Paragraaf 6.5.2 Stichting derdengelden

Artikel 6.21 Beschikbaarheid stichting derdengelden

  1. Een advocaat heeft een stichting derdengelden ter beschikking, die voldoet aan de eisen opgenomen in artikel 6.22.
  2. In afwijking van het eerste lid, is een advocaat die in de uitoefening van zijn praktijk geen derdengelden ontvangt, vrijgesteld van de verplichting een stichting derdengelden ter beschikking te hebben.
  3. Een advocaat stelt de deken schriftelijk op de hoogte van:

    a. het niet ter beschikking hebben van een stichting derdengelden;

    b. enige wijziging inzake de beschikbaarheid van een stichting derdengelden.

Artikel 6.21

Het eerste lid vereist dat elke advocaat een stichting derdengelden ter beschikking heeft. Met het ‘ter beschikking hebben’ wordt bedoeld dat de advocaat voor zijn praktijkuitoefening een stichting derdengelden ten dienste staat met welke hij of zijn kantoor een overeenkomst heeft gesloten over het beheer van derdengelden. Deze overeenkomst is gesloten conform het model, bedoeld in artikel 6.22, negende lid.

 

Een advocaat mag in beginsel slechts één stichting derdengelden ter beschikking hebben. Een stichting derdengelden kan wel ten dienste staan van meerdere advocaten of kantoren.

 

Het tweede lid bevat een generieke vrijstelling voor advocaten die in de uitoefening van hun praktijk geen derdengelden ontvangen. Zij hoeven dan geen stichting derdengelden ter beschikking te hebben. Indien een advocaat toch met derdengelden wordt geconfronteerd, draagt de advocaat er zorg voor dat de gelden hetzij conform artikel 6.19, eerste lid, direct naar de rechthebbende worden overgemaakt, hetzij dat hij zich alsnog aansluit bij een stichting derdengelden en de gelden via deze stichting derdengelden laat lopen. Het is onder geen enkele omstandigheid toegestaan derdengelden op de kantoorrekening te ontvangen.

 

Het derde lid bepaalt dat de advocaat die geen derdengelden ontvangt en om die reden geen stichting derdengelden ter beschikking heeft, de deken hiervan schriftelijk op de hoogte stelt. Op het moment dat de situatie wijzigt en de advocaat zich aansluit bij een stichting, stelt hij de deken hiervan eveneens op de hoogte.  

Artikel 6.22 Eisen stichting derdengelden

  1. De stichting derdengelden heeft statuten overeenkomstig het model, bedoeld in het tiende lid; de naam van de stichting bevat ten minste de woorden 'stichting', 'beheer' en 'derdengelden'.
  2. De stichting derdengelden strekt tot een goede uitvoering van artikel 6.19.
  3. De stichting derdengelden wordt voor geen ander doel gebruikt dan voor het beheer van derdengelden.
  4. Indien de stichting derdengelden ontvangt, heeft de stichting daarvoor een bankrekening beschikbaar. Een stichting derdengelden die ter beschikking staat van meerdere kantoren, opent voor elk kantoor een afzonderlijke bankrekening, indien voor een kantoor derdengelden worden ontvangen. 
  5. Tot bestuurder van de stichting kunnen worden benoemd:

    a. advocaten;

    b. andere vrije beroepsbeoefenaren, indien het toegestaan is met hen een samenwerkingsverband aan te gaan; en

    c. accountants in de zin van artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep.

  6. Tot bestuurder van een stichting kunnen niet worden benoemd:

    a. stagiaires, met uitzondering van stagiaire-ondernemers die niet werken onder begeleiding van een bestuurder van de stichting;

    b. diegenen die onder verantwoordelijkheid werken van of ondergeschikt zijn aan een bestuurder van de stichting;

    c. diegenen die in dienst zijn bij het kantoor van een bestuurder van de stichting of bij het kantoor dat is aangesloten bij de stichting.

  7. De stichting verbindt zich ertoe om de deken desgevraagd de informatie te verschaffen die op grond van de Advocatenwet of deze verordening wordt verlangd van advocaten.
  8. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden, van wie er ten minste een advocaat is.
  9. Tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor is een overeenkomst gesloten overeenkomstig het model, bedoeld in het tiende lid.
  10. De algemene raad kan modellen voor de statuten van de stichting derdengelden en voor de overeenkomst tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor vaststellen en kan bij wijzigingen van deze modellen bepalen wanneer bestaande statuten en overeenkomsten tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor moeten worden aangepast.

Artikel 6.22

Het derde lid van artikel 6.22 houdt expliciet in dat de stichting uitsluitend mag worden gebruikt voor derdengelden in de zin van de verordening. Dat betekent dat de advocaat alleen derdengelden mag ontvangen op de bankrekening van de stichting derdengelden voor zover deze direct zijn te relateren aan een zaak en deze gelden ook functioneel zijn voor het verloop van die zaak. In alle overige gevallen is het ontvangen van gelden op de stichting derdengelden niet toegestaan. In die overige gevallen is de stichting, althans het bestuur ervan, gehouden om de gelden te weigeren en terug te storten.

In het zesde lid is opgenomen wie niet tot bestuurder van een stichting kunnen worden benoemd. In onderdeel a zijn stagiaires uitgesloten, met uitzondering van stagiaire-ondernemers. Deze uitzondering geldt alleen indien de stagiaire-ondernemer niet werkt onder begeleiding van een bestuurder van de stichting.

Stagiaires in loondienst zijn uitgesloten omdat de mogelijkheid bestaat dat zij worden beïnvloed door een derde, zoals bijvoorbeeld de patroon, een advocaat-medewerker of partner van het kantoor waarbij de stagiaire in dienst is. Ter bescherming van derdengelden alsmede de stagiaire zelf, is de stagiaire in loondienst daarom uitgesloten van het bestuur van een stichting derdengelden. Een stagiaire-ondernemer oefent de praktijk uit voor eigen risico en rekening en heeft, in tegenstelling tot een stagiaire in loondienst, uitsluitend een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van zijn patroon. De stagiaire-ondernemer is daarom alleen uitgesloten van het bestuur van een stichting, indien zijn patroon bestuurder is.

Onderdelen b en c zien op de advocaat-medewerker. Een advocaat-medewerker kan als bestuurder van een stichting derdengelden optreden, mits hij niet onder verantwoordelijkheid werkt van, ondergeschikt is aan of in dienst is van het kantoor van een bestuurder van de stichting. Een advocaat-medewerker heeft in dat geval namelijk een arbeidsrechtelijke relatie met (het kantoor van) de  bestuurder van de stichting. Daarmee is sprake van een bepaalde afhankelijkheid. Dit geldt tevens voor een advocaat die in dienst is van het kantoor dat is aangesloten bij de stichting. Hij heeft een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de kantoorbestuurder en is daarom uitgesloten van het bestuur van de stichting derdengelden, waarbij het kantoor is aangesloten.

In het achtste lid is het vereiste van de dubbele handtekening neergelegd. Bestuurders zijn gezamenlijk bevoegd. De gezamenlijke uitoefening van deze bevoegdheid moet ook blijken uit de administratie van de opdrachten tot overmaken van gelden. Er moet een dubbele elektronische autorisatie zijn. 

Artikel 6.23 Bestuurder stichting derdengelden

  1. Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden is gehouden de bepalingen van deze afdeling na te leven.
  2. Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden verleent geen medewerking aan handelingen die strijdig zijn met de bepalingen van deze afdeling.
  3. Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden maakt derdengelden onmiddellijk over aan de rechthebbende, zodra daartoe door of namens de behandelend advocaat opdracht is gegeven, met inachtneming van artikel 6.22, achtste lid.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.