Afdeling 3.4 Accreditatie beroepsopleiding advocaten

Artikel 3.25 Accreditatie beroepsopleiding advocaten

  1. Een opleidingsinstelling die de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5°, aan wil bieden, doet een aanvraag om de opleiding te accrediteren bij de algemene raad.
  2. De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van een beschrijving van de onderwerpen, bedoeld in artikel 3.22a.
  3. De algemene raad verleent de accreditatie indien:
    • de opleiding de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5°, omvat;
    • de opleidingsinstelling en de opleiding voldoen aan het door de algemene raad vastgestelde kwaliteits- en accreditatiekader, bedoeld in artikel 3.22a; en
    • de continuïteit van het onderwijs is gewaarborgd.
  4. Accreditatie wordt voor ten hoogste zes jaar verleend en kan telkens voor ten hoogste zes jaar worden verlengd.
  5. De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de accreditatie.
  6. De algemene raad kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure omtrent het verlenen en verlengen van de accreditatie.
  7. De algemene raad kan de accreditatie intrekken indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan de bij of krachtens het derde en vijfde lid gestelde regels, dan wel de opleidingsinstelling of de inhoud van de opleiding anderszins niet voldoen.

Artikel 3.25

Een opleidingsinstelling kan geaccrediteerd worden om de onderwijsonderdelen ‘kantoorspecifieke vaardigheden’, ‘juridisch-inhoudelijke kennis’ én ‘voorbereiding integratieve dagen’ te mogen aanbieden.

Bij de aanvraag dient in ieder geval een beschrijving van de in artikel 3.22a beschreven onderwerpen te worden overlegd.

Op grond van het zesde lid worden regels gesteld over het proces van de aanvraag van de accreditatie. Het voornemen is om voor de materiële eisen te verwijzen naar het krachtens artikel 3.22a vastgestelde kwaliteits- en accreditatiekader.

De algemene raad verleent de accreditatie indien de opleiding de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° én 5°, omvat, de opleidingsinstelling en de opleiding voldoen aan de door de algemene raad vastgestelde kwaliteits- en accreditatiekader, bedoeld in het 3.22a, en de continuïteit van het onderwijs is gewaarborgd. Dat een accreditatie ziet op de onderwijsonderdelen ‘kantoorspecifieke vaardigheden’, ‘juridisch-inhoudelijke kennis’ en ‘voorbereiding integratieve dagen’ gezamenlijk houdt verband met de wens om samenhang te borgen.

Aan een geaccrediteerde opleidingsinstelling kunnen op grond van artikel 3.15, derde lid, van de Voda taken en bevoegdheden betreffende voornoemde onderwijsonderdelen worden overgedragen.

Naast voornoemde onderwijsonderdelen bestaat de beroepsopleiding advocaten uit een voorportaal en de onderwijsonderdelen ‘ethiek’, ‘algemene vaardigheden’ en ‘integratieve dagen’. Deze onderdelen worden uitsluitend verzorgd door de uitvoeringsorganisatie, met uitzondering van de basistest, die door een andere aanbieder wordt verzorgd.

Navigeer inhoud van  Verordening op de advocatuur

Navigeer inhoud van Verordening op de advocatuur

Uitgelicht

Wet- en regelgeving

Alle wet- en regelgeving voor de advocatuur. Van de Advocatenwet tot de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda).

Voor uw praktijk

Ondersteuning voor advocaten bij hun beroepsuitoefening: van de advocatenpas tot het rechtsgebiedenregister en geheimhoudernummers.