Paragraaf 7.4.3 Letsel- en overlijdensschadezaken

Paragraaf 7.4.3 Letsel- en overlijdensschadezaken

Paragraaf 7.4.3 bevat regelgeving voor een experiment met het toestaan van resultaatgerelateerd belonen in letselschade- en overlijdensschadezaken. Het experiment is per 1 januari 2026 omgezet naar een bestendige praktijk en gecodificeerd in regelgeving.

Niet voldoen aan de voorwaarden genoemd in deze paragraaf bij het overeenkomen van een resultaatgerelateerde beloning leidt tot strijd met artikel 7.7. Overtreding van artikel 7.7 is tuchtrechtelijk laakbaar.

Artikel 7.9 Voorwaarden letsel- en overlijdensschadezaken

Een advocaat kan de bepalingen van deze paragraaf toepassen bij letsel- en overlijdensschadezaken, indien:

a. de aansprakelijkheid niet aanstonds is erkend of niet redelijkerwijs vaststaat, dan wel problemen van enige importantie voorzienbaar zijn in de sfeer van schade of causaliteit en

b. de cliënt niet in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, of daar uitdrukkelijk van af ziet.

Artikel 7.9

Een honorariumafspraak op basis van resultaatgerelateerde beloning is, met het oog op de vereiste relatie tussen inspanning en uiteindelijke beloning, alleen toegelaten wanneer de zaak niet zonneklaar is. De zaak moet dus een bepaalde complexiteit hebben ten gevolge waarvan de advocaat niet met zeer weinig inspanning tot een voor zijn cliënt gunstig resultaat komt. De relatie tussen inspanning en beloning wordt op grond van dit artikel niet aangenomen indien in de voorliggende letsel- of overlijdensschadezaak sprake is van:

– erkende of vaststaande aansprakelijkheid
– een helder causaal verband tussen gebeurtenis en schade
– duidelijke aanwezigheid van schade bij de cliënt.

Waar het die laatste twee aspecten betreft, moet (rechts)strijd daarover dus voorzienbaar zijn. Is die strijd niet voorzienbaar, dan zal de advocaat met weinig inspanning de zaak in het voordeel van zijn cliënt kunnen afhandelen. Het gevaar van een onredelijke beloning is ook dan zeer beperkt, omdat de grondslag van de toegelaten beloningssystematiek toch het aantal werkelijk aan de zaak bestede uren blijft. Het zal voor de advocaat dan ook niet mogelijk zijn om met enkele uren werk een zeer grote opbrengst te verwezenlijken.

Onderdeel b van dit artikel regelt het volgende. De advocaat behoort voor zijn cliënt met een inkomen en vermogen onder de grens, bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, een toevoeging aan te vragen. De advocaat mag in een dergelijk geval geen resultaatgerelateerdeafspraken maken. Dat is slechts anders als de cliënt uitdrukkelijk afziet van door de overheid gefinancierde rechtshulp met in achtneming van het bepaalde in gedragsregel 18, derde lid.

Artikel 7.10 Vergoeding advocaat

De advocaat kan met zijn cliënt overeenkomen dat hij geen honorarium in rekening brengt indien het financiële resultaat voor de cliënt minder is dan of gelijk is aan nihil, en

a. indien de specifieke kosten voor rekening van de cliënt blijven, dat hij zijn gebruikelijke uurtarief vermenigvuldigt met ten hoogste factor 2, en dat hij een honorarium in rekening brengt, inclusief algemene kantoorkosten en BTW, van ten hoogste 25 procent van het financiële resultaat; of

b. indien de betrokken advocaat alle specifieke kosten voldoet en deze kosten slechts aan de rechtzoekende in rekening brengt voor zover het te verkrijgen financiële resultaat daarvoor ruimte biedt, dat hij zijn gebruikelijke uurtarief vermenigvuldigt met ten hoogste factor 2,5, en dat hij een honorarium in rekening brengt, inclusief algemene kantoorkosten en BTW, van ten hoogste 35 procent van het financiële resultaat en dat toegewezen kostenvergoedingen aan hem toekomen.

Artikel 7.10

In deze paragraaf dient er niet alleen sprake te zijn van een zaak waarbij aanmerkelijke discussie bestaat over aansprakelijkheid, causaliteit of schade, maar ook blijft declaratie op uurbasis de grondslag van de vergoeding voor de advocaat. De advocaat mag wel declareren op basis van een verhoging met respectievelijk 100 of 150 procent van het overeengekomen uurtarief (anders gezegd 2 of 2,5 maal dat uurtarief). Anders zou een voldoende prikkel en beloning voor het door hem te lopen risico, ten aanzien van zijn honorarium en eventueel ook ten aanzien van door hem voorgeschoten kosten, geheel ontbreken. Het staat de advocaat overigens vrij een lager tarief overeen te komen.

Het honorarium is afhankelijk van het behaalde financiële resultaat (resultaatgerelateerd). Deze afhankelijkheid komt tot uitdrukking in het maximumbedrag dat kan worden gedeclareerd. Afhankelijk van of de advocaat de specifieke kosten voor zijn rekening neemt of niet is het maximumbedrag 35% of 25% van het financiële resultaat (zie hieronder bij ‘beloningsmodaliteiten’).

Een rekenvoorbeeld: de advocaat komt met zijn cliënt het rekenpercentage overeen van factor 2; 25 procent van het financiële resultaat en een uurtarief van € 200. Het uiteindelijk verkregen financiële resultaat is € 100.000. Het honorarium op basis van het percentage zou dan € 25.000 bedragen, maar omdat de advocaat dit resultaat heeft bereikt in slechts twintig uur werk, terwijl zijn verdubbelde uurtarief € 400 is, zal hij niet meer kunnen declareren dan € 8.000 vermeerderd met de specifieke kosten en BTW.

Beloningsmodaliteiten
Er zijn binnen de toegelaten beloningsafspraken in deze paragraaf twee verschillende modaliteiten mogelijk. Binnen het eerste arrangement betaalt de rechtzoekende in beginsel zelf de op zijn zaak drukkende specifieke kosten. In de tweede variant gaat het risico voor de specifieke kosten van de rechtzoekende over op de advocaat. Dat leidt tot een potentieel hoger rekenpercentage.

Het is niet de bedoeling dat die vergoedingen door de advocaat worden verkregen naast het honorarium op basis van de resultaatgerelateerde beloningsafspraak. Het moet gaan om een te verkrijgen financiële resultaat, dat wil zeggen een op geld waardeerbaar resultaat. Louter emotionele of principiële resultaten zijn geen financiële resultaten en kunnen niet toch op geld worden gewaardeerd alleen maar om aan een beloning voor de advocaat toe te komen. Afrekening met de rechtzoekende vindt pas plaats als het financiële resultaat definitief is verkregen. Dat volgt uit de aard van de no cure no pay-afspraak. Als het financiële resultaat in gedeelten wordt verkregen, is gedeeltelijke afrekening mogelijk, zij het dat die afrekening dan in beginsel eerst op urenbasis moet geschieden en niet op basis van het overeengekomen rekenpercentage, om het urenbasis beginsel geen geweld aan te doen.

In nogal wat letselschadezaken is de rechtzoekende niet in staat om specifieke kosten verbonden aan de behandeling van zijn zaak te betalen. Met name bij medische aansprakelijkheid en bij beroepsziekten is vaak behoefte aan voorlichting door meerdere deskundigen. De kosten verbonden aan inschakeling van die deskundigen kunnen sterk oplopen. Bij procederen kunnen de griffierechten voor een rechtzoekende prohibitief zijn. Een rechtzoekende zou van inschakeling van een advocaat op basis van resultaatgerelateerde beloning kunnen afzien als de advocaat hem niet aanbiedt om die specifieke kosten te betalen. Het komt de algemene raad voor dat de advocaat dit moet kunnen aanbieden, omdat deze wijze van belonen anders een te beperkt toepassingsgebied zou kunnen krijgen, terwijl er tegen de variant sub b geen bijzondere bezwaren kunnen bestaan.

In verband met het extra risico dat de advocaat binnen deze variant loopt, is het redelijk indien het rekenpercentage hoger is dan binnen de basisvariant, sub a. Gekozen is voor een succesfactor van 2,5 maal het uurtarief, in combinatie met een percentage van ten hoogste 35 procent van de toegewezen schadevergoeding. Het hogere uurtarief en het daaruit voortvloeiende hogere maximale percentage, worden mede gerechtvaardigd door de gevallen waarin de door de advocaat betaalde kosten niet, of slechts gedeeltelijk worden vergoed door de aansprakelijke partij. Dat komt in de letselschadepraktijk regelmatig voor, bijvoorbeeld wanneer een partijdeskundige is ingeschakeld. De kosten daarvan komen niet zonder meer voor rekening van de aansprakelijke partij. Bovendien mag de evidente behoefte van rechtzoekenden aan vrijwaring van het kostenrisico niet afstuiten op onvoldoende aantrekkingskracht van de in deze paragraaf bedoelde beloningsmodaliteit voor bij de letselschadeadvocatuur. Een hoger ondernemingsrisico rechtvaardigt ook daarom een hoger uurtarief dan in de variant waarin de cliënt zelf de specifieke kosten draagt. Benadrukt wordt dat kosten gegenereerd door de rechtzoekende buiten opdracht van de advocaat om – en wellicht ook buiten zijn medeweten – niet onder de kosten vallen die voor risico komen van de advocaat.

Een rekenvoorbeeld met betrekking tot deze variant: de advocaat spreekt met de cliënt af om de specifieke kosten van de cliënt in diens plaats te voldoen en komt een percentage van 35 procent overeen. De specifieke kosten komen neer op € 15.000. Het uiteindelijk verkregen resultaat is € 100.000. Het honorarium op basis van het rekenpercentage zou dan € 35.000 bedragen. Wanneer de advocaat dit resultaat heeft bereikt in twintig uur werk en het afgesproken uurtarief € 200 bedraagt, zal hij € 10.000 kunnen declareren, vermeerderd met de € 15.000 voor de specifieke kosten die de advocaat voor zijn rekening heeft genomen. Zou in dit geval geen financieel resultaat zijn behaald, dan zouden de specifieke kosten voor rekening van de advocaat zijn gebleven.

Artikel 7.11 Bijzondere normen advocaat

  1. De advocaat informeert de cliënt schriftelijk voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst ten minste over:

    a. de mogelijkheid van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, van beroep op een particuliere rechtsbijstandverzekering en van honorering van de advocaat op basis van een te betalen uurtarief ongeacht de uitkomst van de zaak;

    b. het redelijkerwijs te verwachten verloop van de zaak;

    c. de redelijkerwijs te verwachten specifieke kosten in deze zaak en de mogelijkheden, genoemd in artikel 7.10.

  2. De advocaat verstrekt de cliënt een risico-inschatting met schriftelijke informatie betreffende de verwachting ten aanzien van de door de advocaat te verrichten arbeid en de te maken kosten.
  3. De advocaat kan de rechtsbijstand slechts tussentijds beëindigen op grond van gewichtige redenen en met inachtneming van de daartoe noodzakelijke zorgvuldigheid.
  4. De advocaat kan uitsluitend na schriftelijke aanvaarding door de cliënt een schikkingsovereenkomst met de wederpartij sluiten of een gerechtelijke procedure aanhangig maken of beëindigen.
  5. De advocaat legt de omstandigheden van het geval vast, op grond waarvan iedere zaak voldoet aan artikel 7.9.

Artikel 7.12 Inhoud overeenkomst

Een overeenkomst die afspraken aangaande het honorarium bevat wordt door beide partijen ondertekend en bevat in ieder geval:

a. een beschrijving van de opdracht;

b. de informatie, bedoeld in artikel 7.11, eerste, tweede en vijfde lid;

c. de volgende financiële afspraken:

  • het percentage van het uiteindelijke financiële resultaat dat volgens de overeenkomst geldt voor de berekening van het maximaal te declareren honorarium;
  • het verwachte financiële resultaat; en
  • het overeengekomen uurtarief van de advocaat;
  • of de specifieke kosten voor risico van de rechtzoekende zijn of voor risico van de advocaat;

d. een regeling voor het geval:

  • de cliënt tussentijds de opdracht intrekt zonder concreet zicht op het beschreven te behalen resultaat, inhoudende de betaling van een redelijke vergoeding voor gewerkte uren en de betaling van gemaakte kosten;
  • de cliënt tussentijds de opdracht intrekt met concreet zicht op het beschreven te behalen financiële resultaat;

e. een regeling, die ziet op de overdracht van de zaak aan een andere advocaat in geval van tussentijdse intrekking van de opdracht;

f. de bepaling, bedoeld in artikel 7.11, derde lid, dat de advocaat de rechtsbijstand slechts tussentijds kan beëindigen op grond van gewichtige redenen en met inachtneming van de daartoe noodzakelijke zorgvuldigheid, met bepaling van de wijze waarop in dat geval de honorering plaatsvindt;

g. een bepaling met de strekking van artikel 7.11, vierde lid;

h. een bepaling waarin is vastgelegd dat de cliënt na het tekenen van de overeenkomst deze nog eenzijdig en zonder gevolgen teniet kan doen binnen een in de overeenkomst te bepalen redelijke bedenktijd.

Artikel 7.12

In dit artikel is beschreven welke inhoud de overeenkomst ten minste dient te hebben. Er is niet beoogd dat de bepalingen van deze verordening verbintenisrechtelijke gevolgen hebben, zoals het aanvullen van de overeenkomst. De bepaling is zuiver tuchtrechtelijk van aard. Indien de overeenkomst niet voldoet aan de bepalingen van dit artikel, dan is de advocaat tuchtrechtelijk laakbaar op grond van artikel 7.7. Dit artikel bevat geen regelend of dwingend recht ten aanzien van de overeenkomst.

Artikel 7.12 stelt uitdrukkelijk eisen aan de overeenkomst, die veelal in de vorm van een schriftelijke opdrachtbevestiging zal zijn. In deze schriftelijke opdrachtbevestiging moet in voor de rechtzoekende duidelijke taal inzicht worden gegeven in de redelijke verwachting van de advocaat ten aanzien van de te verrichten arbeid en de te maken (buiten)gerechtelijke kosten. Voorts bevat de opdrachtbevestiging een op feiten en omstandigheden gebaseerd, gemotiveerd advies over de keuze van de honoreringsmodaliteit met daarbij opgenomen een risico-inschatting en het minimaal door de advocaat te behalen resultaat op basis waarvan de honorering zal worden berekend. De cliënt kan met de advocaat overeenkomen dat de advocaat onder deze grens niet zal worden gehonoreerd.

Een verwijzing in de opdrachtbevestiging, onderdeel f, naar een regeling in geval de advocaat de rechtsbijstand tussentijds beëindigt op grond van gewichtige redenen is bedoeld om de positie van de rechtzoekende bij tussentijdse beëindiging te versterken. Te denken valt aan een situatie waarin de advocaat tijdens de behandeling van de zaak tot de conclusie komt dat de kansen op succes niet zo groot zijn en daarom een breuk tussen hem en zijn cliënt teweeg brengt. De advocaat doet dat opdat toch een financiële vergoeding kan worden bewerkstelligd als ware er sprake van een overdracht van de zaak aan een andere advocaat. Daarom wordt de regeling hiertoe, met aspecten die zien op de beloning van de advocaat, in de overeenkomst opgenomen.

In de opdrachtbevestiging dient eveneens te worden vastgelegd, dat de advocaat slechts met voorafgaande schriftelijke aanvaarding van de cliënt een schikkingsovereenkomst met de wederpartij kan sluiten of een gerechtelijke procedure aanhangig kan maken of beëindigen. De normen in artikel 7.11 worden op die manier ook verbintenisrechtelijk geborgd.

Advocaten hebben te allen tijde de vrije keuze om van geval tot geval te bezien, afhankelijk van de omstandigheden van het geval en in overleg met de rechtzoekende, hoe zij hun werkzaamheden declareren: volgens de thans gangbare declaratiemethoden (op basis van een uurtarief of een vast tarief respectievelijk de door het hof van discipline toegestane betalingsmodaliteiten), dan wel op resultaatgerelateerde basis conform deze verordening.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.