Afdeling 3.2 Beroepsopleiding advocaten

 

Afdeling 3.2 Beroepsopleiding advocaten

In 2017 is de algemene raad gestart met een heroriëntatie op de beroepsopleiding advocaten. De algemene raad voelde noodzaak voor een vernieuwde beroepsopleiding vanwege een verdere diversiteit binnen de advocatuur, technologische ontwikkelingen en veranderende eisen en wensen vanuit de samenleving en de beroepsgroep zelf. Daarnaast is het verstandig om de opzet en inrichting van de beroepsopleiding periodiek te evalueren. Het is zaak om te komen tot een beroepsopleiding die nieuwe generaties advocaten goed voorbereidt op hun toekomst als advocaat binnen het Nederlandse rechtsbestel. Ook wil de algemene raad inspelen op ontwikkelingen binnen de juridische dienstverlening, zoals innovaties en benodigde digitale vaardigheden.

In het voorjaar van 2017 heeft de algemene raad eerste globale uitgangspunten voor een vernieuwde beroepsopleiding advocaten (met de werknaam BA2020) geformuleerd. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de Nederlandse orde van advocaten om zorg te dragen voor een hoogwaardige beroepsopleiding die als bouwsteen dient voor een kwalitatief hoogwaardige en bestendige advocatuur.

Medio 2018 heeft de algemene raad na een brede oriëntatie en raadpleging van uiteenlopende organisaties meer concrete uitgangspunten vastgesteld voor de vernieuwde opleiding. De belangrijkste uitgangspunten zijn:

-       een praktijkgerichte insteek met nadruk op vaardigheden in plaats van nadruk op juridisch‑inhoudelijke vakken;

-       ethiek vormt een zwaartepunt in de nieuwe opleiding;

-       het belang van onderwijs in groepen stagiaires van gemengde samenstelling;

-       een curriculum moet flexibel kunnen inspelen op een veranderende samenleving (en markt);

-       zo mogelijk een reductie van studiebelasting voor stagiaires en kantoren.

De algemene raad heeft zich bij de totstandkoming van de vernieuwde beroepsopleiding advocaten onder meer laten adviseren door de drie huidige onderwijsaanbieders, de combinatie CPO/Dialogue (de uitvoeringsorganisatie), de Law Firm School (LFS) en De Brauw.

Hoofdlijnen vernieuwde beroepsopleiding advocaten

De vernieuwde beroepsopleiding advocaten komt tegemoet aan trends als de toenemende differentiatie van de balie en de noodzaak tot (verdere) specialisatie. De opleiding sluit beter aan op de praktijk en levert een belangrijke bijdrage aan het verder verhogen van de kwaliteit van de advocatuur. Er worden geen concessies gedaan aan de kwaliteit van de opleiding bij het mogelijk verminderen van de studiebelasting.

De nadruk van de beroepsopleiding ligt op het in de praktijk kunnen toepassen van (juridisch-inhoudelijke) kennis en vaardigheden. De verbinding tussen de beroepsopleiding en het werken en leren in de praktijk is intensief. Een versterkt patronaat geldt daarbij als belangrijke voorwaarde.

Het belang van onderwijs in gemengde groepen (stagiaires uit kantoren van verschillende omvang, type praktijk en clientèle) is een van de uitgangspunten bij het ontwerp van de vernieuwde beroepsopleiding geweest: de gedachte dat stagiaires elkaar en elkaars praktijk leren kennen, van elkaar kunnen leren, en daarmee ook het gezamenlijk kunnen uitdragen van de advocatuurlijke kernwaarden (integriteit, onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, partijdigheid en deskundigheid). Bovendien versterkt het de cohesie binnen de advocatuur.

Toetsing en monitoring van de voortgang

Omdat het karakter van de vernieuwde beroepsopleiding meer praktijk- en toepassingsgericht wordt, verandert ook de toetsing. Formele toetsing blijft beperkt tot de onderwijsonderdelen ethiek en de integratieve dagen. Om deze formele toetsmomenten heen vindt monitoring van de voortgang van de stagiaire plaats, door evaluatie- en feedbackmomenten bij opdrachten en oefeningen. De voortgang van de stagiaire wordt vastgelegd.

Hieronder wordt het aantal dagdelen weergegeven voor de verschillend onderdelen van de BA2020. Bij de genoemde dagdelen gaat het om voorbereiding, onderwijs en toetsing.

OnderwijsonderdelenAantal dagdelen uitvoeringsorganisatieAantal dagdelen geaccrediteerde aanbieder(s)
Basistest1[1] 
Ethiek29 
Algemene vaardigheden11 
Kantoorspecifieke vaardigheden1818
Juridisch-inhoudelijke kennis en voorbereiding van integratieve dagen4242
Integratieve dagen (2)4 
Totaal10560

Adviescommissie beroepsopleiding advocaten

De algemene raad beoogt uitdrukkelijk de regie te voeren op de inrichting en aansturing van de beroepsopleiding advocaten, alsmede op de communicatie daaromheen. Het doel is ook om de beroepsopleiding zo nodig aan te passen wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld op grond van nieuwe ontwikkelingen en (tussentijdse) evaluaties. De algemene raad wordt daartoe geadviseerd door een nieuw in het leven geroepen adviescommissie beroepsopleiding advocaten.

De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft als taak de algemene raad te adviseren over de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten, alsmede gevraagd en ongevraagd te adviseren over de beroepsopleiding advocaten zelf. Onder laatstgenoemde taak valt het adviseren over het ‘up to date’ houden van de beroepsopleiding.

De adviescommissie beroepsopleiding advocaten krijgt een brede samenstelling uit de advocatuur (met onder andere de Stichting Jonge Balie Nederland), het onderwijs en de rechterlijke macht en adviseert vanuit een onafhankelijke positie over met name het curriculum en de toekomstbestendigheid en kwaliteit van de beroepsopleiding. Een brede samenstelling biedt de mogelijkheid om op systematische wijze en door afstemming tussen de diverse betrokkenen, de kwaliteit van de beroepsopleiding advocaten op het gewenste niveau te brengen en te houden. Ook kan de inbreng van de aanbieders van de beroepsopleiding worden ‘beoordeeld’ aan de opvattingen vanuit het regulier wetenschappelijk onderwijs.

Overgangsrecht

Het eerste cohort van de vernieuwde beroepsopleiding advocaten zal aanvangen in maart 2021. Voor de stagiaires die uiterlijk in september 2020 de huidige beroepsopleiding advocaten beginnen en nadien zonder onderbreking op het tableau staan ingeschreven, blijven de regels omtrent de bestaande beroepsopleiding advocaten van toepassing (zie artikel 9.2a). Het overgangsrecht heeft eerbiedigende werking. Stagiaires worden in de gelegenheid gesteld de door hen aangevangen beroepsopleiding binnen de reguliere duur af te ronden. Ook op de patroon van een stagiaire voor wie het overgangsrecht geldt, is het oude recht van toepassing.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid om een stagiaire die zonder onderbreking op het tableau staat ingeschreven en op 1 september 2023 het certificaat van de huidige beroepsopleiding advocaten nog niet heeft behaald, alternatieve maatregelen aan te bieden ter afronding van die beroepsopleiding. Met de uitvoeringsorganisatie worden afspraken gemaakt over het vorenstaande. Het opleggen van de alternatieve maatregelen is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De aard van deze maatregelen is afhankelijk van nog niet behaalde toetsen en deelgenomen onderdelen van de opleiding. Als deze alternatieve maatregelen zijn voltooid, ontvangt de stagiaire alsnog het certificaat beroepsopleiding advocaten.

Voor een geaccrediteerde opleidingsinstelling is in artikel 9.2b van de Voda geregeld dat de voor deze instelling geldende bestaande regels, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wijzigingsverordening, blijven gelden voor de resterende duur van de accreditatie.

Op de accreditatie voor de vernieuwde beroepsopleiding is het bepaalde bij of krachtens het nieuwe artikel 3.25 van de Voda van toepassing.

Indien een stagiaire reeds in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding op grond van de huidige beroepsopleiding advocaten, gelden voor hem de huidige regels omtrent het voltooien van de stage. Zo zal deze stagiaire moeten voldoen aan de – in het huidige artikel 3.9 van de Voda vastgestelde – praktijkervaringseisen. Dit volgt uit artikel 9.2a, eerste lid.


[1] De basistest wordt namens de NOvA aangeboden door een gespecialiseerde aanbieder, niet zijnde de uitvoeringsorganisatie.

Artikel 3.14 Indeling beroepsopleiding advocaten

  1. De beroepsopleiding advocaten omvat:
    • een voorportaal, bestaande uit een basistest en eventueel studiebegeleiding;
    • onderwijsonderdelen, bestaande uit:
      1°. ethiek;
      2°. algemene vaardigheden;
      3°. kantoorspecifieke vaardigheden;
      4°. juridisch-inhoudelijke kennis; en
      5°. voorbereiding integratieve dagen.
  2. Een negatieve uitkomst van de basistest in het voorportaal vormt geen belemmering voor het volgen van de onderwijsonderdelen van de beroepsopleiding advocaten.
  3. De beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan.

Artikel 3.14

Aan de algemene raad wordt regelgevende bevoegdheid toegekend voor het maken van een opleidings-en examenreglement. De algemene raad kan voor de uitvoering van deze bevoegdheid gebruik maken van de expertise van de uitvoeringsorganisatie. Het reglement voorzien in een nadere regeling van de inhoud van het onderwijs, zoals de (keuze)vakken die worden aangeboden, de vereiste voorbereiding en de tijd die daarmee gemoeid is, en meer praktische, aan verandering onderhevige zaken, waarvoor regeling op het niveau van een reglement is aangewezen.

In het opleidings- en examenreglement wordt de concrete, praktische uitvoering van de beroepsopleiding beschreven. Waaronder de beoordeling van het huiswerk of de voorbereiding door de stagiaire en het daarmee verbonden toelaten tot het onderwijs of het als absent registreren van een stagiaire. Tevens wordt in het reglement de examencommissie ingesteld, die in stand gehouden wordt door de uitvoeringsorganisatie. De examencommissie krijgt in het reglement taken en bevoegdheden toebedeeld, door middel van delegatie of attributie, die verband houden met het examen. Te denken valt aan het toelaten tot het examen, de vaststelling van de inhoud van toetsen en het vaststellen van het cijfer.

Ook kan de algemene raad aan de examencommissie de bevoegdheid delegeren om het certificaat beroepsopleiding te verstrekken (artikel 3.21). Het behaald hebben van een certificaat beroepsopleiding is een krachtens de Advocatenwet gestelde voorwaarde om zelfstandig het beroep van advocaat te kunnen uitoefenen. Gelet hierop is de examencommissie een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Awb; de commissie is immers met enig openbaar gezag bekleed. 

Artikel 3.15 Curriculum en opleidingsreglement

  1. De algemene raad stelt het curriculum vast. Het curriculum bevat:
    • de inhoud van de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b;
    • nadere regels over de onderwijsonderdelen en de omvang ervan;
    • de eindtermen;
    • nadere invulling van de onderdelen van het examen.
  2. De algemene raad stelt een opleidingsreglement vast met de procedures en rechten en plichten met betrekking tot de beroepsopleiding advocaten.
  3. In het opleidingsreglement kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden betreffende het onderwijs worden toegekend aan onderwijsaanbieders.

Artikel 3.15a Examenreglement

  1. De algemene raad stelt een examenreglement vast over:
    • de inrichting en de organisatie van de basistest en het examen, bedoeld in artikel 3.19;
    • de wijze waarop daaraan kan worden deelgenomen;
    • de wijze waarop de basistest en het examen wordt afgenomen;
    • de wijze waarop en de termijn waarbinnen de uitslag bekend wordt gemaakt alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken;
    • de wijze waarop en de termijn gedurende welke de stagiaire die de basistest of een onderdeel van het examen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk;
    • de mogelijkheid van een herbeoordeling van het examen;
    • de geldigheidsduur van de studieresultaten;
    • de instelling, de samenstelling en de taken van de examencommissie.
  2. De examencommissie heeft in ieder geval tot taak op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een stagiaire voldoet aan de eindtermen en de uit het opleidingsreglement voortvloeiende opleidingsverplichtingen die nodig zijn voor het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 3.21, eerste lid.
  3. De algemene raad kan in het examenreglement bevoegdheden betreffende het examen delegeren of toekennen aan de examencommissie.

Artikel 3.16 Toelating tot beroepsopleiding advocaten

  1. Een stagiaire schrijft zich voor of bij aanvang van de stage bij de uitvoeringsorganisatie in voor de beroepsopleiding advocaten via de Nederlandse orde van advocaten. Indien een stagiaire voorafgaand aan de aanvang van de beroepsopleiding de basistest heeft afgelegd, legt hij bij de inschrijving, doch uiterlijk voor aanvang van de beroepsopleiding hiervan een bewijsstuk over aan de algemene raad. Het bewijsstuk dient bij aanvang van de beroepsopleiding advocaten niet ouder te zijn dan één jaar.
  2. Een stagiaire is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten en wordt in staat gesteld het onderwijs te volgen indien en voor zo lang:
    • hij is ingeschreven op het tableau;
    • de stage voortduurt;
    • het cursus- en examengeld binnen de betalingstermijn is voldaan; en
    • de algemene raad de deelname aan de beroepsopleiding advocaten niet heeft beëindigd wegens fraude.
  3. Een stagiaire die niet meer is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten behoudt zijn toetskansen.
  4. De algemene raad stelt nadere regels vast omtrent het bewijsstuk, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
  5. De algemene raad kan van het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.16

Dit artikel beschrijft de vereisten voor de toegang tot het onderwijs van de beroepsopleiding. In het eerste lid is geregeld dat de stagiaire zich inschrijft bij de uitvoeringsorganisatie. Hiermee komt een civielrechtelijke overeenkomst tot stand. De Nederlandse orde van advocaten fungeert als tussenpersoon, zodat de Nederlandse orde van advocaten direct op de hoogte is welke personen deelnemen aan de beroepsopleiding en deze om administratieve redenen te kunnen volgen. Indien de stagiaire voorafgaand aan de aanvang van de beroepsopleiding de basistest heeft afgelegd, moet de stagiaire bij inschrijving (of in ieder geval voor aanvang van de beroepsopleiding) een bewijsstuk hiervan overleggen. Dit bewijsstuk moet worden overgelegd aan de algemene raad. Het tweede lid regelt een publiekrechtelijke toelating.  

De stagiaire dient zich, in het belang van een efficiënte organisatie, zo snel mogelijk in te schrijven voor de beroepsopleiding. De inschrijving geschiedt door middel van een door de uitvoeringsorganisatie beschikbaar gesteld formulier. Bij de inschrijving zal de stagiaire worden gevraagd een keuze te doen voor de vakinhoudelijke leerlijn (de major), die bestaat uit een van de in artikel 3.15, eerste lid, genoemde hoofdrichtingen. Voor het tweede en derde jaar wordt de stagiaire in de loop van het eerste jaar gevraagd om zijn keuzevakken aan te geven.

Het tweede lid bepaalt de toegangscriteria. Het eerste criterium is dat de stagiaire is ingeschreven op het tableau. Het tweede criterium is dat de stage voortduurt. Als de stagiaire bijvoorbeeld geen patroon meer heeft of de stagiaire is gestopt met de uitoefening van de praktijk, mag hij geen onderwijs meer volgen. Reden hiervoor is dat de vakken en cursussen van de beroepsopleiding voortbouwen op de in de praktijk opgedane kennis. Dit neemt niet weg dat een stagiaire van wie de stage is opgeschort, wel de toetsen moet kunnen afleggen. Dit is nodig om de voortgang in de beroepsopleiding te behouden. Indien de stagiaire niet in staat is om toetsen af te leggen, kan hij een beroep doen op de hardheidsclausule van artikel 3.19, negende lid, om zijn toetskans te behouden. De stagiaire die het verschuldigde onderwijs- en examengeld niet heeft betaald kan eveneens de toelating tot de beroepsopleiding worden ontzegd. Voordat hiertoe wordt overgegaan wordt de stagiaire meerdere malen aangemaand tot betaling met een uitleg over de gevolgen. De stagiaire die fraude pleegt kan eveneens de toegang tot de beroepsopleiding worden ontzegd. Dit is nader geregeld in het examenreglement.

Het derde lid stelt veilig dat een stagiaire voor elk vak in totaal drie toetskansen heeft, ook als hij op grond van dit artikel niet meer toegelaten is tot de beroepsopleiding en om die reden toetsgelegenheden voorbij moet laten gaan. Deze stagiaire verliest daardoor geen toetskansen.

Deze situatie moet worden onderscheiden van die van artikel 3.17. Als de stagiaire is toegelaten tot het onderwijs, maar het onderwijs niet volgt, dan volgt uit artikel 3.17, derde lid, dat de toetskansen in de desbetreffende periode wel verloren gaan.

De stagiaire neemt deel aan alle in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, bedoelde onderdelen van de beroepsopleiding advocaten. In afwijking van het eerste lid neemt de stagiaire, bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, tweede volzin, deel

  1. De stagiaire neemt deel aan alle in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, bedoelde onderdelen van de beroepsopleiding advocaten.
  2. In afwijking van het eerste lid neemt de stagiaire, bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, tweede volzin, deel aan het in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedoelde onderdeel van de beroepsopleiding.
  3. De stagiaire neemt deel aan de eerste cyclus van de beroepsopleiding advocaten die na aanvang van de stage wordt aangeboden.
  4. De stagiaire die niet direct na aanvang van de stage deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, wordt geacht de aangeboden toetsen niet te hebben behaald.
  5. De algemene raad kan van het derde en vierde lid afwijken indien toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.17

De stagiaire is verplicht om deel te nemen aan het onderwijs, tenzij het opleidingsreglement anders bepaalt. Voorts moet de stagiaire zich op de voorgeschreven wijze voorbereiden. Hij heeft dus de voorgeschreven literatuur gelezen en eventuele opdrachten gemaakt.

Het tweede lid bepaalt dat de stagiaire aan het onderwijs van de eerste cyclus deelneemt die volgt op zijn beëdiging of, liever gezegd, op de aanvang van zijn stage. De uitvoeringsorganisatie roostert de stagiaire in voor de lesmomenten en vakken. Voldoet de stagiaire niet aan deze verplichting en kan hij zich niet op een geldige verhindering beroepen, dan wordt hij uitgesloten van de daarbij behorende toets. Hij zal dan het onderwijs, in beginsel een half jaar later, moeten volgen en de daarop volgende toets moeten doen. Haalt de stagiaire die toets niet, dan resteert hem nog één toetskans. Indien de stagiaire het onderwijs volgt bij een geaccrediteerde opleiding, dient hij dat onderwijs evenzeer bij te wonen. De opleidingsinstelling geeft over het gevolgde onderwijs een verklaring af aan de stagiaire.

Artikel 3.18 Vrijstelling deelname onderwijsonderdelen

Vervallen

Artikel 3.19 Examinering

  1. Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal toetsen ten aanzien van de onderwijsonderdelen. De basistest is geen toets als bedoeld in de eerste volzin.
  2. De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het onderwijsonderdeel.
  3. Indien de toets, bedoeld in het tweede lid, niet is behaald neemt de stagiaire deel aan de eerstvolgende gelegenheid die wordt geboden.
  4. De stagiaire kan per onderdeel ten hoogste driemaal een toets afleggen.
  5. Indien de stagiaire geen gebruik maakt van de voor hem geldende gelegenheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt de toets als niet behaald beschouwd.
  6. De algemene raad kan afwijken van het vierde en vijfde lid in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.19

Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden. Dit examen bestaat uit een aantal toetsen ten aanzien van onderwijsonderdelen die met goed gevolg moeten worden behaald. Eerst als de stagiaire alle toetsen heeft behaald, kan het certificaat beroepsopleiding advocaten worden verstrekt.

De stagiaire dient gebruik te maken van de eerste aangeboden gelegenheid tot het afleggen van een toets. Een toets kan ter afsluiting van een onderwijsonderdeel, maar ook in het onderwijsonderdeel worden aangeboden. Uit het vierde lid volgt dat als een toets niet is behaald, twee herkansingen resteren. De stagiaire dient van de eerst aangeboden herkansingsgelegenheid gebruik te maken. Wordt de toets ook dan niet gehaald, dan hoeft de stagiaire een nieuwe herkansingsmogelijkheid niet direct te benutten.

De mogelijkheid voor de algemene raad om bij onbillijkheid van overwegende aard af te wijken van bepaalde regels over de toetsen blijft behouden (zie zesde lid).

Artikel 3.20 Vrijstelling van het examen

Vervallen

Artikel 3.21 Certificaat

  1. De algemene raad verstrekt aan de stagiaire het certificaat beroepsopleiding advocaten.
  2. De algemene raad geeft geen certificaat af dan nadat:
    • de algemene raad heeft vastgesteld dat de stagiaire heeft deelgenomen aan de basistest, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a; en
    • de examencommissie heeft geoordeeld dat de stagiaire alle toetsen als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, met goed gevolg heeft afgelegd; en
    • de onderwijsaanbieder of onderwijsaanbieders hebben verklaard dat de stagiaire aan alle opleidingsverplichtingen heeft voldaan.

Artikel 3.21

Voor het verkrijgen van de stageverklaring op grond van artikel 3.2 is een certificaat beroepsopleiding advocaten vereist. Het certificaat beroepsopleiding wordt op grond van het examenreglement, bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, verstrekt door de examencommissie, en dient als bewijsmiddel dat de stagiaire de opleiding met gunstig gevolg heeft afgelegd. Dat bewijs is tevens relevant in het kader van artikel 8c, derde lid, van de Advocatenwet.

Aangezien de basistest een diagnostisch karakter heeft, heeft de uitslag van de basistest geen invloed op het al dan niet toegang krijgen tot de beroepsopleiding advocaten. Wél is het afgelegd hebben van de basistest een vereiste. Aangezien de basistest geen onderdeel uitmaakt van het door een van de onderwijsaanbieders verzorgd onderwijs, en het ook geen onderdeel is van het ter beoordeling van de examencommissie afgenomen examen, is het aan de algemene raad om vast te stellen dat de advocaat-stagiaire de basistest heeft afgelegd, waarbij bovendien geldt dat het certificaat basistest – gedateerd op de dag van afleggen van de basistest - bij aanvang van de beroepsopleiding niet ouder dan één jaar is.

Artikel 3.22 Terme de grâce

  1. De algemene raad kan een stagiaire die is geschrapt op grond van artikel 8c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet, desgevraagd, binnen twee jaar na de schrapping, nog ten hoogste tweemaal toelaten tot een toets in de nog niet behaalde examenonderdelen voor de onderwijsonderdelen, tenzij daardoor het aantal gelegenheden, bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, wordt overschreden.
  2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts ingewilligd indien:
    • het onderwijs in het onderdeel van de beroepsopleiding advocaten waarop het verzoek ziet, is gevolgd; en
    • de afwijzing naar het oordeel van de algemene raad zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.22

Na schrapping van het tableau omdat het certificaat beroepsopleiding niet tijdig is behaald, kan een (gewezen) stagiaire de algemene raad verzoeken om nog een toets te mogen afleggen. Het maximum aantal toetskansen dat is opgenomen in artikel 3.19, zesde lid, mag niet worden overschreden. Derhalve kan alleen een (gewezen) stagiaire die nog niet drie toetsen in een onderdeel heeft afgelegd, de algemene raad verzoeken hem toe te laten tot de toetsen. De stagiaire zou op die manier alsnog het examen kunnen halen en het certificaat beroepsopleiding kunnen krijgen. Hij moet dan wel het onderwijs hebben gevolgd of daarvoor een vrijstelling hebben gekregen. De stagiaire zal in zijn verzoek de omstandigheden en gronden moeten aanvoeren waarom het certificaat niet tijdig is behaald.

Als deze omstandigheden van zodanige aard zijn dat het onthouden van deze kans onbillijk zou zijn, kan de algemene raad de kans verlenen. De toetskans moet binnen twee jaar na schrapping plaatsvinden. De stagiaire moet het verzoek daartoe ruim daarvoor hebben gedaan

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.