Paragraaf 7.4.1 Verbod op resultaatgerelateerd honorarium

Artikel 7.7 Verbod op resultaatgerelateerd honorarium

  1. Het staat de advocaat niet vrij overeen te komen, dat:

a. slechts bij het behalen van een bepaald gevolg honorarium in rekening wordt gebracht, of

b. het honorarium een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand te bereiken gevolg.

2. Het eerste lid is niet van toepassing in de gevallen waarin voldaan wordt aan paragraaf 7.4.2 of paragraaf 7.4.3.

Artikel 7.7 en artikel 7.8

Artikel 7.7 bevat een verbod op no cure no pay en quota pars litis. Ook de CCBE regels kennen een overeenkomstige bepaling in regel 3.3. 

In artikel 7.8 is een uitzondering gemaakt voor het gebruik van een incassotarief in de incassopraktijk. In die incassopraktijk, waarin vaak sprake is van de inning van talrijke geldvorderingen van gelijke aard, zonder dat er sprake is van een te verwachten diepgaand juridisch geschil, is het sinds jaar en dag mogelijk no cure no pay afspraken te maken voor incasso’s. 

Voor advocaten bestaat er geen wezenlijk bezwaar tegen resultaatgerelateerde incassoafspraken. Zo kan een advocaat afspreken in eerste instantie een lager (uur)tarief te rekenen wat verhoogd wordt bij positief gevolg aan de hand van een percentage van de waarde. Voorwaarde daarbij is wel dat het lagere uurtarief kostendekkend moet zijn en moet voorzien in een bescheiden honorarium voor de advocaat. Een dergelijke beloningswijze is dus niet in strijd met de in artikel 7.7 vervatte norm.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.