Zie tevens de toelichting op artikel 5.3.
Specifieke kosten
De specifieke kosten omvatten de kosten die aan de behandeling van een letselschade- of overlijdensschadezaak zijn verbonden. In onderdeel a worden min of meer gebruikelijke advieskosten opgesomd en in onderdeel b de kosten voor juridische experts en diverse processtappen. De specifieke kosten hebben een bijzondere rol in het kader van paragraaf 7.4.3 (resultaatgerelateerde beloning) en in het bijzonder van artikel 7.10.Omdat de specifieke kosten relevant zijn voor de berekening van de beloning voor de advocaat, valt deze beloning niet onder deze kosten. De opsomming is niet limitatief.
Artikel 1.1 Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. kosten gemaakt in opdracht van de advocaat voor medische adviezen en medische informatieverstrekking, toedrachtsonderzoeken of inschakeling van rekenbureaus, arbeidsdeskundigen en schade-experts; en
b. reiskosten van de advocaat, kosten van getuigen en tolken, deurwaarderskosten, kosten van gerechtelijk of buitengerechtelijk tussen partijen benoemde deskundigen, griffierecht, alsmede het bedrag van de eventuele kostenveroordeling van de rechtzoekende;
Artikel 1.1
In dit artikel worden de in de verordening gebruikte begrippen gedefinieerd. De definities zijn in alfabetische volgorde opgenomen en kennen geen nummering. Dit vergemakkelijkt het invoegen van een nieuwe definitie, indien dat nodig mocht blijken te zijn.
Omdat de verordening is gebaseerd op de Advocatenwet (hierna ook: de wet), zijn de daaraan ontleende begrippen niet omschreven. De gedachte is dat er geen gerede twijfel kan bestaan over wie bedoeld is met ‘het college van afgevaardigden’ of ‘secretaris van de algemene raad’. Ook is er vanaf gezien om de naam van de Advocatenwet te definiëren, opdat telkens verwezen kan worden naar de “wet”. Er wordt, althans in de artikelteksten, telkens waar nodig verwezen naar de Advocatenwet. Deze naam is kort genoeg en de meerwaarde van definiëren is beperkt.
De in deze verordening gebruikte begrippen worden uitgelegd conform de Advocatenwet en overige (hogere) regelgeving, ook indien deze niet specifiek zijn gedefinieerd. De regelgeving van hogere orde, zoals Europese richtlijnen en wetten in formele zin, gaan voor op deze verordening. De uitleg en toepassing van deze verordening zal moeten geschieden conform de hogere regelgeving.
Advocaat
Op het tableau, dat door de secretaris van de algemene raad wordt gehouden, worden de advocaten ingeschreven. De inschrijving is zowel mogelijk op grond van artikel 2 als op grond van artikel 16h van de Advocatenwet.
Advocatenpas
De advocatenpas is een authenticatiemiddel met een elektronische component waarmee toegang kan worden verleend tot bepaalde beveiligde internetdiensten. Alleen advocaten of een gemachtigde na specifieke toestemming van een advocaat (omdat die advocaat de factuur krijgt) kunnen een advocatenpas aanvragen.
De elektronische component kan op twee manieren zijn vormgegeven:
1. een chip op de fysieke pas met daarbij een kaartlezer, die een eenmalig wachtwoord (one time password, of OTP) genereert;
2. een applicatie (softtoken) op de smartphone die het akkoord van de advocaat herkent.
Dit stelt gebruikers in staat om in te loggen op de beveiligde websites van onder andere de Nederlandse orde van advocaten. Op die manier kunnen advocaten en door de advocaat gemachtigde medewerkers toegang in een beveiligde online omgeving krijgen.
Basistest
De juridisch-inhoudelijke test in het voorportaal van de beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel a.
Beoefenaar van een toegelaten vrij beroep
Een beoefenaar van een toegelaten vrij beroep is een advocaat die lid is van een door de algemene raad erkende buitenlandse balie, een notaris, kandidaat-notaris, een octrooigemachtigde, een lid van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, of een universitair geschoold lid van het Register Belastingadviseurs. Voor buitenlandse advocaten geldt dat daaronder ook wordt verstaan het buitenlandse equivalent van een advocaat, dat mogelijk met een andere term in een andere taal wordt aangeduid, zie artikel 1, tweede lid, van de Beroepskwalificatierichtlijn (1998/5/EG). Hetzelfde geldt voor de buitenlandse equivalent van de benaming ‘balie’.
Derdengelden
Derdengelden zijn gelden die de advocaat in het kader van zijn dienstverlening ontvangt ten behoeve van zijn cliënt of ten behoeve van een derde. Er moet een duidelijke relatie zijn met de dienstverlening van de advocaat. Verschotten en griffierechten zijn geen derdengelden.
Financiële resultaat
Het financiële resultaat is het op geld gewaardeerde resultaat in een procedure. Het omvat niet meer en niet minder dan de volgende financiële elementen: de ontvangen hoofdsom, rente en kostenvergoedingen. Kostenvergoedingen worden berekend inclusief de vermogensschade op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), proceskostenveroordelingen en andere kostenveroordelingen. De definitie is opgenomen in verband met het bepaalde in paragraaf 7.4.3. Om de omvang van het maximale honorarium voor de advocaat te berekenen, is hier opgenomen welke onderdelen betrokken kunnen worden in het financiële resultaat. De opsomming is limitatief. De vergoedingen op basis van artikel 6:96 van het BW maken van het financiële resultaat deel uit. De te vergoeden kosten worden in mindering gebracht op de te verkrijgen bedragen. Zodoende kan het financiële resultaat negatief zijn.
Gestructureerd intercollegiaal overleg
Bij gestructureerd intercollegiaal overleg staan vraagstukken met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering centraal. Zo kunnen advocaten binnen een kantoor of in een groep advocaten van verschillende kantoren met elkaar van gedachten wisselen over de juridische en niet-juridisch-inhoudelijke aspecten van het werk. Hierbij kunnen zowel vakinhoudelijke vragen worden gesteld als vragen over gedragsrecht, het optreden in het publieke domein als vertegenwoordiger van de beroepsgroep, het opstellen van een ontwikkelplan, de vormgeving van de praktijkvoering, enzo-voorts. Door dit overleg wordt aandacht gegeven aan verschillende elementen van professionaliteit. De kwaliteitsbevordering behelst immers meer dan alleen het beheersen van vakinhoudelijke kennis. Het overleg vindt plaats met een begeleider. Dit is geen deskundige in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet. Deelnemende advocaten moeten daarmee rekening houden in het kader van de geheimhoudingsplicht.
Houdster-rechtspersoon
In de advocatuur is het gebruikelijk dat aandelen in een praktijkrechtspersoon worden gehouden door een BV, waarvan de aandelen worden gehouden door de persoon die de advocatuurlijke praktijk uitoefent in of via de praktijkrechtpersoon. De BV die de aandelen in de praktijkrechtspersoon houdt is de houdster-rechtspersoon. De aandelen van die houdster-rechtspersoon kunnen ook weer door een andere rechtspersoon worden gehouden. Ook kan een stichting de houdster-rechtspersoon zijn als een stichting administratiekantoor de aandelen houdt in een praktijkrechtspersoon en op die aandelen certificaten zijn uitgebracht.
Intervisie
Intervisie is een gestructureerde en periodieke bespreking in een groep van advocaten werkzaam op dezelfde rechtsgebieden, waarin dilemma’s, vragen of het eigen functioneren, de praktijkvoering of praktijkuitoefening worden ingebracht door de deelnemers. De bespreking ziet derhalve op de houding en het gedrag van de advocaat, maar wel met betrekking tot de inhoud van een zaak of de wijze waarop de praktijkvoering is vormgegeven. Met ‘hiërarchisch gelijkwaardige professionals’ wordt bedoeld dat de groep zodanig wordt samengesteld dat iedere advocaat zich veilig voelt om aan het overleg mee te doen en zich niet beoordeeld voelt door een kantoorgenoot. De groep kan – zolang dat aspect voor ogen wordt gehouden – bestaan uit zowel partners als medewerkers. Het is niet de bedoeling dat tijdens de intervisie uitgebreid de juridische inhoud van een dossier wordt besproken; het gaat om de koers in een zaak of dilemma’s die spelen. Voor zover vertrouwelijke informatie wordt gedeeld of herleidbaar is, geldt dat de gespreksleider een deskundige is in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet. De deskundige heeft een geheimhoudingsplicht op grond van artikel 26, derde lid, van de Advocatenwet.
Klacht
De kerndefinitie bij de bepalingen over klachten en geschillen (afdeling 6.8) is ‘klacht’. Afdeling 6.8 bepaalt dat advocaten in een kantoorklachtenregeling moeten vastleggen hoe klachten die onder deze definitie vallen, worden afgehandeld. Een klacht in de zin van deze definitie kan betrekking hebben op ongenoegen over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie. Daarmee wordt benadrukt dat de klacht in de zin van deze verordening gaat over de dienstverlening door de advocaat. Deze klacht is daarom te onderscheiden van ‘tuchtrechtelijke klachten’ in de zin van paragraaf 4 van de Advocatenwet. Deze ‘tuchtrechtelijke klachten’ zijn klachten die ingevolge artikel 46c van de Advocatenwet bij de deken in het arrondissement worden ingediend. Over het algemeen zullen deze ‘tuchtklachten’ gaan over enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die zij als advocaat behoren te betrachten of enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Een klager kan met klachten over de dienstverlening terecht bij de klachtenfunctionaris van het kantoor (artikel 6.28, tweede lid, onderdeel c) en met klachten over bejegening, gedrag, zorg voor de cliënt en dergelijke bij de deken in het arrondissement. Dat neemt niet weg dat een cliënt met klachten over bejegening zich (eerst) tot de klachtenfunctionaris kan wenden. De deken kan uiteraard bemiddelen op grond van artikel 35, tweede lid, en artikel 46d, eerste lid, van de Advocatenwet.
In de definitie is opgenomen dat het ongenoegen in ieder geval schriftelijk kenbaar moet worden gemaakt. Dit is niet bedoeld als drempel, maar heeft als doel een zorgvuldige klachtbehandeling. Dit neemt niet weg dat een mondelinge klacht eveneens volgens het kantoorklachtenreglement kan worden afgehandeld, maar dit is niet verplicht. Het ligt dan wel voor de hand dat de afhandeling van de klacht door de advocaat of het kantoor op schrift zal worden gesteld.
Onderwijsaanbieders
Alle aanbieders van onderwijs in de beroepsopleiding advocaten, derhalve de aanbieder van de basistest, de uitvoeringsorganisatie en de geaccrediteerde opleidingsinstelling(en).
Peer review
Peer review is een vorm van gestructureerde feedback die ziet op de juridische beoordeling van dossiers van een advocaat door een reviewer. Omdat de reviewer inzage heeft in dossiers van de advocaat is het van belang dat de reviewer aangemerkt wordt als deskundige in de zin van artikel 26 van de Advocatenwet, zodat de in artikel 26, derde lid van de Advocatenwet geregelde geheimhoudingplicht van toepassing is. Het is van belang dat zowel de gereviewde advocaat als de reviewer op hetzelfde rechtsgebied werkzaam zijn, zodat de juridische inhoud voldoende onderdeel kan uitmaken van de beoordeling. In het gesprek dat volgt op de review kan worden besproken welke alternatieven in de behandeling van de zaak mogelijk zijn of waren en wat de advocaat daarvan kan leren. Op die manier wordt de kwaliteit in de inhoudelijke behandeling van zaken bevorderd.
Praktijk uitoefenen in dienst
De term ‘praktijk uitoefenen in dienst’ houdt in het uitoefenen van de advocatuurlijke praktijk bij een andere persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon, waarbij sprake is van een arbeidsverhouding. Een arbeidsverhouding wordt getoetst aan vier elementen: er moet arbeid worden verricht, tegen een vergoeding, voor een zekere tijd en waarbij er een gezagsverhouding is.
Praktijkrechtspersoon
Een praktijkrechtspersoon is een rechtspersoon waarin de rechtspraktijk wordt uitgeoefend. Onder rechtspraktijk wordt de advocatuurlijke praktijk geschaard, maar ook de notariële praktijk en de beroepsuitoefening van andere beoefenaren van een toegelaten vrij beroep. Naar Nederlands recht zijn deze beroepsbeoefenaren meestal georganiseerd in rechtspersonen als de BV, de NV, de stichting en de coöperatie. In Nederland is ook de Limited liability partnership (hierna: LLP) naar het recht van Engeland en Wales als praktijkrechtspersoon in zekere mate gangbaar. De LLP naar het recht van o.a. Delaware heeft geen rechtspersoonlijkheid en is om die reden geen praktijkrechtspersoon. Een praktijkrechtspersoon is de rechtspersoon die de overeenkomsten met cliënten aangaat. Er zijn ook rechtspersonen die deelnemen in een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld BV’s die maat zijn in een maatschap) die onder de definitie van praktijkrechtspersoon vallen als dat samenwerkingsverband zelf geen rechtspersoonlijkheid heeft. In deze constellaties kan de maatschap of de BV de overeenkomst van opdracht met cliënten aangaan. Het is aan de advocaat om daarover duidelijkheid te verschaffen aan (potentiële) cliënten op grond van artikel 7.4.
Samenwerkingsverband
Onder samenwerkingsverband wordt verstaan elke vorm van samenwerking tussen een advocaat en een andere persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon, waarin rekening en risico worden gedeeld, of waarin zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening wordt gedeeld. In ieder geval is er sprake van een samenwerkingsverband als de samenwerking is gegoten in de vorm van een rechtspersoon. Indien voldaan is aan de definitie van samenwerkingsverband gelden de bijzondere voorwaarden van onder meer hoofdstuk 5, maar ook van gedragsregel 7. Zie tevens de toelichting op artikel 5.3.
Specifieke kosten
De specifieke kosten omvatten de kosten die aan de behandeling van een letselschade- of overlijdensschadezaak zijn verbonden. In onderdeel a worden min of meer gebruikelijke advieskosten opgesomd en in onderdeel b de kosten voor juridische experts en diverse processtappen. De specifieke kosten hebben een bijzondere rol in het kader van paragraaf 7.4.3 (resultaatgerelateerde beloning) en in het bijzonder van artikel 7.10.Omdat de specifieke kosten relevant zijn voor de berekening van de beloning voor de advocaat, valt deze beloning niet onder deze kosten. De opsomming is niet limitatief.