Paragraaf 3.1.2 Goedkeuring stage en patroon
Artikel 3.5a Cursus voor patroons
- Een beoogd patroon heeft in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek om goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, een cursus voor patroons gevolgd.
- Een cursus als bedoeld in het eerste lid is gevolgd, indien de beoogd patroon ten minste zes uur onderwijs heeft gevolgd dat het patroonschap voor een stagiaire ten goede komt en:
- dat onderwijs is gegeven door een of meerdere deskundige docenten; en
- de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemers zijn vastgesteld.
- In afwijking van het tweede lid, aanhef, geldt voor de duur van een cursus ten minste drie uur onderwijs, indien de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand aan de cursus reeds een in het tweede lid bedoelde cursus heeft gevolgd.
- De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud van de cursus, bedoeld in het tweede en derde lid.
Artikel 3.6 Beoordeling aanvraag goedkeuring
- De raad van de orde kan de goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, onthouden indien:
- aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd;
- over de beoogd patroon tuchtrechtelijke klachten zijn ontvangen of met betrekking tot hem of zijn kantoor onregelmatigheden of gegronde bedenkingen zijn gebleken;
- de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;
- de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van een stagiaire-ondernemer;
- de beoogd patroon reeds patroon is van twee of meer stagiaires en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;
- de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;
- op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de uitoefening van de praktijk.
- Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vier jaar.
- De raad van de orde onthoudt de goedkeuring in ieder geval:
- indien de beoogd patroon geen cursus als bedoeld in artikel 3.5a, eerste lid, heeft gevolgd;
- indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;
- in geval van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer, indien de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest.
- Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, twee jaar en de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, vier jaar.
Artikel 3.7 Bemiddeling bij zoeken patroon
Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst, de praktijk niet meer uitoefent of de stagiaire niet meer kan begeleiden, kan de raad van de orde bemiddelen bij het zoeken van een andere patroon.
Artikel 3.5 Goedkeuring stage en patroon
Artikel 3.5
De raad van de orde moet aan elke stage en patroon zijn goedkeuring verlenen. Ook indien de stagiaire van patroon wenst te wisselen, is goedkeuring vereist. Het initiatief tot de goedkeuring gaat uit van de stagiaire, die zelf verantwoordelijk is voor het vinden van een patroon.
Met een daartoe bestemd aanvraagformulier vraagt de stagiaire de raad van de orde goedkeuring van de stage en van de beoogde patroon. Op grond van de bijlagen 1a tot en met 1e van de Regeling op de advocatuur wordt het formulier ook ondertekend door de beoogd patroon. Voorts worden bij het verzoek om goedkeuring van de stage en de beoogd patroon niet alleen stukken verlangd, maar ook gegevens. Een voorbeeld hiervan is of de patroon juridisch medewerkers, niet zijnde advocaat begeleidt.
Ten behoeve van de goedkeuring verstrekt de stagiaire de raad van de orde persoonsgegevens van de beoogde patroon, die daarmee voorafgaand aan het goedkeuringsverzoek schriftelijk heeft ingestemd. Tevens legt de stagiaire de arbeidsovereenkomst over en, zo die niet daarin is opgenomen, de begeleidingsovereenkomst. Als aan de genoemde formaliteiten niet is voldaan, kan de raad van de orde het verzoek in beginsel buiten behandeling stellen (artikel 4:5, Awb).