Artikel 5.7
Dit artikel beschrijft de eisen waaraan de statuten van praktijkrechtspersonen en houdsterrechtspersonen moeten voldoen. De eerste twee leden zijn algemeen van aard. Het derde tot en met vijfde lid ziet op specifieke rechtsvormen.
Een praktijkrechtspersoon kan vele vormen aannemen, zoals een BV, NV, coöperatie, stichting, vereniging of buitenlandse rechtspersoon (bijvoorbeeld de LLP naar het recht van Engeland, Wales of Polen). De bepalingen van het eerste lid zien op al deze vormen. Onderdelen a en b van het eerste lid zien op de statutaire doelomschrijving.
Het beheer van het vermogen kan vormgegeven worden door deelnemingen in andere ondernemingen. Hierbij is het van belang dat de deelneming niet de onafhankelijke beroepsuitoefening van de advocaat in gevaar kan brengen (artikel 5.1). Dat houdt in dat deelnemen in (een onderneming van) een cliënt of een tegenpartij van de cliënt in ieder geval is uitgesloten.
Binnen een houdster-rechtspersoon wordt de praktijk niet uitgeoefend, en daarom hoeft niet in de statuten opgenomen te worden dat het doel beperkt is tot het uitoefenen van de rechtspraktijk. Met dit onderscheid is onder meer beoogd dat op den duur duidelijker uit het handelsregister blijkt welke ‘kantoren’ en praktijkrechtspersonen er zijn. Met het oog daarop kan de statutaire doelomschrijving van een zuivere houdster-rechtspersoon beperkter zijn dan die van een praktijkrechtspersoon. Dit is beschreven in het tweede lid van dit artikel.
De bepalingen in het derde lid gelden voor BV's en NV's. Deze rechtspersonen mogen uitsluitend aandelen op naam uitgeven. Dit is gedaan om ervoor te zorgen dat de zeggenschap en het stemrecht, verbonden aan het aandeel, behouden blijft bij de personen die voldoen aan de eisen van artikel 5.8. Ook de economische gerechtigdheid tot bijv. winstuitkering is beperkt tot een specifieke groep personen. Daarom is ook uitsluitend het uitgeven van certificaten op naam toegestaan (zie eveneens artikel 5.8). Het opnemen van deze bepaling in de statuten biedt een waarborg tegen het overtreden van deze regel.
De bepalingen maken een onderscheid tussen rechtspersonen met in aandelen verdeeld kapitaal, zoals de BV en de NV genoemd in het derde lid, en rechtspersonen zonder aandelen. Van die laatste categorie wordt specifiek de coöperatie genoemd in het vierde lid. Voor coöperaties geldt dat er geen aandelen of aandeelhouders zijn, maar dat leden de zeggenschap hebben. In het vierde lid is daarom opgenomen dat waar in het eerste en tweede lid van aandeelhouders wordt gesproken, dit bij een coöperatie gelezen moet worden als leden.
Een buitenlandse rechtspersoon heeft niet noodzakelijkerwijs statuten waarin bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van bijvoorbeeld bestuurders of aandelenbezit. Deze rechtspersoon heeft dan wel een andere overeenkomst waarin afspraken zijn gemaakt ten aanzien van het doel en de wijze van samenwerking. Deze andere overeenkomsten zullen op grond van het vijfde lid moeten voldoen aan de bepalingen van het eerste en tweede lid.
Artikel 5.7 Oprichten van praktijkrechtspersoon
De statuten van een praktijkrechtspersoon voldoen aan de volgende eisen:
a. het doel van de rechtspersoon is beperkt tot het uitoefenen van de rechtspraktijk, het deelnemen in en het voeren van het beheer over een praktijkrechtspersoon, het beleggen van haar vermogen en het vermogen van in de groep verbonden praktijkrechtspersonen, en het verrichten van handelingen die met het vorenstaande verband houden;
b. de doelomschrijving behelst dat de uitoefening van de rechtspraktijk geschiedt met inachtneming van alle op het beroep toepasselijke regelgeving;
c. de statuten bepalen dat de meerderheid van de bestuurders, de voorzitter en, voor zover van toepassing, alle directe of indirecte aandeelhouders advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep zijn die de praktijk binnen de praktijkrechtspersoon uitoefenen, of houdster-rechtspersoon zijn die voldoet aan het tweede lid;
d. De statuten van een praktijkrechtspersoon kunnen voorzien in de mogelijkheid, bedoeld in artikel 5.8, derde lid.
De statuten van een houdster-rechtspersoon voldoen aan de volgende eisen:
a. het doel van de rechtspersoon is beperkt tot het deelnemen in en voeren van het beheer over een praktijkrechtspersoon, het beleggen van haar vermogen en het vermogen van in de groep verbonden praktijkrechtspersonen, en het verrichten van handelingen die met het vorenstaande verband houden;
b. de statuten bepalen dat alle bestuurders en voor zover van toepassing alle directe of indirecte aandeelhouders advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep zijn die de praktijk binnen een praktijkrechtspersoon uitoefenen waarvan de houdster-rechtspersoon direct of indirect aandelen houdt of een houdster-rechtspersoon zijn die al dan niet aandelen houdt waarvoor certificaten zonder vergaderrechten zijn uitgegeven.
Artikel 5.7
Dit artikel beschrijft de eisen waaraan de statuten van praktijkrechtspersonen en houdsterrechtspersonen moeten voldoen. De eerste twee leden zijn algemeen van aard. Het derde tot en met vijfde lid ziet op specifieke rechtsvormen.
Een praktijkrechtspersoon kan vele vormen aannemen, zoals een BV, NV, coöperatie, stichting, vereniging of buitenlandse rechtspersoon (bijvoorbeeld de LLP naar het recht van Engeland, Wales of Polen). De bepalingen van het eerste lid zien op al deze vormen. Onderdelen a en b van het eerste lid zien op de statutaire doelomschrijving.
Het beheer van het vermogen kan vormgegeven worden door deelnemingen in andere ondernemingen. Hierbij is het van belang dat de deelneming niet de onafhankelijke beroepsuitoefening van de advocaat in gevaar kan brengen (artikel 5.1). Dat houdt in dat deelnemen in (een onderneming van) een cliënt of een tegenpartij van de cliënt in ieder geval is uitgesloten.
Binnen een houdster-rechtspersoon wordt de praktijk niet uitgeoefend, en daarom hoeft niet in de statuten opgenomen te worden dat het doel beperkt is tot het uitoefenen van de rechtspraktijk. Met dit onderscheid is onder meer beoogd dat op den duur duidelijker uit het handelsregister blijkt welke ‘kantoren’ en praktijkrechtspersonen er zijn. Met het oog daarop kan de statutaire doelomschrijving van een zuivere houdster-rechtspersoon beperkter zijn dan die van een praktijkrechtspersoon. Dit is beschreven in het tweede lid van dit artikel.
De bepalingen in het derde lid gelden voor BV's en NV's. Deze rechtspersonen mogen uitsluitend aandelen op naam uitgeven. Dit is gedaan om ervoor te zorgen dat de zeggenschap en het stemrecht, verbonden aan het aandeel, behouden blijft bij de personen die voldoen aan de eisen van artikel 5.8. Ook de economische gerechtigdheid tot bijv. winstuitkering is beperkt tot een specifieke groep personen. Daarom is ook uitsluitend het uitgeven van certificaten op naam toegestaan (zie eveneens artikel 5.8). Het opnemen van deze bepaling in de statuten biedt een waarborg tegen het overtreden van deze regel.
De bepalingen maken een onderscheid tussen rechtspersonen met in aandelen verdeeld kapitaal, zoals de BV en de NV genoemd in het derde lid, en rechtspersonen zonder aandelen. Van die laatste categorie wordt specifiek de coöperatie genoemd in het vierde lid. Voor coöperaties geldt dat er geen aandelen of aandeelhouders zijn, maar dat leden de zeggenschap hebben. In het vierde lid is daarom opgenomen dat waar in het eerste en tweede lid van aandeelhouders wordt gesproken, dit bij een coöperatie gelezen moet worden als leden.
Een buitenlandse rechtspersoon heeft niet noodzakelijkerwijs statuten waarin bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van bijvoorbeeld bestuurders of aandelenbezit. Deze rechtspersoon heeft dan wel een andere overeenkomst waarin afspraken zijn gemaakt ten aanzien van het doel en de wijze van samenwerking. Deze andere overeenkomsten zullen op grond van het vijfde lid moeten voldoen aan de bepalingen van het eerste en tweede lid.