Paragraaf 2.2.4 Subsidie ondersteuning tuchtcolleges

De stichting ondersteuning tuchtrechtcolleges advocatuur (SOTA) heeft statutair tot doel “het beheer en de distributie van de door de Orde beschikbaar gestelde financiële middelen ten behoeve van het functioneren van de tuchtrechtspraak voor advocaten”.

De algemene raad draagt zorg voor de besluitvorming over en uitbetaling van die financiële middelen. Als gevolg van het materiële subsidiebegrip dat in de subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht wordt gehateerd moet de financiële vergoeding van de Nederlandse orde van advocaten aan de stichting worden gekwalificeerd als een subsidie in de zin van de Awb en dient de juridische grondslag voor de verlening van die subsidie te worden vastgelegd in een ‘wettelijk voorschrift’; in dit geval de Verordening op de advocatuur.

Bij het opstellen van paragraaf 2.2.4 is zo veel mogelijk aangesloten bij de wettelijke bepalingen van de subsidietitel in de Algemene wet bestuursrecht (titel 4.2), zodat in de verordening kan worden volstaan met de regels die specifiek gelden voor de subsidieverlening en subsidievaststelling door de algemene raad jegens de stichting. In het bijzonder is uitdrukkelijk afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht over per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen van toepassing verklaard op de subsidiëring van de stichting. Deze afdeling bevat een uitgebreide standaardregeling voor het verlenen van exploitatiesubsidies aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. De standaardregeling bevat nadere bepalingen over onder andere de termijnen en verantwoording bij de aanvraag en de vaststelling van de jaarlijkse subsidie.

Daarnaast is ook uitdrukkelijk artikel 4.76 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing verklaard. Hierdoor heeft de SOTA de verplichting om via het financiële verslag voldoende inzicht te geven.

In de voorgestelde artikelen zijn aanvullend op de wettelijke bepalingen regels opgenomen over onder meer het vaststellen van een subsidieplafond en een begrotingsvoorbehoud, de wijze waarop de subsidie wordt aangevraagd en vastgesteld en de daarbij geldende termijnen. Ook de verantwoording voor de uitgaven en het aanhouden van een egalisatiereserve zijn in het voorstel neergelegd.

Artikel 2.36a Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op het verlenen van subsidie voor activiteiten die door de stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur worden uitgevoerd en welke passen binnen de statutaire doelstellingen van de stichting.

Artikel 2.36b Overeenkomstige toepassing

  1. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op alle per boekjaar verstrekte subsidies.
  2. Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie.

Artikel 2.36c Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  1. De algemene raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van een subsidie­plafond.
  2. De algemene raad wijst bij de bekendmaking van een subsidieplafond op de mogelijkheid dat dit subsidieplafond kan worden verlaagd en betrekt daarbij de gevolgen voor de reeds ingediende aanvragen.
  3. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld.

Artikel 2.36d Subsidieaanvraag

  1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad.
  2. Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

Artikel 2.36e Egalisatiereserve

De stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur vormt een egalisatiereserve met inachtneming van artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2.36f Subsidieverlening

  1. De algemene raad kan besluiten tot het verstrekken van subsidie met inachtneming van de in de begroting van de Nederlandse orde van advocaten opgenomen financiële middelen en het subsidieplafond.
  2. De algemene raad besluit op een volledige aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk vóór 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.
  3. De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de subsidie­verlening.
  4. De algemene raad geeft in het besluit tot subsidieverlening aan op welke wijze de verantwoording van de subsidie door de verkrijger plaatsvindt.
  5. Indien een subsidie wordt verstrekt vindt eenmalige betaling plaats door overmaking van de gehele subsidie.

Artikel 2.36g Verplichtingen en toestemming

  1. De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichtingen genoemd in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht opleggen.
  2. De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen van voorafgaande toestemming voor handelingen als genoemd in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
  3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan de algemene raad verplichtingen opleggen met betrekking tot:
    • het aangaan van verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar;
    • het verhogen van de personeelsformatie van de subsidieontvanger;
    • het uitputten en onderling aanvullen van begrotingsposten;
    • de maximale grootte en jaarlijkse toename van de egalisatiereserve;
    • de berekening van uurtarieven, de gebruikmaking van kostenbegrippen en productienormen;
    • de aan de subsidie gekoppelde productie gedurende een kalenderjaar;
    • de wijze waarop het betalingsverkeer en de autorisatie van een betaling plaatsvindt;

Artikel 2.36h Verantwoording en subsidievaststelling

  1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad uiterlijk dertien weken na het verrichten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.
  2. De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van:
    • een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht;
    • een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten in een financieel verslag of jaarrekening; en
    • een balans op het einde van het afgelopen subsidietijdvak het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.
  3. De algemene raad kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid of andere gegevens opvragen die voor de subsidievaststelling van belang zijn.
  4. De algemene raad besluit op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.