De raad van advies wordt gevraagd om te adviseren over conceptregelgeving, conform artikel 32a, tweede lid, van de Advocatenwet. Het eerste lid van artikel 2.2 bevat een uitbreiding van die adviestaak ten opzichte van de wettelijke taak.
De raad van advies adviseert over de maatschappelijke positionering van de orde als publiekrechtelijk beroepsorganisatie. Hij betrekt daarbij de volgende invalshoeken: de orde als institutie, de positionering ten behoeve van de advocatuur in zijn geheel en de positionering ten behoeve van de individuele advocaat. De raad van advies kan zo een bijdrage leveren aan de maatschappelijke functie en het functioneren van de beroepsorganisatie.
Daarnaast bevat het eerste lid een adviestaak voor de raad van advies betreffende de hoofdpunten van het beleid. De algemene raad legt deze hoofdpunten van het beleid voor aan de raad van advies. Deze hoofdpunten worden op dit moment vastgelegd in een jaarplan voor het komend begrotingsjaar. Het is bepalend voor de weg die orde wil inslaan. De naam van dit document en de tijdshorizon ervan kunnen veranderen. De algemene raad kan ook op andere wijze om advies vragen over de hoofdpunten van beleid. Te denken valt dan aan advisering op basis van een projectplan, een expliciet ten behoeve van het advies opgestelde notitie of een rapport. Het document dat aan de raad van advies wordt voorgelegd kan vergezeld gaan van een begroting.
Ieder advies, uitgebracht door de raad van advies, is op grond van artikel 32a, derde lid, van de Advocatenwet openbaar. Het tweede lid draagt aan de algemene raad op ook de adviesaanvraag en het aan het advies gegeven gevolg openbaar te maken. Het wordt aan de algemene raad overgelaten op welke wijze openbaarmaking plaatsvindt. In de praktijk geschiedt dit door plaatsing op de website van de Nederlandse orde van advocaten en door opneming in het jaarverslag van de NOvA en van de raad van advies.
Algemeen
Artikel 32a, eerste lid, van de Advocatenwet regelt de instelling van de raad van advies. Verder worden in dat artikel het aantal leden, hun incompatibiliteiten (vierde lid) en de taak (tweede lid) van de raad van advies beschreven. Het vijfde lid van artikel 32a van de Advocatenwet biedt een grondslag voor het stellen van nadere regels bij verordening over de samenstelling en inrichting van de raad van advies. Dit lid biedt tevens de mogelijkheid om de adviestaak uit te breiden. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt door in artikel 2.2 de taken van de raad van advies uit te breiden.
De instelling van de raad van advies heeft als doel de externe legitimatie van de regelgeving van de orde te verhogen. Het gezag van de raad van advies is vooral gelegen in de samenstelling en de onderscheiden kwaliteiten van de leden met hun specifieke maatschappelijke ervaring. Daarbij dient de samenstelling van de raad van advies te verzekeren dat effectief invulling wordt gegeven aan de inbreng van derden bij de beroepsuitoefening door de advocatuur. De verordening geeft de raad van advies tevens de taak om vanuit verschillende perspectieven de maatschappelijke positionering en de hoofdlijnen van het beleid van de Nederlandse orde van advocaten te becommentariëren. De hoofdlijnen van het beleid kunnen blijken uit een beleidsplan dat jaarlijks wordt vastgesteld, maar ook uit andere beleidsdocumenten. Door advisering aan de algemene raad kan de raad van advies een waardevolle bijdrage leveren aan de kwaliteit van de besluitvorming en daarmee aan het algemeen belang dat de samenleving heeft bij een goed functionerende advocatuur.
De raad van advies neemt geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Op de adviezen van de raad van advies zijn onder meer de artikelen 3:7 en 3:43 van de Awb van toepassing. Die houden, voor zover hier van belang, in dat de algemene raad de noodzakelijke informatie aan de raad van advies ter beschikking moet stellen en zijn beweegredenen aan de raad van advies moet mededelen als van het advies wordt afgeweken. In deze verordening hoeft dat derhalve niet nogmaals geregeld te worden.