Paragraaf 2.1.3 Commissie cassatie

Artikel 9j, derde lid van de Advocatenwet draagt het college van afgevaardigden op bij verordening regels te stellen over het verkrijgen, het behoud en het verlies van de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad, alsmede de aantekening op het tableau. Met het stellen van vakbekwaamheidseisen die op de cassatiepraktijk toegesneden zijn, wordt beoogd dat bij beroepen in cassatie deugdelijke schriftelijke stukken worden ingediend. Deze vakbekwaamheidseisen zijn opgenomen in afdeling 4.2 van deze verordening; deze gelden naast de vakbekwaamheidseisen die zijn opgenomen in afdeling 4.1 en die aan iedere advocaat worden gesteld. Paragraaf 2.1.3 regelt de instelling en taken van de commissie cassatie. De instelling van de commissie berust op artikel 9j, vijfde lid, van de Advocatenwet. Dat artikellid bepaalt dat de algemene raad zorg draagt voor de uitvoering van de aangelegenheden, bedoeld in het derde lid van artikel 9j van de Advocatenwet. De algemene raad kan mandaat en machtiging verlenen aan de commissie dan wel enkele leden daarvan voor het nemen van beschikkingen onderscheidenlijk het  uitoefenen van de hierboven bedoelde taken. De commissie cassatie verricht deze bevoegdheden en handelingen uit namens de algemene raad. De algemene raad faciliteert op grond van artikel 2.25 de commissie met een secretariaat. De leden en het secretariaat van de commissie civiele cassatie zijn ingevolge artikel 2:5 van de Awb tot geheimhouding verplicht ten aanzien van vertrouwelijke gegevens die hun in die functie ter kennis komen. De commissie cassatie brengt jaarlijks aan de algemene raad een verslag uit over haar werkzaamheden. De algemene raad neemt op zijn beurt de cijfers op in het jaarverslag van de Nederlandse orde van advocaten.

Artikel 2.8 Leden van de commissie cassatie

  1. Er is een commissie cassatie die bestaat uit ten minste vijf leden die deskundig zijn op het terrein van cassatie in burgerlijke zaken.
  2. Een lid van de commissie cassatie is geen lid van of niet werkzaam bij:
    • de Hoge Raad
    • het parket bij de Hoge Raad;
    • een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten;
    • een orgaan van de orde van advocaten in een arrondissement, uitgezonderd de jaarlijkse vergadering van de orde, bedoeld in artikel 17a, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet;
    • de raden van discipline; of
    • het hof van discipline.

De leden van de commissie cassatie moeten op het terrein van de civiele cassatie deskundig zijn. Hierbij kan worden gedacht aan oud-raadsheren in de Hoge Raad dan wel oud-leden van het parket bij de Hoge Raad, (voormalige) civiele cassatieadvocaten, (emeritus) hoogleraren burgerlijk (proces)recht, en voormalige medewerkers van het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad. Zittende leden van de Hoge Raad en van het parket komen niet in aanmerking. Hun betrokkenheid bij de commissie zou hun onafhankelijke positie ten opzichte van de advocaat bij de Hoge Raad in het geding kunnen brengen, alsook de onafhankelijkheid van de cassatieadvocatuur als geheel. Er is geen maximum aan het aantal leden gesteld, gelet op de omvang van het takenpakket en de op grond daarvan te verwachten werkbelasting van de commissie.

Artikel 2.9 Taakomschrijving commissie cassatie

Een door de algemene raad te bepalen aantal leden van de commissie cassatie heeft tot taak namens de algemene raad het mondeling examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b, af te nemen van advocaten die de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ wensen te verkrijgen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, af te nemen van advocaten bij de Hoge Raad.

De algemene raad bepaalt het aantal leden van de commissie cassatie dat namens de algemene raad het mondeling examen en de proeve van bekwaamheid afneemt.

Het met goed gevolg afleggen van het mondeling examen is één van de eisen om de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken te verkrijgen. Het met goed gevolg afleggen van de proeve van bekwaamheid is één van de eisen om de onvoorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken te verkrijgen.

Dit artikel laat onverlet dat de algemene raad ten aanzien van andere in afdeling 4.2 van de verordening geregelde bevoegdheden inzake de (on)voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken machtiging of mandaat kan verlenen aan leden van de commissie cassatie.

Artikel 2.10 Benoeming leden commissie cassatie

  1. De algemene raad benoemt de leden van de commissie cassatie voor een periode van ten hoogste vier jaar.
  2. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.

Artikel 2.11 Werkwijze commissie cassatie

  1. De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.
  2. De commissie cassatie stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.

De algemene raad kiest uit de leden van de commissie cassatie een voorzitter. De aanwijzing als voorzitter kan los staan van de benoeming als lid en kan dus op een later moment aanvangen. Het voorzitterschap eindigt als de benoemingstermijn verstrijkt en geen herbenoeming plaatsvindt of herbenoeming niet meer mogelijk is. De commissie cassatie kan, binnen de kaders gesteld in de Advocatenwet en deze verordening, en in overleg met de algemene raad haar werkwijze vaststellen. Onder werkwijze wordt onder meer verstaan de vergaderorde en hoe en hoe vaak de vergadering bijeengeroepen wordt. Tevens kan de commissie, waar daar behoefte aan is, afspraken maken over de wijze van beoordelen, binnen de kaders die daarvoor in deze verordening en het mandaatbesluit van de algemene raad zijn gegeven. Het overleg met de algemene raad over de werkwijze beoogt de bijeenkomsten en af te nemen examens en proeven van bekwaamheid af te stemmen op de reële behoefte eraan. Tevens kan op die manier een goede invulling gegeven worden aan het mandaat dat de algemene raad geeft. 

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.