Afdeling 6.7 Betalingen aan en door advocaat

Artikel 6.27 Betalingen aan en door advocaat

  1. De advocaat verricht of aanvaardt in het kader van zijn praktijkuitoefening betalingen slechts giraal behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid.
  2. De advocaat kan betalingen in het kader van zijn praktijkuitoefening alleen dan in contanten verrichten of aanvaarden, indien er feiten of omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen en met inachtneming van het bepaalde in het derde lid.
  3. Indien de advocaat in een zaak of in een periode van ten hoogste een jaar ten behoeve van dezelfde cliënt een of meer contante betalingen zal verrichten of aanvaarden met een gezamenlijke waarde van € 5.000 of meer, overlegt de advocaat hierover voorafgaand aan die verrichting of aanvaarding met de deken. Indien dit voorafgaand overleg redelijkerwijs niet mogelijk is, vindt dit overleg plaats onverwijld na de verrichting of aanvaarding van die betaling.

Artikel 6.27

Uitgangspunt bij het betalingsverkeer van de advocaat is dat geldbewegingen giraal plaatsvinden. Contant betalingsverkeer dient zoveel mogelijk te worden vermeden. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat advocaten betrokken raken bij criminele handelingen.

Het tweede lid creëert een uitzondering op het genoemde uitgangspunt, namelijk dat de advocaat in het kader van zijn praktijkuitoefening contante betalingen mag verrichten of aanvaarden indien er feiten of omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. Een volledige beperking van het contante betalingsverkeer is onwenselijk en onmogelijk. In het kader van de praktijkuitoefening moet de advocaat in bepaalde gevallen contante bedragen kunnen ontvangen. Wel moeten er feiten of omstandigheden zijn die de contante bedragen rechtvaardigen, ook wanneer deze minder bedragen dan € 5.000,–. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de eigen bijdrage in het kader van een toevoeging, de betaling van griffierecht of aan het geval dat de cliënt bijvoorbeeld geen bankrekening kan krijgen of dat de bank de rekening van de cliënt heeft geblokkeerd.

In het kader van artikel 6.27 wordt nog opgemerkt dat het de advocaat vrij staat om voor zijn bemoeiingen ter zake van noodzakelijke rechtsbijstand een honorarium of een voorschot daarop te ontvangen indien de daaraan ten grondslag liggende declaratie redelijk is en de betaling geheel giraal geschiedt. In het kader van een behoorlijke rechtspleging moet een ieder zich kunnen laten bijstaan door een advocaat. Dit maatschappelijk belang wordt illusoir wanneer geen advocaat bereid is een rechtzoekende gehonoreerd bij te staan, indien hij zich daardoor blootstelt aan eventuele vervolging wegens heling. Dit risico ontstaat wanneer een advocaat in het kader van een betamelijke dienstverlening op de hoogte raakt van gegevens over de mogelijke herkomst van gelden waarmee hij wordt gehonoreerd. Indien het in het kader van een behoorlijke rechtspleging noodzakelijk is dat aan een rechtzoekende bijstand wordt verleend, brengt het algemeen belang met zich mee dat een advocaat zonder vrees voor vervolging de bijstand op basis van een betamelijke honorering moet kunnen verlenen. Het maatschappelijk belang dat een ieder zich in het kader van een behoorlijke rechtspleging adequaat moet kunnen laten bijstaan door een deskundig advocaat mag echter niet worden misbruikt om door middel van overmatige honorering mee te delen in criminele gelden.

Het derde lid van artikel 6.27 verplicht de advocaat om te overleggen met de deken bij het verrichten of aanvaarden van contante betalingen van bedragen van € 5.000 of meer in een zaak of in een periode van ten hoogste een jaar ten behoeve van dezelfde cliënt. De advocaat dient zich ervan bewust te zijn, dat vele kleine betalingen een grote betaling maken, zodat het grensbedrag van € 5.000 geldt voor al het betalingsverkeer in een zaak tezamen of ten behoeve van een cliënt in een periode van ten hoogste een jaar.

Het overleg met de deken dient plaats te vinden voordat de contante betaling wordt verricht of aanvaard, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. In dat geval dient het overleg zo snel mogelijk na de betaling plaats te vinden. Het overleg met de deken is bedoeld om de advocaat bewust te maken van de risico’s van het verrichten of aanvaarden contante betalingen in het kader van de voorkoming van betrokkenheid bij criminele handelingen. Het overleg creëert de mogelijkheid voor de advocaat nogmaals te onderzoeken welke feiten en omstandigheden er zijn die een contante betaling rechtvaardigen en dit te toetsen bij de deken. Dit betekent niet dat de deken toestemming geeft voor een contante betaling of deze juist verbiedt. De deken kan de advocaat adviseren hoe onder de specifieke omstandigheden om kan worden gegaan met de contante betaling. Het staat de advocaat vrij dit advies op te volgen. Echter als de deken van mening is dat een contante betaling niet gerechtvaardigd is, en deze betaling wordt na overleg toch gedaan, dan kan de deken een onderzoek starten en op grond van artikel 46f van de Advocatenwet een klacht indienen bij de tuchtrechter.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.