Paragraaf 4.1.1 Algemeen

Artikel 4.1 Deskundigheid

  1. Een advocaat is bij de uitoefening van zijn beroep vakbekwaam, waaronder wordt begrepen dat de advocaat de professionele kennis en kunde bezit die nodig is voor het uitoefenen van de praktijk.
  2. Een advocaat neemt alleen zaken aan waarvoor hij de deskundigheid bezit dan wel waarvoor hij gebruik maakt van de deskundigheid van een ander.

Artikel 4.1

Een goede en efficiënte rechtsbedeling vergt een hoge mate van vakbekwaamheid van advocaten. Dit artikel bepaalt dat elke advocaat vakbekwaam dient te zijn. Onder vakbekwaamheid wordt verstaan de professionele kennis en kunde die nodig is voor de uitoefening van de praktijk. Dat houdt in dat de advocaat gedegen kennis heeft van het materiële en formele recht op de rechtsgebieden waarop hij de praktijk uitoefent. Tevens bezit de advocaat de kunde, dat wil zeggen de vaardigheden, die hij nodig heeft om de praktijk naar behoren uit te oefenen.

Het tweede lid impliceert dat een advocaat zich ervan bewust moet zijn dat hij de expertise op een bepaald terrein niet bezit. In dat geval zal de advocaat gebruik maken van een ander die wel ter zake deskundig is. Dat kan zien op juridische kennis, kennis van het beroep advocaat, maar ook op technische of theoretische kennis op een ander terrein, bijvoorbeeld accountancy.

Omdat advocaat-stagiaires nog niet in staat zijn om de praktijk zelfstandig uit te oefenen, ziet het tweede lid ook op hen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de deskundigheid van de patroon of van kantoorgenoten.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.