Artikel 9.3a Overgangsrecht cassatie in burgerlijke zaken
Eerste lid
Tot inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019 (als gevolg waarvan afdeling 4.2 is gewijzigd) was het mogelijk om na het verkrijgen van de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, met het oog op een voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’, te wachten met het doen van een verzoek aan de secretaris van de algemene raad om toegelaten te worden tot de cassatiebalie. In het systeem van de huidige afdeling 4.2 wordt van deze verklaring door de algemene raad kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad, waarmee de advocaat wordt geacht een verzoek te hebben gedaan tot het verkrijgen van de voorwaardelijke aantekening. Het is niet wenselijk dat met een verklaring als bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet
die voorafgaand aan inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019 is afgegeven, nog wel kan worden gewacht met een dergelijk verzoek. Om die reden regelt artikel 9.3a, eerste lid, dat van een vóór inwerkingtreding van voornoemde wijzigingsverordening afgegeven verklaring door de algemene raad binnen twee weken na inwerkingtreding van de wijzigingsverordening wordt kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad en de desbetreffende advocaat daarmee wordt geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
Tweede lid
Met de huidige afdeling 4.2 wordt de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken niet langer voor een beperkte duur verstrekt. Op grond van artikel 4.11, tweede lid, van de verordening, zoals dit artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019, gold de voorwaardelijke aantekening voor een periode van drie jaar. Artikel 9.3a, tweede lid, bepaalt dat de beperkte geldigheidsduur van voorwaardelijke aantekeningen van vóór de datum van inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019 vervallen.
Artikel 9.3a Overgangsrecht cassatie in burgerlijke zaken
Artikel 9.3a Overgangsrecht cassatie in burgerlijke zaken
Eerste lid
Tot inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019 (als gevolg waarvan afdeling 4.2 is gewijzigd) was het mogelijk om na het verkrijgen van de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, met het oog op een voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’, te wachten met het doen van een verzoek aan de secretaris van de algemene raad om toegelaten te worden tot de cassatiebalie. In het systeem van de huidige afdeling 4.2 wordt van deze verklaring door de algemene raad kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad, waarmee de advocaat wordt geacht een verzoek te hebben gedaan tot het verkrijgen van de voorwaardelijke aantekening. Het is niet wenselijk dat met een verklaring als bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet
die voorafgaand aan inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019 is afgegeven, nog wel kan worden gewacht met een dergelijk verzoek. Om die reden regelt artikel 9.3a, eerste lid, dat van een vóór inwerkingtreding van voornoemde wijzigingsverordening afgegeven verklaring door de algemene raad binnen twee weken na inwerkingtreding van de wijzigingsverordening wordt kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad en de desbetreffende advocaat daarmee wordt geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
Tweede lid
Met de huidige afdeling 4.2 wordt de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken niet langer voor een beperkte duur verstrekt. Op grond van artikel 4.11, tweede lid, van de verordening, zoals dit artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019, gold de voorwaardelijke aantekening voor een periode van drie jaar. Artikel 9.3a, tweede lid, bepaalt dat de beperkte geldigheidsduur van voorwaardelijke aantekeningen van vóór de datum van inwerkingtreding van de Wijzigingsverordening civiele cassatie 2019 vervallen.