Afdeling 6.6 Beroepsaansprakelijkheid
Artikel 6.25 Dekking van verzekering
De in artikel 6.24, eerste lid, bedoelde verzekering:
a. dekt per advocaat of indien van toepassing per samenwerkingsverband ten minste schade tot een bedrag van € 500.000 per aanspraak en tot ten minste twee maal dat bedrag per verzekeringsjaar;
b. dekt mede de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de advocaat voor handelingen en nalatigheden van personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn;
c. dekt de schade voortvloeiend uit alle werkzaamheden die gerekend kunnen worden tot de beroepsuitoefening van de advocaat, daaronder begrepen het optreden als curator in een faillissement, als bewindvoerder in een (voorlopige) surséance van betaling en in andere hoedanigheid waarin de advocaat door de rechter wordt benoemd, dan wel als mediator, bindend adviseur of arbiter;
d. is ten minste van kracht voor gebeurtenissen in de lidstaten van de Europese Unie en landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland;
e. omvat voor een advocaat of een samenwerkingsverband van twee advocaten geen eigen risico hoger dan € 12.500 per aanspraak;
f. omvat voor een samenwerkingsverband van meer dan twee advocaten geen eigen risico per aanspraak hoger dan € 5.000 maal het aantal verzekerde advocaten, met een maximum van € 100.000 per aanspraak.
Artikel 6.26 Beperking aansprakelijkheid
Een advocaat kan schriftelijk met de cliënt overeenkomen dat de beroepsaansprakelijkheid, buiten het bedrag van het eigen risico, wordt beperkt tot het bedrag waarop de verzekering aanspraak op uitkering geeft, indien:
a. de advocaat voldoet aan artikel 6.24;
b. de verzekering voldoet aan artikel 6.25.
Artikel 6.24 Beroepsaansprakelijkheidsverzekering
Artikel 6.24
De advocaat is verplicht adequaat verzekerd te zijn tegen het risico van beroepsaansprakelijkheid. Onder adequaat verzekerd zijn wordt in ieder geval verstaan dat de verzekering voldoende dekking biedt tegen het risico van beroepsaansprakelijkheid gelet op de aard en de omvang van de praktijk van de advocaat. Een advocaat die wordt ingezet door een kantoor waaraan hij niet vast is verbonden, vergewist zich ervan dat hij, ook met betrekking tot de werkzaamheden die hij voor dit kantoor verricht, adequaat is verzekerd. Het doel van deze regel is om het publiek tot op zekere hoogte waarborg te bieden dat iedere advocaat voldoende verhaal biedt in geval van schade door een beroepsfout. Het is dan ook niet mogelijk een ontheffing van de verzekeringsplicht te krijgen.
In het tweede lid is een uitzondering opgenomen van de verzekeringsplicht voor advocaten die de praktijk in dienst uitoefenen en uitsluitend optreden voor hun werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen. In dat geval blijft de verplichting gelden adequaat verzekerd te zijn tegen het risico van beroepsaansprakelijkheid, maar niet voor zover het betreft het risico van de aansprakelijkheid van de advocaat tegenover zijn werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen (zijn ‘cliënt’) voor schade die de advocaat in zijn beroepsuitoefening heeft toegebracht aan zijn werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen. Voorwaarde is dat de werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen de advocaat schriftelijk vrijwaart voor de mogelijke schade als gevolg van beroepsfouten. De advocaat die de praktijk in dienst uitoefent dient zich er van bewust te zijn dat hij verplicht is een adequate verzekering af te sluiten, indien hij naast dit dienstverband (gedeeltelijk) nog op enigerlei wijze de praktijk uitoefent.
Het derde lid ziet op de advocaat in dienst van de Staat. Onder Staat wordt uitsluitend de rijksoverheid verstaan en niet lagere overheden of zelfstandige bestuursorganen. Voor advocaten in dienst van provincies, gemeenten of andere overheidsorganen geldt onverkort het bepaalde in het eerste lid. Voor advocaten in dienst van de Staat wordt een uitzondering gemaakt, omdat de Staat in de regel geen verzekeringen afsluit. Ook hier geldt de voorwaarde dat de Staat de advocaat schriftelijk te kennen heeft gegeven hem niet aansprakelijk te zullen houden. Ook deze advocaat in dienst van de Staat dient zich er van bewust te zijn dat hij verplicht is een adequate verzekering af te sluiten, indien hij naast dit dienstverband (gedeeltelijk) nog op enigerlei wijze de praktijk uitoefent.