Paragraaf 6.3.3 Opgave geheimhoudernummers

Artikel 6.10 Opgave geheimhoudernummers

  1. De advocaat doet aan de secretaris van de algemene raad opgave van zijn geheimhoudernummers en van die van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht.
  2. De algemene raad stelt nadere regels over de nummers die de advocaat opgeeft afhankelijk van soort praktijk, soorten geheimhouders of samenwerkingsvormen.
  3. De advocaat geeft onverwijld alle wijzigingen betreffende een of meer van zijn geheimhoudernummers door aan de secretaris van de algemene raad.

Artikel 6.10

Het eerste lid van dit artikel beschrijft in algemene termen welke telefoon- en faxnummers de advocaat moet opgeven aan de Nederlandse orde van advocaten ten behoeve van de systemen van nummerherkenning van de nationale politie, de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD/MIVD)*. De Nederlandse orde van advocaten geeft de nummers door aan de nationale politie, DJI en de AIVD/MIVD. De uitwerking ervan vindt plaats bij lagere regelgeving in verband met het gedetailleerde karakter. In de lagere regelgeving kan ook rekening worden gehouden met de verschillende technische eigenschappen van systemen van o.a. telefooncentrales en bundelnummers. Als een advocaat over een geheimhoudernummer beschikt en het nummer voldoet aan de voorwaarden gesteld in de lagere regelgeving, dan is de advocaat verplicht dat nummer op te geven. De verplichte opgave is essentieel voor het functioneren van het systeem van nummerherkenning van de politie, dat van DJI en de AIVD/MIVD*, en de mate waarin partijen op het functioneren kunnen en mogen vertrouwen.

Als de advocaat niet over een bepaald nummer beschikt, dan kan de advocaat het niet opgeven, en als een bepaald nummer niet voldoet aan de voorwaarden, dan mag de advocaat het niet opgeven. Dit geldt bijvoorbeeld voor het doorkiesnummer van een faxapparaat dat door anderen wordt gebruikt dan de advocaat, andere geheimhouders of personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht. Dat doorkiesnummer mag de advocaat dan niet opgeven.

Een advocaat mag dus geen telefoon- of faxnummers opgeven van personen die niet in de regelgeving zijn genoemd, zoals personen die geen advocaat zijn of niet een van een advocaat afgeleid verschoningsrecht hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om de kantinemedewerker of om notarissen. Die laatsten hebben weliswaar een eigen verschoningsrecht, maar hun doorkiesnummers mogen niet worden opgegeven. Zij vallen niet onder het systeem van nummerherkenning.

Het tweede lid van dat artikel bevat een grondslag voor lagere regelgeving die nader invult welke nummers een advocaat moet opgeven. Het opgeven of niet opgeven van nummers in strijd met deze regelgeving is tuchtrechtelijk laakbaar. Het systeem van nummerherkenning kan alleen goed functioneren als de advocaat zorgt dat hij zijn geheimhoudernummers bij de Nederlandse orde van advocaten aanlevert en actueel houdt.

 

*Dit systeem is nog niet ingevoerd, de verwachte invoeringsdatum is in de loop van 2023.

Artikel 6.11 Zorgplicht geheimhoudernummers

  1. Een advocaat maakt gebruik van een ingevolge artikel 6.10 opgegeven geheimhoudernummer voor de vertrouwelijke communicatie, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
  2. De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht gebruik maakt van een ingevolge artikel 6.10 opgegeven geheimhoudernummer voor diens vertrouwelijke communicatie.
  3. De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon zonder verschoningsrecht of zonder een van hem afgeleid verschoningsrecht geen gebruik maakt van zijn geheimhoudernummer.
  4. De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer niet laat gebruiken door een persoon zonder verschoningsrecht.

Artikel 6.11

Artikel 6.11 legt een zorgplicht op aan de advocaat. Het artikel schrijft voor dat de advocaat voor zijn vertrouwelijke communicatie in beginsel gebruik maakt van de opgegeven nummers. Personen zonder geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht mogen van de opgegeven nummers geen gebruik maken. 

Artikel 6.12 Misbruik of verlies opgegeven geheimhoudernummers

  1. De advocaat die zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer laat gebruiken of heeft laten gebruiken onder dwang meldt dat zo spoedig mogelijk aan de secretaris van de algemene raad.
  2. Bij verlies of diefstal van een mobiele telefoon met geheimhoudernummer laat de advocaat het nummer zo spoedig mogelijk blokkeren en meldt hij dit zo snel mogelijk aan de secretaris van de algemene raad.
  3. De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht die zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer laat gebruiken of heeft laten gebruiken onder dwang of doordat het toestel niet meer in zijn macht is door verlies of diefstal, dat zo spoedig mogelijk aan hem meldt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6.12

Misbruik van de geheimhoudernummers moet worden voorkomen. De advocaat heeft daarom tot taak om, indien er misbruik is geweest van de door hem opgegeven nummers, dat misbruik te melden bij de secretaris van de algemene raad. Tevens moet hij bij verlies of diefstal van een telefoon het nummer laten blokkeren, opdat het misbruik niet lang kan voortduren. De algemeen secretaris kan dan doorgeven aan de opsporingsinstanties of en zo ja, vanaf welk moment het nummer niet langer te beschouwen is als een geheimhoudersnummer.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.