Paragraaf 3.1.2 Goedkeuring stage en patroon

Artikel 3.5 Goedkeuring stage en patroon

  1. De raad van de orde is belast met de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon.
  2. De stagiaire dient het verzoek om goedkeuring van de stage en de beoogd patroon in, door middel van een door de algemene raad vastgesteld formulier. Het formulier wordt medeondertekend door de beoogd patroon. De algemene raad stelt nadere regels met betrekking tot de bij het verzoek te verstrekken gegevens.
  3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek van de stagiaire om wijziging van de patroon.

Artikel 3.5

De raad van de orde moet aan elke stage en patroon zijn goedkeuring verlenen. Ook indien de stagiaire van patroon wenst te wisselen, is goedkeuring vereist. Het initiatief tot de goedkeuring gaat uit van de stagiaire, die zelf verantwoordelijk is  voor het vinden van een patroon.  
Met een daartoe bestemd aanvraagformulier vraagt de stagiaire de raad van de orde goedkeuring van de stage en van de beoogde patroon. Op grond van de bijlagen 1a tot en met 1e van de Regeling op de advocatuur wordt het formulier ook ondertekend door de beoogd patroon. Voorts worden bij het verzoek om goedkeuring van de stage en de beoogd patroon niet alleen stukken verlangd, maar ook gegevens. Een voorbeeld hiervan is of de patroon juridisch medewerkers, niet zijnde advocaat begeleidt.

Ten behoeve van de goedkeuring verstrekt de stagiaire de raad van de orde persoonsgegevens van de beoogde patroon, die daarmee voorafgaand aan het goedkeuringsverzoek schriftelijk heeft ingestemd. Tevens legt de stagiaire de arbeidsovereenkomst over en, zo die niet daarin is opgenomen, de begeleidingsovereenkomst.  Als aan de genoemde formaliteiten niet is voldaan, kan de raad van de orde het verzoek in beginsel buiten behandeling stellen (artikel 4:5, Awb).

Artikel 3.5a Cursus voor patroons

  1. Een beoogd patroon heeft in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek om goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, een cursus voor patroons gevolgd.
  2. Een cursus als bedoeld in het eerste lid is gevolgd, indien de beoogd patroon ten minste zes uur onderwijs heeft gevolgd dat het patroonschap voor een stagiaire ten goede komt en:
    • dat onderwijs is gegeven door een of meerdere deskundige docenten; en
    • de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemers zijn vastgesteld.
  3. In afwijking van het tweede lid, aanhef, geldt voor de duur van een cursus ten minste drie uur onderwijs, indien de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand aan de cursus reeds een in het tweede lid bedoelde cursus heeft gevolgd.
  4. De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud van de cursus, bedoeld in het tweede en derde lid.

Artikel 3.5a Cursus voor patroons

De patroon vervult voor de stagiaire een brugfunctie tussen de praktijk en de beroepsopleiding. De patroon draagt voor een belangrijk deel bij aan de vorming van de stagiair binnen het kantoor. Daarnaast wordt verwacht dat de patroon een actieve rol gaat spelen in de beroepsopleiding. Een sterkere rol van de patroon wordt dan ook wenselijk geacht. Om de begeleiding kwalitatief te versterken wordt een patroonscursus periodiek verplicht gesteld voor alle patroons.

In artikel 3.5a, tweede lid, is omschreven aan welke eisen een dergelijke cursus ten minste moet voldoen. De cursus dient ten minste zes uur te omvatten en betrekking hebben op het patroonschap voor een stagiaire. Op grond van het vierde lid heeft de algemene raad nadere regels gesteld over de inhoud van de cursus. Heeft de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand reeds een cursus gevolgd die voldoet aan het tweede lid, kan voor de nieuw te volgen cursus worden volstaan met een duur van drie uur.

Wordt geen cursus gevolgd of een cursus gevolgd die niet voldoet aan het tweede lid van artikel 3.5a, dan wordt door de raad van de orde goedkeuring aan de stage en beoogd patroon onthouden. In die gevallen is geen nadere afweging mogelijk.

Bij bepaalde (meestal grote) advocatenkantoren wordt gebruik gemaakt van een praktijkbegeleider bij de (feitelijk) begeleiding van een stagiaire. Een begeleiding door een praktijkbegeleider laat onverlet dat de verantwoordelijkheid voor de begeleiding bij de patroon berust (zie artikel 9b, eerste lid, van de Advocatenwet).

Overigens volgt uit de zinsnede “zijn kantoor” in het huidige artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Voda dat de raad van de orde de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon kan onthouden indien deze praktijkbegeleider tuchtrechtelijke of stafrechtelijke sancties zijn opgelegd, dan wel over hem tuchtrechtelijke klachten zijn ontvangen of met betrekking tot hem onregelmatigheden of gegronde bedenkingen zijn gebleken.

Artikel 3.6 Beoordeling aanvraag goedkeuring

  1. De raad van de orde kan de goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, onthouden indien:
    • aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd;
    • over de beoogd patroon tuchtrechtelijke klachten zijn ontvangen of met betrekking tot hem of zijn kantoor onregelmatigheden of gegronde bedenkingen zijn gebleken;
    • de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;
    • de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van een stagiaire-ondernemer;
    • de beoogd patroon reeds patroon is van twee of meer stagiaires en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;
    • de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;
    • op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de uitoefening van de praktijk.
  2. Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vier jaar.
  3. De raad van de orde onthoudt de goedkeuring in ieder geval:
    • indien de beoogd patroon geen cursus als bedoeld in artikel 3.5a, eerste lid, heeft gevolgd;
    • indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;
    • in geval van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer, indien de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest.
  4. Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, twee jaar en de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, vier jaar.

Artikel 3.6

De raad van de orde heeft een ruime discretionaire bevoegdheid bij de beoordeling van de geschiktheid van een patroon (ABRvS, 28 dec. 1999, Adv.bl. 2000-3, p. 131).  De verordening perkt deze discretionaire bevoegdheid niet in. Wel blijkt er behoefte te bestaan aan een concreet toetsingskader. Daarom is in het eerste lid een aantal situaties opgenomen waarin de raad van de orde goedkeuring kan weigeren. Als zich een van deze situaties voordoet, zal de raad van de orde in beginsel uit kunnen gaan van de ongeschiktheid van de patroon. Indien bijvoorbeeld door de raad van de orde signalen over onregelmatigheden zijn ontvangen over een kantoor of gegronde bedenkingen zijn gerezen die zien op de omgang met stagiaires, de begeleiding, of meer in algemene zin op de uitoefening van de praktijk, dan is dat in beginsel voldoende reden om een patroon of de stage niet goed te keuren. Zijn de klachten niet ernstig of heeft het kantoor respectievelijk de patroon zijn gedrag aangepast, dan hoeft dat in beginsel geen belemmering te zijn om de patroon en de stage toch goed te keuren.

Over de in artikel 3.6, derde lid, onderdeel a, bedoelde cursussen wordt van de patroon gevraagd een verklaring in te leveren. Die verklaring kan bijvoorbeeld zien op de cursussen die in de laatste vijf jaar zijn gevolgd.

Op grond van het eerste lid, onderdelen d en e, kan de raad van de orde de goedkeuring onthouden indien de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een buitenstagiaire hetzij van een stagiaireondernemer of de beoogd patroon reeds patroon is van twee of meer stagiaires en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar. De patroon zal meer aandacht moeten schenken aan de begeleiding van stagiaires die pas kort werkzaam zijn. Vandaar dat opgenomen is dat ten hoogste één van de stagiaires minder dan een jaar stagiaire is. Indien meerdere stagiaires korter stage lopen dan een jaar, is dat een grond om de goedkeuring te weigeren.

Onderdeel f van het eerste lid omschrijft een restcategorie, volgens welke de patroon voor een stage of  stagiaire ongeschikt kan zijn (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2014:3998). Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een hoog verloop van stagiaires in de afgelopen jaren. Ook in die gevallen kan het wenselijk zijn dat de goedkeuring wordt onthouden. Onderdeel h ziet op de aspecten van de stage die niet noodzakelijkerwijs de kwaliteiten van een patroon betreffen. Op grond van onderdeel g kan de goedkeuring worden onthouden indien op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de uitoefening van de praktijk.

Het derde lid schrijft voor in welke gevallen de goedkeuring onthouden dient te worden. In die gevallen is geen nadere beoordeling mogelijk. De gronden in het derde lid houden verband met het volgen van een cursus voor patroons en de duur van de inschrijving van de advocaat. Het verzoek om goedkeuring wordt afgewezen in alle gevallen waarin de patroon korter dan vijf jaar is ingeschreven of, in geval van een EU-advocaat, korter dan twee jaar. De raad van de orde kan dus wel tot goedkeuring overgaan indien de patroon tussen de vijf en de zeven jaar is ingeschreven als advocaat. In dat geval heeft de raad van de orde behalve bijzondere aandacht voor de geschiktheid van de patroon ook aandacht voor de stagiaire (zie de eerder aangehaalde ECLI:NL:RVS:2014:3998). Als een buitenstagiaire of een stagiaire-ondernemer de aanvraag doet, moet de patroon in elk geval langer dan zeven jaar zijn ingeschreven, of in geval van een EU-advocaat, langer dan vier jaar. 

Artikel 3.7 Bemiddeling bij zoeken patroon

Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst, de praktijk niet meer uitoefent of de stagiaire niet meer kan begeleiden, kan de raad van de orde bemiddelen bij het zoeken van een andere patroon.

Artikel 3.7

Een stagiaire moet er zelf zorg voor dragen dat hij een patroon heeft. Indien de patroon wegvalt, is de stage opgeschort, hetgeen betekent dat de stagiaire niet langer de belangen van zijn cliënten mag behartigen. In dat geval kan de raad van de orde bemiddelen bij het zoeken van een nieuwe patroon. De bemiddeling gaat niet zo ver dat de raad van de orde een advocaat aan kan wijzen. Dit artikel heeft als grondslag artikel 9b, zevende lid en artikel 28 van de Advocatenwet.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.