Paragraaf 2.1.1 Raad van advies

Algemeen

Artikel 32a, eerste lid, van de Advocatenwet regelt de instelling van de raad van advies. Verder worden in dat artikel het aantal leden, hun incompatibiliteiten (vierde lid) en de taak (tweede lid) van de raad van advies beschreven. Het vijfde lid van artikel 32a van de Advocatenwet biedt een grondslag voor het stellen van nadere regels bij verordening over de samenstelling en inrichting van de raad van advies. Dit lid biedt tevens de mogelijkheid om de adviestaak uit te breiden. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt door in artikel 2.2 de taken van de raad van advies uit te breiden.

De instelling van de raad van advies heeft als doel de externe legitimatie van de regelgeving van de orde te verhogen. Het gezag van de raad van advies is vooral gelegen in de samenstelling en de onderscheiden kwaliteiten van de leden met hun specifieke maatschappelijke ervaring. Daarbij dient de samenstelling van de raad van advies te verzekeren dat effectief invulling wordt gegeven aan de inbreng van derden bij de beroepsuitoefening door de advocatuur. De verordening geeft de raad van advies tevens de taak om vanuit verschillende perspectieven de maatschappelijke positionering en de hoofdlijnen van het beleid van de Nederlandse orde van advocaten te becommentariëren. De hoofdlijnen van het beleid kunnen blijken uit een beleidsplan dat jaarlijks wordt vastgesteld, maar ook uit andere beleidsdocumenten. Door advisering aan de algemene raad kan de raad van advies een waardevolle bijdrage leveren aan de kwaliteit van de besluitvorming en daarmee aan het algemeen belang dat de samenleving heeft bij een goed functionerende advocatuur.

De raad van advies neemt geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Op de adviezen van de raad van advies zijn onder meer de artikelen 3:7 en 3:43 van de Awb van toepassing. Die houden, voor zover hier van belang, in dat de algemene raad de noodzakelijke informatie aan de raad van advies ter beschikking moet stellen en zijn beweegredenen aan de raad van advies moet mededelen als van het advies wordt afgeweken. In deze verordening hoeft dat derhalve niet nogmaals geregeld te worden. 

Artikel 2.1 Leden raad van advies

  1. De leden van de raad van advies hebben daarin zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie zonder last of ruggespraak uit.
  2. Benoeming vindt plaats op grond van deskundigheid en ervaring die nodig is voor een goede vervulling van de taak van de raad van advies.

De leden worden op persoonlijke titel benoemd en adviseren zonder last of ruggespraak. Dit houdt in dat zij geheel onafhankelijk zijn.

De leden van de raad van advies moeten beschikken over een brede maatschappelijke ervaring en een grote mate van kennis op bepaalde terreinen. Zij dienen in staat te zijn vanuit een algemeen maatschappelijk perspectief gezichtspunten aan te dragen die van wezenlijk belang zijn voor de plaats van de advocatuur in de samenleving. De in het tweede lid bedoelde kennis en ervaring moeten in de raad van advies als geheel voorhanden zijn. Dit betekent dat niet elk afzonderlijk lid daarover behoeft te beschikken.

Artikel 2.2 Taakomschrijving raad van advies

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 32a, tweede lid, van de Advocatenwet heeft de raad van advies tot taak de algemene raad te adviseren over de maatschappelijke positionering van de Nederlandse orde van advocaten en over hoofdpunten van beleid die de algemene raad daartoe aan de raad van advies voorlegt.
  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 32a, derde lid, van de Advocatenwet voorziet de algemene raad in openbaarmaking van de adviesaanvraag, bedoeld in het eerste lid, en het aan het advies gegeven gevolg.

De raad van advies wordt gevraagd om te adviseren over conceptregelgeving, conform artikel 32a, tweede lid, van de Advocatenwet. Het eerste lid van artikel 2.2 bevat een uitbreiding van die adviestaak ten opzichte van de wettelijke taak.

De raad van advies adviseert over de maatschappelijke positionering van de orde als publiekrechtelijk beroepsorganisatie. Hij betrekt daarbij de volgende invalshoeken: de orde als institutie, de positionering ten behoeve van de advocatuur in zijn geheel en de positionering ten behoeve van de individuele advocaat. De raad van advies kan zo een bijdrage leveren aan de maatschappelijke functie en het functioneren van de beroepsorganisatie.

Daarnaast bevat het eerste lid een adviestaak voor de raad van advies betreffende de hoofdpunten van het beleid. De algemene raad legt deze hoofdpunten van het beleid voor aan de raad van advies. Deze hoofdpunten worden op dit moment vastgelegd in een jaarplan voor het komend begrotingsjaar. Het is bepalend voor de weg die orde wil inslaan. De naam van dit document en de tijdshorizon ervan kunnen veranderen. De algemene raad kan ook op andere wijze om advies vragen over de hoofdpunten van beleid. Te denken valt dan aan advisering op basis van een projectplan, een expliciet ten behoeve van het advies opgestelde notitie of een rapport. Het document dat aan de raad van advies wordt voorgelegd kan vergezeld gaan van een begroting.

Ieder advies, uitgebracht door de raad van advies, is op grond van artikel 32a, derde lid, van de Advocatenwet openbaar. Het tweede lid draagt aan de algemene raad op ook de adviesaanvraag en het aan het advies gegeven gevolg openbaar te maken. Het wordt aan de algemene raad overgelaten op welke wijze openbaarmaking plaatsvindt. In de praktijk geschiedt dit door plaatsing op de website van de Nederlandse orde van advocaten en door opneming in het jaarverslag van de NOvA en van de raad van advies. 

Artikel 2.3 Benoeming leden raad van advies

  1. Op voordracht van de algemene raad benoemt het college van afgevaardigden de leden van de raad van advies voor een periode van ten hoogste vier jaar.
  2. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.

Het tweede lid houdt in dat na een eerste termijn van ten hoogste vier jaar aansluitend een herbenoeming voor ten hoogste vier jaar mogelijk is. Dit waarborgt dat regelmatig nieuwe leden worden benoemd. Het artikel sluit niet uit dat iemand verschillende keren wordt benoemd; wel volgt uit het artikel dat de maximale onafgebroken zittingsduur acht jaar bedraagt. 

Artikel 2.4 Werkwijze raad van advies

  1. De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.
  2. De raad van advies stelt zijn eigen werkwijze vast.

De algemene raad kiest uit de leden van de raad van advies een voorzitter. De aanwijzing als voorzitter kan los staan van de benoeming als lid en kan dus op een later moment aanvangen. Het voorzitterschap eindigt als de benoemingstermijn verstrijkt en geen herbenoeming plaatsvindt of herbenoeming niet meer mogelijk is.

De raad van advies kan de eigen werkwijze vaststellen binnen de kaders gesteld in de Advocatenwet en deze verordening. Onder werkwijze wordt onder meer verstaan de vergaderorde, hoe en hoe vaak de vergadering bijeengeroepen wordt en de wijze van totstandkoming van de adviezen.

Dit past bij de gedachte dat de raad van advies autonoom is. Hij kan deze werkwijze desgewenst in een reglement opnemen.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.