Artikel 4.1
Een goede en efficiënte rechtsbedeling vergt een hoge mate van vakbekwaamheid van advocaten. Dit artikel bepaalt dat elke advocaat vakbekwaam dient te zijn. Onder vakbekwaamheid wordt verstaan de professionele kennis en kunde die nodig is voor de uitoefening van de praktijk. Dat houdt in dat de advocaat gedegen kennis heeft van het materiële en formele recht op de rechtsgebieden waarop hij de praktijk uitoefent. Tevens bezit de advocaat de kunde, dat wil zeggen de vaardigheden, die hij nodig heeft om de praktijk naar behoren uit te oefenen.
Het tweede lid impliceert dat een advocaat zich ervan bewust moet zijn dat hij de expertise op een bepaald terrein niet bezit. In dat geval zal de advocaat gebruik maken van een ander die wel ter zake deskundig is. Dat kan zien op juridische kennis, kennis van het beroep advocaat, maar ook op technische of theoretische kennis op een ander terrein, bijvoorbeeld accountancy.
Omdat advocaat-stagiaires nog niet in staat zijn om de praktijk zelfstandig uit te oefenen, ziet het tweede lid ook op hen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de deskundigheid van de patroon of van kantoorgenoten.
Artikel 4.1 Deskundigheid
Artikel 4.1
Een goede en efficiënte rechtsbedeling vergt een hoge mate van vakbekwaamheid van advocaten. Dit artikel bepaalt dat elke advocaat vakbekwaam dient te zijn. Onder vakbekwaamheid wordt verstaan de professionele kennis en kunde die nodig is voor de uitoefening van de praktijk. Dat houdt in dat de advocaat gedegen kennis heeft van het materiële en formele recht op de rechtsgebieden waarop hij de praktijk uitoefent. Tevens bezit de advocaat de kunde, dat wil zeggen de vaardigheden, die hij nodig heeft om de praktijk naar behoren uit te oefenen.
Het tweede lid impliceert dat een advocaat zich ervan bewust moet zijn dat hij de expertise op een bepaald terrein niet bezit. In dat geval zal de advocaat gebruik maken van een ander die wel ter zake deskundig is. Dat kan zien op juridische kennis, kennis van het beroep advocaat, maar ook op technische of theoretische kennis op een ander terrein, bijvoorbeeld accountancy.
Omdat advocaat-stagiaires nog niet in staat zijn om de praktijk zelfstandig uit te oefenen, ziet het tweede lid ook op hen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de deskundigheid van de patroon of van kantoorgenoten.