Artikel 7.4
De advocaat mag zich niet misleidend presenteren over de wijze van praktijkuitoefening (eerste lid). Dat ziet onder meer op naamgeving van zijn kantoor. Een overtreding van de Handelsnaamwet zal dan ook een overtreding van dit artikel inhouden. Op grond daarvan kan de deken tuchtrechtelijk handhaven. Het is voor een advocaat die de praktijk zelfstandig uitoefent niet toegestaan om in zijn handelsnaam “[X] advocaten” te gebruiken, omdat hiermee de indruk wordt gewekt dat er meer advocaten werkzaam zijn. Wel is toegestaan om de (handels)naam “[X] advocatuur” of “[X] advocatenkantoor” te gebruiken.
Het is toegestaan dat meerdere advocaten, al dan niet met andere beroepsbeoefenaren, onder een gemeenschappelijke naam naar buiten optreden (zie artikel 5.5), zonder dat er sprake hoeft te zijn van een samenwerkingsverband. Deze vrijheid om zich naar buiten te afficheren wordt beperkt door het eerste lid; er mag geen onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken worden gegeven. Bij de presentatie van een kantoor op de website van advocatennetwerken, moet de advocaat vooral alert zijn op misleiding. Een derde partij kan beheer voeren over de website en aanverwante faciliteiten. De informatie op de website kan een indruk wekken dat bijvoorbeeld meerdere advocaten een kantoor vormen, terwijl dat niet het geval is. Ook kan ten onrechte de indruk gewekt worden dat de telefonistes of andere medewerkers van deze derde werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid en aansturing van de advocaat, terwijl dat niet het geval is.
Het is de verantwoordelijkheid van de advocaat om een juiste voorstelling van zaken te geven.
Er zijn kantoren die voor bepaalde zaken een advocaat inzetten die niet vast aan het kantoor verbonden is. De betreffende advocaat heeft zelf een eenmanskantoor of is verbonden aan een ander kantoor. Het inlenende kantoor mag op de website, of in andere uitingen, geen onduidelijkheid laten bestaan over de wijze waarop deze advocaat aan het kantoor verbonden is. Ten onrechte kan de indruk worden gewekt dat sprake is van een vast dienstverband, doordat de advocaat op de website tussen de medewerkers van het betreffende kantoor is geplaatst (bijvoorbeeld onder “onze mensen”), of door bijvoorbeeld de vermelding van een eigen kantoormailadres en doorkiesnummer en het noemen van een secretaresse. In die gevallen is sprake van onvoldoende transparantie en wordt in strijd gehandeld met de norm zoals neergelegd in het eerste lid. Het is uiteraard toegestaan de advocaat op de website van het kantoor, het briefpapier of in andere uitingen te vermelden, mits de positie van deze advocaat voldoende wordt onderscheiden van andere (vaste) medewerkers, bijvoorbeeld door middel van een aparte pagina op de website. Een advocaat die regelmatig wordt ingezet door een kantoor waaraan hij niet vast verbonden is, vermeldt dit op zijn eigen website.
Het eerste en tweede lid hebben de functie om de (potentiële) cliënten en eventuele wederpartij te informeren over de praktijk van de advocaat. In het tweede lid zijn aspecten opgenomen die de advocaat bekend moet maken, bovenop zijn verplichtingen op grond van artikel 6:230b tot en met 6:230e van het BW. Hij kan aan de in dit lid genoemde verplichting invulling geven door op zijn website de voorgeschreven informatie te verstrekken. De openbaarmaking vindt bij voorkeur plaats op de website van het advocatenkantoor. Deze verplichting is bedoeld om de cliënt en de potentiële cliënt in staat te stellen een afweging te maken bij de keuze van een advocaat.
De openbaar te maken gegevens onder a moeten duidelijkheid verschaffen over wie de contractspartij is. Op de website zou bijvoorbeeld opgenomen kunnen worden:
"De opdracht wordt aangegaan met advocatenkantoor X N.V." of "Advocaat mr. Y gaat de overeenkomst aan op persoonlijke titel.".
Op grond van onderdeel b moet de advocaat duidelijk maken hoe het kantoor georganiseerd is. Op de website van het kantoor zou kunnen komen te staan:
“Advocatenkantoor X is de handelsnaam van de advocaten mrs. A, B en C, gevestigd aan [adres]. De advocaten hebben een maatschap waarin enkele kosten gedeeld worden, maar sluiten zelfstandig de overeenkomst met de cliënt en behandelen zaken zelfstandig door middel van hun eigen BV.” of
“ ABC advocaten bestaat uit een maatschap van A advocaten BV, B advocaten en mr. C.
A advocaten is een BV waarin de advocaten mrs. A, D en E werkzaam zijn. A advocaten contracteert als rechtspersoon en treedt naar buiten op onder de handelsnaam ABC advocaten.
B advocaten is een maatschap met de advocaten mrs. B, F en G en is een samenwerkingsverband in de zin van de Verordening op de advocatuur. De maatschap contracteert en de advocaten treden naar buiten op onder de handelsnaam ABC advocaten.
Mr. C is een zelfstandig optredende advocaat en contracteert op persoonlijke titel. Mr. C deelt de faciliteiten van het kantoor en maakt ook gebruik van de handelsnaam ABC advocaten.”
Onderdeel c is allereerst bedoeld om inzichtelijk te maken wie toegang zou kunnen hebben tot de dossiers. Op grond van gedragsregel 7 zal ook de waarnemende advocaat moeten controleren of er geen sprake is van tegenstrijdige belangen. Gedragsregel 7, lid 4 en verder, ziet op tegenstrijdige belangen tussen de advocaat en zijn kantoorgenoten of leden in het samenwerkingsverband. Omdat de gedragsregel daarvoor al een voorziening heeft getroffen, bevat onderdeel c een uitsluiting daarvoor. Als de vervanging en waarneming binnen het kantoor of samenwerkingsverband geregeld is, behoeft dat niet expliciet te worden toegelicht. Voor grotere kantoren is het waarschijnlijker dat op deze wijze voorzien wordt in vervanging en waarneming.
Het is in het kader van transparantie en goede dienstverlening daarnaast nuttig om aan te geven welke advocaten bij de behandeling van de zaak zullen worden betrokken; op grond van artikel 7.5 moet dat bij de opdrachtbevestiging ook aangegeven worden. Omdat het waarschijnlijk niet mogelijk is om vooraf voor alle gevallen aan te geven wie als achtervang of waarnemer zal optreden, is het voldoende als de informatie aangeeft wie of welk kantoor in beginsel wordt ingeschakeld. Het is mogelijk er van af te wijken. De website kan in dat geval desgewenst de opmerking bevatten dat afgeweken kan worden van beschreven wijze van vervanging of waarneming indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Met onderdeel d wordt het advocatenkantoor verplicht om aan te geven hoe de advocaat verzekerd is voor beroepsaansprakelijkheid. Het is daartoe niet nodig de naam of namen van de verzekeraar te publiceren. In het algemeen kan volstaan worden met een korte beschrijving van de partij die verzekerd is (de individuele advocaat, zijn kantoor, het samenwerkingsverband of de rechtspersoon) en of de aansprakelijkheid is beperkt. Indien het kantoor een advocaat inzet die niet vast aan het kantoor verbonden is, moet duidelijk zijn op welke wijze hij verzekerd is ter zake van het risico van de beroepsaansprakelijkheid met betrekking tot de werkzaamheden die hij voor het inlenende kantoor verricht.
Op grond van onderdeel e zal de advocaat zijn kantoorklachtenregeling, bedoeld in artikel 6.28, openbaar moeten maken. Ook hier geldt dat, indien een kantoor een advocaat inzet die niet vast aan het kantoor verbonden is, duidelijk moet zijn tot welke raad van de orde de advocaat behoort en welke kantoorklachtenregeling op deze advocaat van toepassing is met betrekking tot de werkzaamheden die hij voor het inlenende kantoor verricht.
Onderdeel f verplicht de advocaat, die is vrijgesteld van de verplichting een stichting derdengelden ter beschikking te hebben omdat hij geen derdengelden ontvangt (artikel 6.21, tweede lid), publiekelijk kenbaar te maken dat hij geen derdengelden kan ontvangen.
Onderdeel g verplicht de advocaat gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend te maken op welke rechtsgebieden hij zich heeft geregistreerd. Het dient voor de rechtzoekende herkenbaar te zijn op welke rechtsgebieden de advocaat zich heeft geregistreerd. De algemene raad stelt daarvoor een model beschikbaar waar de advocaat gebruik van maakt (zie artikel 6.32 tweede lid, onderscheidenlijk vierde lid van de Verordening).
Idealiter komt de praktijk van de advocaat overeen met de geregistreerde rechtsgebieden. Maar het kan zijn dat de praktijk van de advocaat breder is en hij zich hier ook op afficheert. Voor de rechtzoekende dient duidelijk te zijn op welke rechtsgebieden de advocaat geregistreerd staat.
Artikel 7.4 Informatieverstrekking
De advocaat, die optreedt voor een of meer cliënten niet zijnde zijn werkgever, maakt in aanvulling op de artikelen 230b tot en met 230e van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend:
a. met welke persoon, welk samenwerkingsverband of welke rechtspersoon de cliënt de overeenkomst van opdracht zal sluiten;
b. of onder een gemeenschappelijke naam wordt opgetreden, zo ja, met wie, en of sprake is van een samenwerkingsverband, zo ja, welke rechtsvorm dit samenwerkingsverband heeft;
c. de wijze waarop in beginsel de vervanging of waarneming is geregeld, tenzij deze binnen het kantoor of door een lid van het samenwerkingsverband wordt uitgeoefend;
d. of de advocaat individueel of gezamenlijk met anderen voor beroepsaansprakelijkheid is verzekerd;
e. de kantoorklachtenregeling, bedoeld in artikel 6.28, eerste lid.
f. dat hij, indien van toepassing, geen derdengelden kan ontvangen omdat hij geen stichting derdengelden ter beschikking heeft;
g. welke rechtsgebieden de advocaat heeft geregistreerd als bedoeld in artikel 6.32, tweede lid.
Artikel 7.4
De advocaat mag zich niet misleidend presenteren over de wijze van praktijkuitoefening (eerste lid). Dat ziet onder meer op naamgeving van zijn kantoor. Een overtreding van de Handelsnaamwet zal dan ook een overtreding van dit artikel inhouden. Op grond daarvan kan de deken tuchtrechtelijk handhaven. Het is voor een advocaat die de praktijk zelfstandig uitoefent niet toegestaan om in zijn handelsnaam “[X] advocaten” te gebruiken, omdat hiermee de indruk wordt gewekt dat er meer advocaten werkzaam zijn. Wel is toegestaan om de (handels)naam “[X] advocatuur” of “[X] advocatenkantoor” te gebruiken.
Het is toegestaan dat meerdere advocaten, al dan niet met andere beroepsbeoefenaren, onder een gemeenschappelijke naam naar buiten optreden (zie artikel 5.5), zonder dat er sprake hoeft te zijn van een samenwerkingsverband. Deze vrijheid om zich naar buiten te afficheren wordt beperkt door het eerste lid; er mag geen onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken worden gegeven. Bij de presentatie van een kantoor op de website van advocatennetwerken, moet de advocaat vooral alert zijn op misleiding. Een derde partij kan beheer voeren over de website en aanverwante faciliteiten. De informatie op de website kan een indruk wekken dat bijvoorbeeld meerdere advocaten een kantoor vormen, terwijl dat niet het geval is. Ook kan ten onrechte de indruk gewekt worden dat de telefonistes of andere medewerkers van deze derde werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid en aansturing van de advocaat, terwijl dat niet het geval is.
Het is de verantwoordelijkheid van de advocaat om een juiste voorstelling van zaken te geven.
Er zijn kantoren die voor bepaalde zaken een advocaat inzetten die niet vast aan het kantoor verbonden is. De betreffende advocaat heeft zelf een eenmanskantoor of is verbonden aan een ander kantoor. Het inlenende kantoor mag op de website, of in andere uitingen, geen onduidelijkheid laten bestaan over de wijze waarop deze advocaat aan het kantoor verbonden is. Ten onrechte kan de indruk worden gewekt dat sprake is van een vast dienstverband, doordat de advocaat op de website tussen de medewerkers van het betreffende kantoor is geplaatst (bijvoorbeeld onder “onze mensen”), of door bijvoorbeeld de vermelding van een eigen kantoormailadres en doorkiesnummer en het noemen van een secretaresse. In die gevallen is sprake van onvoldoende transparantie en wordt in strijd gehandeld met de norm zoals neergelegd in het eerste lid. Het is uiteraard toegestaan de advocaat op de website van het kantoor, het briefpapier of in andere uitingen te vermelden, mits de positie van deze advocaat voldoende wordt onderscheiden van andere (vaste) medewerkers, bijvoorbeeld door middel van een aparte pagina op de website. Een advocaat die regelmatig wordt ingezet door een kantoor waaraan hij niet vast verbonden is, vermeldt dit op zijn eigen website.
Het eerste en tweede lid hebben de functie om de (potentiële) cliënten en eventuele wederpartij te informeren over de praktijk van de advocaat. In het tweede lid zijn aspecten opgenomen die de advocaat bekend moet maken, bovenop zijn verplichtingen op grond van artikel 6:230b tot en met 6:230e van het BW. Hij kan aan de in dit lid genoemde verplichting invulling geven door op zijn website de voorgeschreven informatie te verstrekken. De openbaarmaking vindt bij voorkeur plaats op de website van het advocatenkantoor. Deze verplichting is bedoeld om de cliënt en de potentiële cliënt in staat te stellen een afweging te maken bij de keuze van een advocaat.
De openbaar te maken gegevens onder a moeten duidelijkheid verschaffen over wie de contractspartij is. Op de website zou bijvoorbeeld opgenomen kunnen worden:
"De opdracht wordt aangegaan met advocatenkantoor X N.V." of "Advocaat mr. Y gaat de overeenkomst aan op persoonlijke titel.".
Op grond van onderdeel b moet de advocaat duidelijk maken hoe het kantoor georganiseerd is. Op de website van het kantoor zou kunnen komen te staan:
“Advocatenkantoor X is de handelsnaam van de advocaten mrs. A, B en C, gevestigd aan [adres]. De advocaten hebben een maatschap waarin enkele kosten gedeeld worden, maar sluiten zelfstandig de overeenkomst met de cliënt en behandelen zaken zelfstandig door middel van hun eigen BV.” of
“ ABC advocaten bestaat uit een maatschap van A advocaten BV, B advocaten en mr. C.
A advocaten is een BV waarin de advocaten mrs. A, D en E werkzaam zijn. A advocaten contracteert als rechtspersoon en treedt naar buiten op onder de handelsnaam ABC advocaten.
B advocaten is een maatschap met de advocaten mrs. B, F en G en is een samenwerkingsverband in de zin van de Verordening op de advocatuur. De maatschap contracteert en de advocaten treden naar buiten op onder de handelsnaam ABC advocaten.
Mr. C is een zelfstandig optredende advocaat en contracteert op persoonlijke titel. Mr. C deelt de faciliteiten van het kantoor en maakt ook gebruik van de handelsnaam ABC advocaten.”
Onderdeel c is allereerst bedoeld om inzichtelijk te maken wie toegang zou kunnen hebben tot de dossiers. Op grond van gedragsregel 7 zal ook de waarnemende advocaat moeten controleren of er geen sprake is van tegenstrijdige belangen. Gedragsregel 7, lid 4 en verder, ziet op tegenstrijdige belangen tussen de advocaat en zijn kantoorgenoten of leden in het samenwerkingsverband. Omdat de gedragsregel daarvoor al een voorziening heeft getroffen, bevat onderdeel c een uitsluiting daarvoor. Als de vervanging en waarneming binnen het kantoor of samenwerkingsverband geregeld is, behoeft dat niet expliciet te worden toegelicht. Voor grotere kantoren is het waarschijnlijker dat op deze wijze voorzien wordt in vervanging en waarneming.
Het is in het kader van transparantie en goede dienstverlening daarnaast nuttig om aan te geven welke advocaten bij de behandeling van de zaak zullen worden betrokken; op grond van artikel 7.5 moet dat bij de opdrachtbevestiging ook aangegeven worden. Omdat het waarschijnlijk niet mogelijk is om vooraf voor alle gevallen aan te geven wie als achtervang of waarnemer zal optreden, is het voldoende als de informatie aangeeft wie of welk kantoor in beginsel wordt ingeschakeld. Het is mogelijk er van af te wijken. De website kan in dat geval desgewenst de opmerking bevatten dat afgeweken kan worden van beschreven wijze van vervanging of waarneming indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Met onderdeel d wordt het advocatenkantoor verplicht om aan te geven hoe de advocaat verzekerd is voor beroepsaansprakelijkheid. Het is daartoe niet nodig de naam of namen van de verzekeraar te publiceren. In het algemeen kan volstaan worden met een korte beschrijving van de partij die verzekerd is (de individuele advocaat, zijn kantoor, het samenwerkingsverband of de rechtspersoon) en of de aansprakelijkheid is beperkt. Indien het kantoor een advocaat inzet die niet vast aan het kantoor verbonden is, moet duidelijk zijn op welke wijze hij verzekerd is ter zake van het risico van de beroepsaansprakelijkheid met betrekking tot de werkzaamheden die hij voor het inlenende kantoor verricht.
Op grond van onderdeel e zal de advocaat zijn kantoorklachtenregeling, bedoeld in artikel 6.28, openbaar moeten maken. Ook hier geldt dat, indien een kantoor een advocaat inzet die niet vast aan het kantoor verbonden is, duidelijk moet zijn tot welke raad van de orde de advocaat behoort en welke kantoorklachtenregeling op deze advocaat van toepassing is met betrekking tot de werkzaamheden die hij voor het inlenende kantoor verricht.
Onderdeel f verplicht de advocaat, die is vrijgesteld van de verplichting een stichting derdengelden ter beschikking te hebben omdat hij geen derdengelden ontvangt (artikel 6.21, tweede lid), publiekelijk kenbaar te maken dat hij geen derdengelden kan ontvangen.
Onderdeel g verplicht de advocaat gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend te maken op welke rechtsgebieden hij zich heeft geregistreerd. Het dient voor de rechtzoekende herkenbaar te zijn op welke rechtsgebieden de advocaat zich heeft geregistreerd. De algemene raad stelt daarvoor een model beschikbaar waar de advocaat gebruik van maakt (zie artikel 6.32 tweede lid, onderscheidenlijk vierde lid van de Verordening).
Idealiter komt de praktijk van de advocaat overeen met de geregistreerde rechtsgebieden. Maar het kan zijn dat de praktijk van de advocaat breder is en hij zich hier ook op afficheert. Voor de rechtzoekende dient duidelijk te zijn op welke rechtsgebieden de advocaat geregistreerd staat.