Afdeling 5.2 Samenwerking

Artikel 5.3 Samenwerkingsverband

Van een samenwerkingsverband is uitsluitend sprake indien een advocaat met een andere natuurlijk persoon, een samenwerkingsverband of een rechtspersoon:

a. voor gezamenlijke rekening en risico de praktijk uitoefent; of

b. de zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening deelt.

Artikel 5.3

Er is sprake van een samenwerkingsverband, als een vorm van samenwerking voldoet aan een van de in dit artikel genoemde criteria. De criteria zijn: het delen van rekening en risico of het delen van zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening.

De opsomming in dit artikel is alternatief. Het is mogelijk dat een samenwerkingsverband aan meer dan een criterium voldoet. In dat geval is er ook sprake van een samenwerkingsverband.

Het is niet van belang welke rechtsvorm gekozen is. Een praktijkrechtspersoon met meerdere advocaten is ook een samenwerkingsverband in de zin van de verordening omdat in elk geval voldaan wordt aan het voor gezamenlijke rekening en risico de praktijk uitoefenen (onderdeel a).

Als het kantoor een eenmanszaak betreft, waarin een advocaat als zelfstandige de praktijk uitoefent, dan is er geen sprake van een samenwerkingsverband (zie HvD 15-06-2001, 3356). Op grond van artikel 7.4 is het de advocaat dan ook niet toegestaan zich ten onrechte te presenteren als ware hij een onderdeel van een samenwerkingsverband. Hij mag wel onder een gemeenschappelijke naam naar buiten optreden (artikel 5.5) maar moet daarbij kenbaar maken dat geen sprake is van een samenwerkingsverband (artikel 7.4).

 

Een kostenmaatschap kan een samenwerkingsverband zijn, maar dat hoeft niet. Dat hangt af van de afspraken die binnen de kostenmaatschap zijn gemaakt. Een kostenmaatschap is in de meest zuivere betekenis van het woord een stille maatschap en treedt niet als entiteit naar buiten. De kostenmaatschap deelt kosten voor huisvesting, kantoororganisatie en personeel. De maten in de maatschap oefenen zelfstandig de praktijk uit, onder eigen verantwoordelijkheid en voor eigen rekening en risico. Deze kostenmaatschap voldoet niet aan het ondernemingsbegrip van artikel 2 van het Handelsregisterbesluit 2008 en wordt om die reden niet in het handelsregister bij de kamer van koophandel geregistreerd. De ondernemingen zijn in dit geval de eenmanszaken van de maten van de kostenmaatschap. Deze eenmanszaken worden, eventueel met hun praktijkrechtspersoon, wel geregistreerd in het handelsregister.

Er kunnen binnen de maatschap afspraken zijn gemaakt die zien op de praktijkuitoefening. Te denken valt aan afspraken over te volgen opleiding of over aantallen zaken die op basis van toevoeging worden gedaan. Er kunnen zelfs afspraken zijn dat de maten in de maatschap gezamenlijk zaken behandelen.

 

Van een samenwerkingsverband is geen sprake indien de samenwerking uitsluitend gericht is op een of meer van de volgende aspecten: a. het delen van kennis; b. het (door)verwijzen van cliënten; c. het gebruikmaken van dezelfde voorzieningen (bijvoorbeeld kaderovereenkomsten met een deurwaarder) of d. het delen van gezamenlijke kosten voor huisvesting, ondersteunende diensten en externe affichering.

Externe affichering gebeurt meestal door het gebruik van een gemeenschappelijke naam of een gelijkluidend deel van de handelsnaam (gedeelde naam). Dit is toegestaan indien voldaan is aan artikel 5.5.

 

Om te beoordelen of er gewerkt wordt voor gezamenlijke rekening en risico, kan een aantal factoren worden meegenomen.

Als de advocaat met derden afspraken heeft dat hij behalve de kosten verbonden aan een zaak ook de opbrengsten voortkomend uit de behandeling van een zaak deelt, is er sprake van gezamenlijk rekening en risico. Het maakt dan niet uit of het een heel klein deel is of meer substantieel.

Als de overeenkomst met de cliënt is gesloten met de maatschap of andere samenwerkende entiteit (vof of stichting), is die entiteit een samenwerkingsverband. Dat geldt tevens als in de overeenkomst is bepaald dat aan het samenwerkingsverband dient te worden betaald. Ook dan is er ook sprake van gezamenlijke rekening en (incasso-) risico.

 

Zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening delen

Er is sprake van het delen van zeggenschap over de praktijkuitoefening (onderdeel b) indien anderen dan de advocaat formeel of feitelijk invloed uitoefenen op de door de advocaat te maken keuzes in een zaak of bij het aannemen van een zaak. Een indicatie dat zeggenschap wordt gedeeld is de aanwezigheid van een of meer bestuurders. In geval van een bestuur is er daarom sprake van een samenwerkingsverband.

De advocaat die inmenging van anderen te dulden heeft bij de concrete behandeling van een zaak deelt de zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening. Onder praktijkuitoefening wordt verstaan al hetgeen met de concrete afhandeling van een zaak te maken heeft; de keuzes in de procedure, de juridische aspecten, de inhoud van de adviezen en communicatie, de kennis en kunde van de betrokken medewerkers, de betaling van kosten verbonden aan de juridische procedure (de specifieke kosten).

Onder praktijkuitoefening wordt niet verstaan de bedrijfs-, of de praktijkvoering; de aspecten die zien op het ondernemerschap, de inkoop, vaste lasten. Een samenwerkingsverband kan worden aangenomen, indien de bedrijfsvoering zodanig is geïntegreerd dat er een bestuurder is.

Artikel 5.4 Toegestane samenwerkingsverbanden

  1. Een advocaat kan uitsluitend een samenwerkingsverband aangaan met:

    a. andere advocaten, praktijkrechtspersonen en samenwerkingsverbanden;

    b. niet in Nederland ingeschreven advocaten die lid zijn van een door de algemene raad erkende beroepsorganisatie van advocaten in het buitenland;

    c. leden van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, de Orde van Octrooigemachtigden en universitair geschoolde leden van het Register Belastingadviseurs.

  2. De algemene raad kan beroepsorganisaties in het buitenland als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, erkennen indien de buitenlandse beroepsbeoefenaren in vrijheid en onafhankelijkheid hun beroep uitoefenen en onderworpen zijn aan tuchtrecht vergelijkbaar met het Nederlandse tuchtrecht. De algemene raad weegt bij zijn besluit mee of advocaten die op het Nederlandse tableau ingeschreven staan, naar het recht van het andere land een samenwerkingsverband kunnen aangaan met de leden van die beroepsorganisaties.

Artikel 5.4

Met het oog op het beschermen van de onafhankelijkheid van de advocaat zijn er beperkingen gesteld aan degenen met wie de advocaat een samenwerkingsverband mag aangaan. De in dit artikel genoemde personen (of rechtspersonen) zijn beoefenaren van vrije beroepen die voldoen aan de hiernavolgende criteria.

De beroepsbeoefenaren zijn onderworpen aan tuchtrecht, vergelijkbaar met dat van de advocaat.

De samenwerking met deze beroepsgroep brengt de vrijheid en onafhankelijkheid van de advocaat, met inbegrip van de partijdige belangenbehartiging en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie, niet in gevaar. Voor de uitoefening van het beroep is een academische of daarmee gelijk te stellen opleiding vereist. De in dit artikel genoemde beroepsbeoefenaren oefenen allen in enigerlei vorm de rechtspraktijk uit. Onder rechtspraktijk wordt mede verstaan de advisering door belastingadviseurs.

Artikel 5.5 Naamgeving

Het is de advocaat niet toegestaan om met andere dan de in artikel 5.4, eerste lid, genoemde beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden en praktijkrechtspersonen onder een gemeenschappelijke naam naar buiten op te treden.

Artikel 5.5

Het is een advocaat uitsluitend toegestaan onder een gemeenschappelijke naam naar buiten op te treden met de in artikel 5.4, eerste lid, genoemde beroepsbeoefenaren. Hiermee wordt de jurisprudentie over het gebruik van een gemeenschappelijke naam van het hof van discipline van 12-06-2006, nr. 4496, (Adv.bl.  2007, nr. 11) in stand gehouden.

Het onder een gemeenschappelijke naam naar buiten optreden heeft juridische effecten. Bijvoorbeeld kan daardoor een stille maatschap veranderen in een openbare maatschap. De maten in die maatschap kunnen daardoor dus aansprakelijk worden voor elkaars handelen. Daarom is het noodzakelijk om de toegestane kring van personen waarmee onder een naam naar buiten opgetreden kan worden, te beperken tot de groep waarmee (eveneens) een samenwerkingsverband aangegaan zou mogen worden, dus de genoemde beroepsbeoefenaren in artikel 5.3.

Tevens wekt het onder een 'gemeenschappelijke naam naar buiten optreden' mogelijk verwachtingen bij cliënten. Die verwachtingen kunnen ook verband houden met het behartigen van conflicterende belangen. Daarbij kan bijvoorbeeld een rol spelen dat de belangen van de tegenpartij worden behartigd door een advocaat die met hem onder een gemeenschappelijke naam optreedt.

De advocaat is gehouden te voorkomen dat hij tegenstrijdige belangen behartigt (gedragsregel 7). En hij zal de cliënt goed en juist moeten informeren over de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt, met welke partijen hij onder een gemeenschappelijke naam optreedt en op welke wijze daar al dan niet mee wordt samengewerkt. Als hij onder een gemeenschappelijke of gedeeltelijk gemeenschappelijke naam optreedt met de advocaat van een wederpartij, dan moet de advocaat zich er rekenschap van geven dat de schijn van belangenverstrengeling kan optreden. Op de in artikel 5.3 genoemde beroepsbeoefenaren wordt toezicht gehouden door verschillende instanties, waardoor meer controle is op het voorkomen van onjuiste verwachtingen en de naleving van terecht gewekte verwachtingen. 

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.