Paragraaf 2.2.1 Bijdragen aan de Nederlandse orde van advocaten
Artikel 2.26 Verschuldigdheid financiële bijdrage
- De advocaat die op 1 januari van enig jaar op het tableau staat ingeschreven, is voor dat jaar de financiële bijdrage ten volle verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet.
- De advocaat die in het eerste kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar de financiële bijdrage ten volle verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet.
- De advocaat die in het tweede kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar 75% van de financiële bijdrage verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet.
- De advocaat die in het derde kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar 50% van de financiële bijdrage verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet.
- De advocaat die in het vierde kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar 25% van de financiële bijdrage verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet.
- Aan de advocaat wordt in een kalenderjaar in totaal niet meer dan de eerst verschuldigde financiële bijdrage van het betreffende kalenderjaar in rekening gebracht.
- Met inachtneming van artikel 2.27, tweede lid, aanhef en onderdeel b, brengt de algemene raad de financiële bijdrage, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, bij de advocaat in rekening.
- Met inachtneming van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Advocatenwet brengt de raad van de orde de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet bij de advocaat in rekening.
Artikel 2.27 Voorstel hoogte financiële bijdrage
De algemene raad doet het college van afgevaardigden jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de financiële bijdrage, die kan verschillen naar gelang van:
a. de hoogte van het door de Belastingdienst geregistreerde inkomen van de advocaat in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de financiële bijdrage verschuldigd is;
b. de duur of voorwaardelijkheid van de inschrijving van de advocaat op 1 januari van dat jaar.
De algemene raad kan regels stellen over:
a. de wijze van berekening van en de bewijsmiddelen voor het door de Belastingdienst geregistreerde inkomen;
b. de indeling in categorieën, afhankelijk van de hoogte van het door de Belastingdienst geregistreerde inkomen, de duur of de voorwaardelijkheid van de inschrijving.
Op grond van artikel 32 van de Advocatenwet stelt het college van afgevaardigden jaarlijks het bedrag vast dat advocaten moeten bijdragen ter dekking van de door de orde te maken kosten. In deze paragraaf wordt geregeld op welke wijze de hoogte van de bijdrage wordt bepaald en op welk tijdstip de advocaat de financiële bijdrage is verschuldigd. Deze paragraaf heeft artikel 28 van de Advocatenwet als grondslag.
De algemene raad is belast met de facturering van de hoofdelijke omslag. . Omdat de algemene raad een bestuursorgaan in de zin van de Awb is en de verschuldigdheid van de financiële bijdrage uit een wettelijk voorschrift voortvloeit, is op de verplichting tot betaling titel 4.4. van de Awb (geldschulden) van toepassing.