Paragraaf 2.1.6 Overige adviescommissies

Naast de commissie civiele cassatie en de adviescommissie regelgeving kan de algemene raad andere adviescommissies instellen. Deze overige adviescommissies adviseren de algemene raad over beleidsvraagstukken en wetsvoorstellen op een specifiek juridisch terrein. De adviezen zien in de regel niet op de regelgeving afkomstig van de Nederlandse orde van advocaten maar op regelgeving van de centrale overheid, die raakt aan de praktijkuitoefening van de advocaten.

Met de adviezen is de algemene raad in staat om belanghebbenden, zoals de diverse ministeries, te informeren over de gevolgen van regelgevingsvoorstellen voor de advocatuur, rechtzoekenden en de rechtspleging.

De adviescommissies zijn adviseur in de zin van artikel 3:5 van de Awb indien ze adviseren over voorgenomen besluiten van de algemene raad. 

De in paragraaf 2.1.6 van de verordening bedoelde adviescommissies dienen te worden onderscheiden van commissies en werkgroepen die de algemene raad op grond van het Bestuursreglement algemene raad kan instellen. Dergelijke commissie en werkgroepen dienen ter voorbereiding van besluitvorming door de algemene raad en/of ter advisering aan de algemene raad over aangelegenheden die verband houden met de taken van de Nederlandse orde van advocaten. Advisering door een dergelijke commissie of werkgroep is vertrouwelijk, tenzij en voor zover de algemene raad besluit tot openbaarmaking of bij of krachtens wettelijk voorschrift openbaarmaking verplicht is (artikel 7, derde lid, van het Bestuursreglement algemene raad).

Artikel 2.20 Leden overige adviescommissies

De algemene raad kan voor een rechtsgebied of beleidsterrein een adviescommissie instellen die uit ten minste drie leden bestaat.

De algemene raad kan besluiten een adviescommissie in te stellen. Een dergelijk instellingsbesluit is een besluit in de zin van de Awb. Spiegelbeeldig daaraan kan de algemene raad ook besluiten een eerder ingestelde commissie op te heffen bijvoorbeeld als er aan het functioneren van de commissie geen behoefte meer bestaat. Het instellingsbesluit kan bepalen dat een adviescommissie voor bepaalde tijd of een concrete taak is ingesteld.

De algemene raad kan ook een commissie instellen in samenwerking met andere, externe organisaties, waarin niet-advocaten (mede) zitting hebben. De algemene raad kan een deel van de leden door deze andere organisaties laten benoemen. 

Artikel 2.21 Taakomschrijving overige adviescommissies

Een adviescommissie heeft tot taak de algemene raad gevraagd of ongevraagd te adviseren over voorstellen voor wet- en regelgeving of beleidsvraagstukken die van belang zijn voor de advocatuur en de rechtzoekende in het algemeen.

De adviescommissies krijgen bij hun instelling de opdracht te adviseren over het specifieke beleidsterrein waarin zij zijn geverseerd. 

Artikel 2.22 Benoeming leden overige adviescommissies

  1. De algemene raad benoemt de leden voor een periode van ten hoogste vier jaar.
  2. Een lid kan tweemaal worden herbenoemd.

De leden van de adviescommissies worden door de algemene raad benoemd.

De benoeming is voor een periode van ten hoogste vier jaar, en de leden kunnen tweemaal worden herbenoemd. Om vernieuwing te bewerkstelligen, is het in de ogen van de algemene raad noodzakelijk om het aantal benoemingstermijnen te maximeren. Na ten hoogste twaalf jaar wordt daarom een lid van een adviescommissie vervangen. De algemene raad kan besluiten een lid niet opnieuw te herbenoemen. Hij kan de ontstane vacature vervullen door benoeming van een nieuw lid. 

Artikel 2.23 Werkwijze overige adviescommissies

  1. De adviescommissie kiest uit de leden een voorzitter.
  2. De adviescommissie stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.

De leden van een adviescommissie kiezen zelf uit hun midden een voorzitter. De voorzitter is tevens lid van de adviescommissie. De verkiezing als voorzitter kan los staan van de benoeming als lid en kan dus op een later moment aanvangen. Het voorzitterschap eindigt als de benoemingstermijn verstrijkt en geen herbenoeming plaatsvindt of herbenoeming niet meer mogelijk is, of indien de leden een andere voorzitter kiezen.

Een adviescommissie kan haar eigen werkwijze vaststellen, in overleg met de algemene raad. Onder werkwijze wordt onder meer verstaan de vergaderorde, hoe en hoe vaak de vergadering bijeengeroepen wordt en de wijze van totstandkoming van de adviezen. De algemene raad wil het overleg over de werkwijze voeren met het oog op de bruikbaarheid van de adviezen. Bij het vaststellen van de werkwijze neemt een adviescommissie het instellingsbesluit en deze verordening in acht.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.